Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een GGz-instelling vanwege een ernstige psychische stoornis in combinatie met somatische klachten. De burgemeester heeft de crisismaatregel op 5 januari 2026 afgegeven. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel.
Tijdens een online zitting op 8 januari 2026 zijn betrokkene, haar advocaat en een verpleegkundig specialist gehoord. Uit medische verklaringen en toelichting blijkt dat betrokkene manische symptomen vertoont, mogelijk veroorzaakt door uitzaaiingen van kanker in de hersenen. Betrokkene heeft recentelijk geprobeerd zichzelf te verwonden, wat de ernst van de situatie onderstreept.
De rechtbank oordeelt dat aan alle wettelijke voorwaarden van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is voldaan en dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De gevraagde machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt daarom verleend voor drie weken, met de nadruk op het zo spoedig mogelijk regelen van ambulante hulp. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven.
De toegewezen vormen van verplichte zorg omvatten onder meer medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en toezicht. De rechtbank erkent de verdrietige en complexe situatie van betrokkene en haar omgeving en benadrukt het belang van ondersteuning en rust tijdens de behandeling.