ECLI:NL:RBMNE:2026:153

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
C/16/605005/ FZ RK 26-10
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens ernstige psychische stoornis en somatische klachten

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een GGz-instelling vanwege een ernstige psychische stoornis in combinatie met somatische klachten. De burgemeester heeft de crisismaatregel op 5 januari 2026 afgegeven. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel.

Tijdens een online zitting op 8 januari 2026 zijn betrokkene, haar advocaat en een verpleegkundig specialist gehoord. Uit medische verklaringen en toelichting blijkt dat betrokkene manische symptomen vertoont, mogelijk veroorzaakt door uitzaaiingen van kanker in de hersenen. Betrokkene heeft recentelijk geprobeerd zichzelf te verwonden, wat de ernst van de situatie onderstreept.

De rechtbank oordeelt dat aan alle wettelijke voorwaarden van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is voldaan en dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De gevraagde machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt daarom verleend voor drie weken, met de nadruk op het zo spoedig mogelijk regelen van ambulante hulp. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De toegewezen vormen van verplichte zorg omvatten onder meer medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en toezicht. De rechtbank erkent de verdrietige en complexe situatie van betrokkene en haar omgeving en benadrukt het belang van ondersteuning en rust tijdens de behandeling.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens ernstige psychische stoornis en somatische klachten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/605005 / FZ RK 26-10
Datum uitspraak: 8 januari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1991 in [plaats 1] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende te GGz Centraal, locatie [locatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. A. Stoel.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 januari 2026, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting heeft in verband met de weersomstandigheden online via Microsoft Teams plaatsgevonden op 8 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A] , als verpleegkundig specialist verbonden aan GGz Centraal.
Verder waren er twee begeleiders van de afdeling bij de zitting aanwezig.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in GGz Centraal, locatie [locatie] te [plaats 2] . De burgemeester van [plaats 2] heeft de crisismaatregel op 5 januari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Er is namelijk aan alle wettelijke voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.3.
Betrokkene zelf is van mening dat de situatie op 4 januari 2026 geëscaleerd is omdat haar familie zich teveel met betrokkene bemoeide vanwege haar uitgezaaide kanker. Het ernstig nadeel dat in de medische verklaring wordt vermeld berust op verklaring van familie, aldus betrokkene, en die kloppen niet. De rechtbank kijkt hier anders tegenaan. In de medische verklaring staat namelijk ook dat de psychiater zelf heeft waargenomen dat in het contract met betrokkene opvalt dat zij andere uitscheldt en verbaal agressief is. Het ernstig nadeel volgt naar het oordeel van de rechtbank daarnaast niet alleen uit de medische verklaring, maar ook uit de toelichting van de verpleegkundig specialist ter zitting. Betrokkene heeft de dag voor de zitting nog geprobeerd zichzelf te verwurgen/verwonden, zo heeft zij verteld. Betrokkene heeft verteld dat dit komt door heftige emoties over wat zij meemaakt: zij heeft in november 2025 gehoord dat zij aan kanker in een vergevorderd stadium lijdt, is nu opgenomen met een crisismaatregel en de dag voor de zitting was de verjaardag van haar jongste kind. De heftige emoties van betrokkene zijn, vindt ook de rechtbank, gelet op de omstandigheden alleszins voorstelbaar, maar haar reactie daarop maakt wel dat sprake is van een situatie die voor betrokkene gevaarlijk is.
4.4.
De advocaat heeft verzocht om afwijzing van het verzoek op grond van het ontbreken van een psychische stoornis. De manische symptomen komen mogelijk namelijk door uitzaaiingen in de hersenen, zo is ter zitting ook bevestigd door de verpleegkundige specialist (die daarover heeft overlegd met de oncoloog van betrokkene). Naar het oordeel van de rechtbank neemt die oorzaak, als die inderdaad komt vast te staan, niet weg dat op dit moment sprake is van een psychische stoornis in de zin van de wet. De oorzaak van de psychische stoornis is daarvoor namelijk niet relevant: feit is dat betrokkene, zo volgt uit de medische verklaring van 5 januari 2026, last heeft van een manie.
4.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
4.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.7.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
4.9.
Tot slot: de rechtbank erkent dat dit een ontzettend ingewikkelde en verdrietige situatie is. Zowel voor betrokkene zelf, als voor haar twee jonge kinderen en haar omgeving. Betrokkene is ernstig ziek en heeft, mogelijk als gevolg van die ziekte, nu daarbij ook ernstige psychische klachten. De rechtbank gunt betrokkene dat zij in deze verdrietige situatie wordt gesteund en de rust krijgt om hier om een zo goed mogelijke wijze mee om te gaan. De rechtbank is daarom ook van oordeel dat de opname zo kort mogelijk moet duren en dat de tijd van de voortzetting van de crisismaatregel gebruikt moet worden om ambulante hulp te regelen (bijvoorbeeld Intensive Home Treatment) of behandeling via de Medisch Psychiatrische Unit; vormen die de verpleegkundige specialist heeft geopperd. Ter zitting is ook gebleken dat de behandelaren hier ook zo tegenaan kijken en er ook al druk mee bezig zijn.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedatum] 1991 in [plaats 1] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Atema, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026, in aanwezigheid van W.P.J. Rubingh, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.