Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1537

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
C/16/606495 / JE RK 26-162
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige na terugplaatsing bij moeder

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugd & Gezinsbeschermers tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die recentelijk is teruggeplaatst bij haar moeder na een langdurig verblijf in een pleeggezin bij haar grootouders aan vaderszijde.

De vader en moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De ondertoezichtstelling was reeds ingesteld in december 2022 en meerdere malen verlengd, laatstelijk tot 17 maart 2026. De machtiging tot uithuisplaatsing is niet verlengd na 23 februari 2026.

De moeder stemde tijdens de zitting in met een verlenging van zes maanden, hoewel zij een kortere termijn prefereerde. De vader was het eens met het verzoek van de GI. De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd door eerdere ingrijpende gebeurtenissen, de detentie van de vader wegens een ernstige strafzaak, en de recente terugplaatsing bij de moeder.

De GI heeft vertrouwen in een periode van zes maanden om de ondertoezichtstelling af te sluiten, waarbij de betrokkenheid van de GI en de start van een emotieregulatiebehandeling voor de moeder essentieel zijn. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling tot 17 september 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd met zes maanden tot 17 september 2026.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/606495 / JE RK 26-162
Datum uitspraak: 3 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
JEUGD & GEZINSBESCHERMERS,
gevestigd te [plaats 1] ,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M. van Harskamp,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
verblijvend in de Penitentiaire Inrichting [plaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in haar beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- [A.] namens de GI.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont sinds 23 februari 2026 bij de moeder na een langdurig verblijf in het pleeggezin van haar grootouders aan vaderszijde.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 december 2022 [minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 4 maart 2025, tot 17 maart 2026.
2.4.
Daarnaast heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking van 20 december 2022 een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een pleeggezin. Deze maatregel is daarna steeds verlengd tot 23 februari 2026. De machtiging is daarna niet opnieuw verlengd.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De vader is het eens met het verzoek van de GI.
4.2.
De moeder heeft geen bezwaar tegen de verlening van de ondertoezichtstelling, maar zij vindt de duur van een jaar te lang. De moeder zou de ondertoezichtstelling het liefst na een korte verlenging van vier maanden willen afsluiten. Tijdens de zitting heeft zij ingestemd met een duur van zes maanden.

5.De beoordeling

De beslissing
5.1.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met zes maanden, dus tot 17 september 2026 en wijst het verzoek voor het overige af. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De toelichting
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.3.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft in haar leven veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt en is blootgesteld aan onveiligheid en stress in haar opvoedomgeving. De vader van [minderjarige] zit in detentie vanwege de veroordeling voor doodslag op het halfzusje van [minderjarige] . Verder woont [minderjarige] nog maar kort bij haar moeder, nadat zij drie jaar lang bij de opa en oma vaderszijde heeft gewoond. [minderjarige] heeft een goede start gehad bij de moeder en ze is vol enthousiasme begonnen op haar nieuwe school. Omdat er eerder zorgen waren over de opvoedvaardigheden van de moeder, is het van belang dat de GI voorlopig nog betrokken blijft om te kijken hoe het bij de moeder thuis gaat en om te ondersteunen waar dat nodig is. Ook dient de hulpverlening te worden overgedragen naar het vrijwillig kader, en dient de emotieregulatiebehandeling van de moeder te worden gestart. Daarbij acht de kinderrechter het van belang dat de GI de komende maanden nog monitort hoe het contact van [minderjarige] met de vader en zijn familie verloopt.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De GI heeft tijdens de zitting verklaard dat er inmiddels goede stappen zijn gezet door de ouders en dat de GI er daarom vertrouwen in heeft dat een periode van zes maanden voldoende is om de ondertoezichtstelling goed af te sluiten. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom verlengen met zes maanden en het verzoek voor het overige afwijzen.
5.5.
Tijdens de ondertoezichtstelling zal aan de volgende doelen worden gewerkt:
  • [minderjarige] groeit op in een veilige, stabiele en adequate opvoedingsomgeving waarin zij een beschikbare en stabiele opvoeder heeft;
  • [minderjarige] heeft veilig, voorspelbaar en onbelast contact met haar vader;
  • [minderjarige] heeft een vaste omgangsregeling met opa en oma (vaderszijde).
Uitvoerbaar bij voorraad
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 17 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het verzoek voor het overige af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 door mr. G.L.M. Urbanus, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. W.M.A. Roseboom als griffier, en op schrift gesteld op 24 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.