Uitspraak
1.De procedure
- de akte aanvullende producties van [eiseres] met producties 24 tot en met 27;
- de mondelinge behandeling op 3 februari waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de spreekaantekeningen van [eiseres] .
2.De verdere beoordeling
a. € 90 aan administratieve kosten voor de verkeersovertredingen,
b. € 16.472,61 aan schade aan de gehuurde auto
c. € 15.000 voor wat betreft het eigen risico van [eiseres] betreffende (letsel)schade van de slachtoffers bij het ongeval.
[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] op grond van de huurovereenkomst(en) en de daarop van toepassing zijnde de BOVAG algemene voorwaarden voor verhuur- en deelautobedrijven, verplicht is tot het betalen van voormeld bedrag.
Alleen [gedaagde] was bevoegd om in de auto te rijden
“Huurder moet er voor zorgen dat het voertuig niet wordt bestuurd door iemand die onbevoegd is of kennelijk geestelijk of lichamelijk ongeschikt. Alleen personen die als bestuurder op de huurovereenkomst zijn vermeld, mogen het voertuig besturen of anders over het voertuig beschikken.”.
De kantonrechter constateert dat alleen de naam van [gedaagde] op de huurovereenkomsten is vermeld. Bovendien staat in de door [gedaagde] ondertekende huurovereenkomst onder punt 4
: “alleen personen die vermeld zijn, op het contract, met geldig rijbewijs zijn verzekerd en bevoegd om te rijden in ons voertuig.”Het voorgaande leidt ertoe dat uit het huurcontract naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk volgt dat [gedaagde] als bestuurder is vermeld. Daaruit volgt dat hij op grond van artikel 9 lid 4 ervoor Pro moet zorgen dat het voertuig niet door een ander wordt bestuurd.
“Wanneer de schade volgt uit handelen of nalaten zoals bedoeld in artikel 9 dan Pro moet huurder de schade van verhuurder volledig vergoeden. Dit geldt niet als huurder bewijst dat dit handelen of nalaten aan hem niet toegerekend kan worden of als volledige vergoeding niet redelijk en billijk is.”Omdat de schade van [eiseres] voortvloeit uit de niet nakoming door [gedaagde] van de zorgplicht van artikel 9 lid Pro 4, dient [gedaagde] te stellen en te bewijzen dat hem dat niet kan worden toegerekend of volledige vergoeding niet redelijk en billijk is.
3.De beslissing
1 april 2026.