De rechtbank Midden-Nederland ontving op 24 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1979, die verblijft in een kliniek. Op 16 maart 2026 vond de zitting plaats waarbij betrokkene en een psycholoog werden gehoord. De curator was opgeroepen maar niet verschenen.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen, wat leidt tot ernstig lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Er is zorg nodig om dit ernstig nadeel af te wenden, maar vrijwillige zorg is niet mogelijk. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk.
De toegewezen vormen van zorg omvatten medicatietoediening, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht, onderzoeken aan persoon en verblijfsruimte, beperkingen in vrijheid en communicatie, bezoekbeperkingen en opname in een accommodatie. De rechtbank achtte deze maatregelen evenredig, effectief en noodzakelijk voor veiligheid en maatschappelijke participatie.
De zorgmachtiging geldt voor de duur van 24 maanden tot en met 16 maart 2028. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter C.M.A.T. van der Geest, met mogelijkheid tot cassatie.