Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.Wat vaststaat
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
[betrokkene] ,geboren op [geboortedatum] 1936 in [geboorteplaats] ;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Betrokkene verblijft sinds 11 maart 2026 in inbewaringstelling bij een zorginstelling op grond van een besluit van de burgemeester. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzoekt de rechtbank om voortzetting van deze inbewaringstelling voor een periode van zes weken.
De rechtbank baseert haar oordeel op medische verklaringen, waaronder die van een onafhankelijke specialist ouderengeneeskunde, die een vermoedelijke diagnose van ongespecificeerde neurocognitieve stoornissen stelt. Ondanks dat betrokkene deze diagnose betwist, constateert de rechtbank dat er sprake is van evidente stoornissen in het kortetermijngeheugen en oriëntatie, passend bij een dementieel beeld.
Er is vastgesteld dat betrokkene een aanzienlijk risico loopt op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, mede door het hoge valgevaar en weigering van hulp in de thuissituatie. De rechtbank acht voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en geschikt om dit onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen, aangezien minder bezwarende alternatieven ontbreken.
De beschikking is mondeling gegeven op 16 maart 2026 en schriftelijk vastgelegd op 26 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.