Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- [verdachte] ;
- de officier van justitie: mr. L.H.J. Verheijden;
- de advocaat van [verdachte] : mr. R. Dijkstra (hierna: de advocaat);
- de benadeelde partij: [benadeelde 1] ;
- de gemachtigde van de benadeelde partijen: mr. N. de Vries;
- een raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming: [A] ;
- de jeugdreclasseringswerker van [verdachte] : [B] .
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 31 maart 2026;
- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 2] van 18 april 2025;
opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door meerdere stuks zwaar vuurwerk,
in een brievenbus van de woning aan de [adres] te plaatsen en aan te steken, terwijl daarvan
-gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde woning en in die voornoemde woning aanwezige goederen en naastgelegen woningen, en
- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen, te weten de bewoners van voornoemde woning te duchten was;
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
- een jeugddetentie van 180 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 177 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als algemene voorwaarde het niet plegen van strafbare feiten;
- een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uren, te vervangen door 60 dagen jeugddetentie als [verdachte] deze werkstraf niet of niet goed uitvoert.
6.Vorderingen benadeelde partijen
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- veroordeelt [verdachte] tot
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van
- stelt daarbij
- als
- veroordeelt [verdachte] tot
- beveelt dat als [verdachte] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht, de werkstraf wordt vervangen door 60 dagen jeugddetentie;
- wijst de vordering van [benadeelde 4] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.500,00;
- veroordeelt [verdachte] , hoofdelijk met zijn mededader, tot betaling aan [benadeelde 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [benadeelde 4] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte] in de kosten door de benadeelde gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt [verdachte] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 4] aan de Staat
- wijst de vordering van [benadeelde 5] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.500,00;
- veroordeelt [verdachte] , hoofdelijk met zijn mededader, tot betaling aan [benadeelde 5] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [benadeelde 5] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte] in de kosten door de benadeelde gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt [verdachte] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 5] aan de Staat
- wijst de vordering van [benadeelde 3] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.500,00;
- veroordeelt [verdachte] , hoofdelijk met zijn mededader, tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [benadeelde 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte] in de kosten door de benadeelde gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt [verdachte] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat
- wijst de vordering van [benadeelde 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.500,00;
- veroordeelt [verdachte] , hoofdelijk met zijn mededader, tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [benadeelde 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte] in de kosten door de benadeelde gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt [verdachte] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat
- verklaart [benadeelde 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte] in de kosten door de benadeelde gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt [verdachte] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 1.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 tot de dag van de volledige betaling;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een of meer stuk(s) (zwaar) vuurwerk,
althans een of meer explosieven, op/door een brievenbus van de woning aan de
[adres] te plaatsen/duwen, in elk geval nabij de woning aan de
[adres] te plaatsen, en/of met vuur in aanraking te brengen en/of aan te
steken, terwijl daarvan
-gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde woning en/of in die voornoemde woning aanwezige goederen en/of naastgelegen woningen, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer anderen, te weten de bewoners van voornoemde woning te duchten was;