Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:15

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
16/019655-20 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontneming wegens vrijspraak onderliggende strafzaak

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 7 januari 2026 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter waarde van €400.244,20. Deze vordering was gebaseerd op een onderliggende strafzaak met hetzelfde parketnummer.

Tijdens de terechtzitting van 12 december 2025 en de daaropvolgende sluiting van het onderzoek op 7 januari 2026, namen de officier van justitie en de advocaat van de betrokkene deel aan de behandeling. De betrokkene was in de onderliggende strafzaak vrijgesproken van het feit waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd.

Gezien deze vrijspraak kon de rechtbank niet vaststellen dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel had verkregen. Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot ontneming af. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af vanwege de vrijspraak in de onderliggende strafzaak.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/019655-20 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[benadeelde] ,
geboren op [1966] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,
(hierna: de betrokkene).

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 12 december 2025. Het onderzoek is met instemming van de advocaat van de betrokkene enkelvoudig gesloten op 7 januari 2026, waarna direct daarna uitspraak is gedaan.
Op de zitting op 12 december 2025 waren aanwezig:
  • de officier van justitie: mr. M. Mahmoudi;
  • de advocaat van de betrokkene: mr. H. de Kroon, advocaat in Hilversum (hierna: de advocaat).
De rechtbank heeft kennisgenomen van het onderliggende strafdossier en het daarin opgenomen ontnemingsrapport waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel is geraamd op € 400.244,20.

2.VORDERING

2.1
De standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie en de advocaat van de betrokkene hebben zich in verband met de verzochte vrijspraak van de onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde feiten op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen.
2.2
De beoordeling van de vordering
De rechtbank heeft de betrokkene in de onderliggende strafzaak met parketnummer 16/019655-20 bij vonnis van 7 januari 2026 vrijgesproken van het (onder 1 ten laste gelegde) feit op basis waarvan het wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend. Gelet op deze vrijspraak kan niet worden vastgesteld dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, zodat de rechtbank de vordering van de officier van justitie zal afwijzen.

3.BESLISSING

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke, voorzitter, mrs. H.J. van Woudenberg en J.A. Koorevaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.B. Postma als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.
De voorzitter en oudste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.