Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. G.A. Hoppenbrouwers;
- de advocaat van de verdachte: mr. D.J. Kops (hierna: de advocaat);
- de benadeelde partij: [slachtoffer 1] ;
- de gemachtigden van de benadeelde partij ING Bank: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] .
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
[slachtoffer 3] .
[slachtoffer 4] .De datum van het Whatsappgesprek komt overeen met de aangifte van de heer [slachtoffer 4] . De echtgenoot van de aangever heeft de pas afgegeven aan een man die zich als DHL bezorger voordeed en de verdachte past in het signalement dat zij van die man heeft gegeven.
[slachtoffer 6]opgelicht en deed hier aangifte van. Uit de pintransactie blijkt dat de pinpas van de aangever onder andere is gebruikt bij de Amac winkel in Alkmaar. De politie heeft de camerabeelden van de Amac winkel bekeken en de verdachte wordt door twee verbalisanten herkent als degene die op de beelden staat.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
€ 70.000,- is een gevangenisstraf van tussen de twee en vijf maanden het uitgangspunt. De verdachte heeft samen met de medeverdachten ruim € 60.270,- buitgemaakt en zit daarmee tegen de bovengrens van het oriëntatiepunt. Gelet op de ernst van de feiten zoals hiervoor omschreven vindt de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de verdediging, een taakstraf niet op zijn plaats. Ook in de persoon en persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet de rechtbank geen aanleiding om van het voormelde oriëntatiepunt af te wijken of om, zoals door de verdediging is verzocht, enkel een voorwaardelijk strafdeel op te leggen. De verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Destijds heeft hij met een voorwaardelijk deel en toezicht van de reclassering een kans gekregen zijn leven op het rechte pad te krijgen. Dit heeft kennelijk niet geresulteerd in andere keuzes en de rechtbank is er niet van overtuigd dat daar nu wel verandering in zal komen. De rechtbank zal in de strafoplegging tot op zekere hoogte rekening houden met het tijdsverloop. Het overschrijden van de redelijke termijn is voornamelijk te wijten aan het feit dat verdachte drie jaar gedetineerd zat in België. Daarnaast neemt de rechtbank mee dat artikel 63 Sr Pro van toepassing is.
6.Vordering benadeelde partij
€ 22.368,99, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, bestaande uit de schadeloosstelling van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en onderzoekskosten. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
.De vergoeding van schadepost [slachtoffer 2] wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2021, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die data zijn ontstaan. De schadepost onderzoekskosten wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het verzoek tot schadevergoeding is ingediend, te weten 24 maart 2026.
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
trafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
- wijst de vordering van ING Bank geheel toe tot een bedrag van € 22.368,99;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan ING Bank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan ING Bank van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- wijst de vordering van ABN AMRO Bank N.V. geheel toe tot een bedrag van € 8.040,-; ,
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan ABN AMRO Bank N.V
- over een bedrag van € 7.920,- met ingang van 29 juli 2021 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 120,- met ingang van 25 maart 2026 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan ABN AMRO Bank N.V. van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- verklaart SNS Bank N.V. niet ontvankelijk in haar vordering;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;..
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 64,90;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2021 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 64,90 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2021 de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
- verklaart [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
26-08-2021: 7 locaties in de omgeving van Alphen ad Rijn.
Ik zag rond 15.30 uur een man aan komen lopen om de pas op te halen. Ik vroeg de man naar de code. De man vertelde dat. Ik gaf de enveloppe met daarin de bankpas.
Pleegdatum: donderdag 29 juli 2021
". Ik wil u mededelen dat er iemand heeft geprobeerd om in te loggen op uw rekening, om daar 2900,00 euro op af te halen. Dat hebben wij voorkomen/verijdeld. "Er komen net twee meldingen binnen vanuit Amsterdam en Eindhoven dat iemand heeft geprobeerd om in te loggen op uw account".
Ik hoorde dat hij vroeg om mijn betaalpasnummer. Ik heb dit toen gegeven. Ik heb ook mijn pincode afgegeven. Ik hoorde dat de medewerker zei dat ik de pinpas diagonaal moest doorknippen. Toen vroeg hij het DIGIPASS nummer. Dit heb ik ook gegeven. Ik hoorde dat hij zei dat er een man aan de deur komen. Hij zei dat er om 13:40 uur een bode van de DHL aan de deur zou komen. Ik moest de pas en de DIGIPASS in een envelop doen en er een nummer opzetten een actiecode en een 4 cijfer code. Omstreeks 13:40 uur stond er een man voor de deur. Ik heb de man nog gezien bij mijn voordeur toen hij de pas kwam afhalen.
Ik herkende [verdachte] van de camerabeelden, voornamelijk aan de volgende uiterlijke kenmerken:
- Huidskleur (licht getint);
- Haardracht (opgeschoren donker haar);
- Postuur (slank atletisch postuur);
- Vorm van zijn gezicht (sterke kaaklijn en stand van de neus en ogen);
- Gezichtsbeharing (kort donker baardje);
- Man
- ongeveer 25 jaar oud
- ongeveer l meter 80 lang
- Kort donker haar
- Donkere huidskleur
- Pet wit van kleur met letters DHL
- Jas van DHL