ECLI:NL:RBMNE:2026:1488
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en stelde de verweerder op 30 oktober 2025 schriftelijk in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op dit bezwaar. Op 11 november 2025 diende zij vervolgens een beroepschrift in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank stelt vast dat het beroep te vroeg is ingediend, omdat niet de vereiste termijn van twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling door de verweerder is verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier M.L. Bressers op 18 maart 2026 te Utrecht. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
De zaak betreft bestuursrechtelijke procedures rondom de compensatie kinderopvangtoeslag en de wettelijke termijnen voor het nemen van besluiten op bezwaar. De rechtbank benadrukt het belang van het respecteren van de wettelijke termijnen voor het indienen van beroep tegen niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.