Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1488

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
UTR 25/6459
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en stelde de verweerder op 30 oktober 2025 schriftelijk in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op dit bezwaar. Op 11 november 2025 diende zij vervolgens een beroepschrift in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank stelt vast dat het beroep te vroeg is ingediend, omdat niet de vereiste termijn van twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling door de verweerder is verstreken.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier M.L. Bressers op 18 maart 2026 te Utrecht. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

De zaak betreft bestuursrechtelijke procedures rondom de compensatie kinderopvangtoeslag en de wettelijke termijnen voor het nemen van besluiten op bezwaar. De rechtbank benadrukt het belang van het respecteren van de wettelijke termijnen voor het indienen van beroep tegen niet tijdig beslissen.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6459

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),
en

Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 25 juni 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
3. Eiseres heeft verweerder op 30 oktober 2025 in gebreke gesteld. Op 11 november 2025 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. De rechtbank stelt vast dat er dus geen twee weken zijn verstreken tussen de ontvangst van de schriftelijke ingebrekestelling door verweerder en het indienen van het beroep. Het beroep is dan ook prematuur (te vroeg) ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.