Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
Procesverloop
€ 973.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van dit object ook een aanslag onroerendzaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
3 april 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser gegrond verklaard en de WOZ-waarde van het object verlaagd naar € 948.000,-.
Overwegingen
€ 4.359,-. De gemiddelde prijs per m² van de referentiewoningen is € 4.859,-. De woning van eiser is 130 m². Dit komt neer op een verschil van € 56.000,- [1] . Dit is naar oordeel van de rechtbank voldoende om eventuele verschillen tussen de woning en deze referentiewoningen te compenseren.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. S. Vermeer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.