Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1514

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
C/16/608353 / FV RK 26-679
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting inbewaringstelling door rechtbank Midden-Nederland

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Midden-Nederland om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene voor een periode van zes weken. Betrokkene verbleef reeds in een instelling op grond van een inbewaringstelling die door de burgemeester was afgegeven op 11 maart 2026.

Tijdens de zitting op 16 maart 2026 werd het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling behandeld, waarbij ook een gelijktijdig verzoek tot rechterlijke machtiging werd besproken. De rechtbank besloot de rechterlijke machtiging toe te kennen, waardoor het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling als overbodig werd beschouwd.

De rechtbank wees het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling af wegens gebrek aan belang. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. De uitspraak werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter C.M.A.T. van der Geest.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling is afgewezen wegens gebrek aan belang na toekenning van een rechterlijke machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/608353 / FV RK 26-679
Datum uitspraak: 16 maart 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [plaats 1] ,
verblijvende bij [Instelling] , [locatie] in [plaats 2] ,
advocaat: mr. A.M.G. de Groot.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 12 maart 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A.] , gedragswetenschapper;
- [B.] , de mentor van betrokkene;
- [C.] , coördinerend begeleider.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling bij [Instelling] , [locatie] in [plaats 2] . De burgemeester van [plaats 1] heeft de inbewaringstelling op 11 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank deze beslissing heeft genomen.
4.2.
Op 16 maart 2026 heeft de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling het verzoek tot het verlenen van een voortzetting van de inbewaringstelling behandeld. Tijdens de mondelinge behandeling is tevens een verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging (zaaknummer: C/16/608360 / FV RK 26-680) behandeld. De rechtbank heeft de rechterlijke machtiging toegewezen. Het onderhavige verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling zal daarom wegens gebrek aan belang worden afgewezen

5.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. C.M.A.T. van der Geest, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 26 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.