Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 14;
2.Kern van de zaak
3.De beoordeling
- een minimale huur van EUR 6.000 per maand exclusief BTW; en
- een minimale huurtermijn van 5 jaar.
hebben we nog het volgende besproken: (…)
track changes) staat opgenomen (productie G8 van [gedaagde] ). Deze bepaling is ongewijzigd gebleven in de definitieve koopovereenkomst zoals die later die dag door/namens partijen is ondertekend.
“Huurder heeft opgezegd maar [gedaagde (voornaam)]regelt(onderstreping rechtbank)
voor 1-4-2024 een nieuwe huurovereenkomst met haar voor een huurprijs van minimaal EUR 6.000 excl BTW per maand betreffende de winkelruimte op de begane grond.”Als [gedaagde] niet meer dan een inspanningsverplichting op zich wilde nemen met betrekking tot de nieuwe huurovereenkomst, had het op zijn weg gelegen om bezwaar te maken tegen de inhoud van ofwel deze e-mails, ofwel de (concept) koopovereenkomst. Dat heeft hij niet gedaan. Dat verbaast niet omdat [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling heeft gezegd dat hij er destijds van uitging dat het hem zou lukken om met de bestaande huurder tot een nieuwe huurovereenkomst te komen. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling nog verklaard dat hij ten tijde van de e-mails en ondertekening van de koopovereenkomst op vakantie was en deze daardoor niet goed heeft gelezen. Als dat al zo was, komt dit voor zijn eigen rekening en risico. Nu [gedaagde] de huurovereenkomst met de bestaande huurder niet heeft kunnen verlengen, is hij op grond van de koopovereenkomst de in artikel 2 opgenomen Pro financiële sanctie verschuldigd.
twee keerzo hoog is als wat [eiseres] aan huur zou ontvangen indien [gedaagde] wel aan de resultaatsverbintenis had voldaan. In dat laatste geval zou [eiseres] namelijk vijf jaar lang
Vanwege deze toewijzing is de voorwaarde vervuld die [eiseres] op de mondelinge behandeling heeft gesteld aan de intrekking van de vordering die is genoemd in het petitum sub 3 van de dagvaarding. Deze ziet op de door [eiseres] gestelde kleinere verhuurbare vloeroppervlakte aan bedrijfsruimte op de begane grond. Die vordering behoeft daarom geen behandeling en beoordeling meer.
due diligencete doen. Niet is gebleken dat [gedaagde] dit heeft verboden. Als dat al wel het geval zou zijn geweest, had het op de weg van een professionele partij als [eiseres] gelegen om in artikel 2 (b) van de koopovereenkomst te benadrukken dat het om VVO moest gaan als dit voor haar cruciaal was. Dat geldt vooral omdat [eiseres] de enige partij was die contact had met de concipiënt van de koopovereenkomst, de notaris, en [eiseres] de koopovereenkomst door hem op verschillende (andere) punten heeft laten aanpassen. Door op het punt van de in het huuroverzicht genoemde vierkante meters niet aan de notaris door te geven dat dit VVO moest zijn, heeft [gedaagde] ook niet hoeven begrijpen dat dit een cruciaal punt voor [eiseres] was bij het aangaan van de koopovereenkomst of dat [eiseres] daarover zou kunnen dwalen en waarover hij haar moest informeren. Dat geldt temeer omdat niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] wist wat de plannen van [eiseres] met het pand waren. Zou [eiseres] de kantoorruimte als zodanig blijven verhuren, of zou het worden verbouwd tot woonruimte? In het laatste geval zou de grootte van het appartement op een andere manier van belang zijn dan voor verhuur als kantoorruimte.