ECLI:NL:RBMNE:2026:152
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoeker niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek na einduitspraak hoofdzaak
Verzoeker diende op 16 januari 2026 een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele hoofdzaak, nadat op 14 januari 2026 al een einduitspraak was gedaan. De wrakingskamer heeft het verzoek nader toegelicht ontvangen, waarin verzoeker stelde dat de rechter partijdig zou zijn omdat deze alleen op basis van stukken van de wederpartij had geoordeeld.
Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een wrakingsverzoek alleen worden ingediend zolang er een behandelend rechter is. Na de einduitspraak in de hoofdzaak eindigt de procedure en is er geen behandelend rechter meer. Omdat het wrakingsverzoek na de einduitspraak werd ingediend, is het verzoek te laat en niet-ontvankelijk.
De wrakingskamer heeft daarom het verzoek afgewezen zonder mondelinge behandeling. De beslissing is op 23 januari 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter en leden van de wrakingskamer. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak in de hoofdzaak is ingediend.