Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1566

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
C/16/588281 / FO RK 25-120
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a lid 2 BWArt. 3 IVRK
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging regeling vakantiewisselmomenten en gebruik mobiele telefoons in ouderschapsplan

De rechtbank Midden-Nederland behandelde een verzoek van de moeder om de regeling omtrent wisselmomenten tijdens vakanties te wijzigen en voorwaarden te stellen aan het gebruik van mobiele telefoons door de kinderen. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen met een hoofdverblijfplaats bij de moeder. De moeder verzocht onder meer om de vakantiewisselmomenten te wijzigen naar zaterdag 14:00 uur, een dwangsom op te leggen aan de vader bij niet-naleving, een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming en een regeling omtrent communicatie via mobiele telefoons.

De rechtbank wees het verzoek tot onderzoek door de Raad af, omdat dit op dat moment geen meerwaarde had. Wel onderschreef de rechtbank het belang van het hulpverleningstraject parallel ouderschap voor beide ouders vanwege de belastende omgang en mogelijke loyaliteitsproblemen bij de kinderen. De vader stemde in met deelname aan dit traject.

De rechtbank wijzigde de vakantiewisselmomenten naar zaterdag 11:00 uur en legde vast dat de vader tijdig de moeder via noodnummers of e-mail moet informeren bij ziekte of ernstige situaties van de kinderen. De rechtbank stelde voorwaarden aan het gebruik van één mobiele telefoon per kind vanaf groep 7, waarbij de telefoon meegaat naar beide ouders, communicatie met de andere ouder en familieleden mogelijk is, en ouders elkaar niet mogen blokkeren. Het verzoek om een dwangsom werd afgewezen vanwege mogelijke executiegeschillen. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de regeling voor vakantiewisselmomenten en stelt voorwaarden aan het gebruik van mobiele telefoons, wijst verzoeken tot dwangsom en Raadsonderzoek af en compenseert proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/588281 / FO RK 25-120
Gezag en omgang
Beschikking van 17 maart 2026
in de zaak van:
[moeder],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. J.J. Blok,
tegen
[vader],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. F.W. Amendt.

1.De procedure

1.1
De rechtbank heeft op 18 april 2025 de beslissing op de verzoeken van de moeder over de wisselmomenten tijdens de vakanties aangehouden in afwachting van de uitkomst van het Uniform Hulpaanbod. Daarnaast heeft de rechtbank een voorlopige regeling getroffen voor de wisselmomenten in de vakanties.
1.2
De rechtbank heeft daarna kennisgenomen van:
  • het Eind plan van aanpak Ouderschapsbemiddeling van Youké, binnengekomen op 29 juli 2025;
  • de brief van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 4 augustus 2025;
  • de brief van de moeder van 5 augustus 2025;
  • de brief van de Raad van 22 december 2025;
  • de brief van de moeder van 16 februari 2026 met bijlagen en aanvullende verzoeken;
  • het bericht van de vader van 16 februari 2026 met bijlagen.
1.3
Op 27 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Aanwezig waren:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [A] namens de Raad.
2 Waar de procedure over gaat
De feiten
2.1
De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van 2 juli 2024 is de echtscheiding van partijen uitgesproken. De echtscheiding is op 9 juli 2024 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Arnhem.
2.2
De ouders hebben samen twee kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] .
2.3
De ouders hebben in hun ouderschapsplan afgesproken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben. [minderjarige 1] staat ingeschreven op het adres van de vader en [minderjarige 2] staat ingeschreven op het adres van de moeder. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven (ongeveer) de helft van de tijd bij iedere ouder.
2.4
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over de kinderen nemen.
2.5
De ouders hebben in het ouderschapsplan een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken afgesproken.
Het geschil
2.6
De rechtbank moet nog beslissen op het verzoek van de moeder om:
- de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 2 juli 2024 (zaaknummer: C/16/555080/FA RK 23-739) en het daarvan deel uitmakende ouderschapsplan ter zake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen in die zin dat de rechtbank:
de regeling betreffende de wisselmomenten gedurende de vakantieweken wijzigt aldus dat die regeling als volgt komt te luiden:
De vakantieweken beginnen op zaterdag om 14:00 uur en eindigen ook op zaterdag om 14:00 uur;
2.7
Daarnaast heeft de moeder haar verzoeken als volgt aangevuld:
  • de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten om onderzoek te doen naar en advies uit te brengen over de veiligheid van en de risico’s voor de kinderen van de opvoeding door beide ouders;
  • te bepalen dat de vader moet deelnemen aan het hulpverleningstraject parallel ouderschap;
  • te bepalen dat de vader tijdig - uiterlijk een uur voordat hij de kinderen bij de moeder brengt dan wel hen naar haar laat toegaan - het hem bekende noodnummer (telefoon moeder en indien dat noodzakelijkwijs weer geblokkeerd is de aan vader doorgegeven noodnummers) belt wanneer er sprake is van ziekte bij de kinderen of er zich een andere situatie voordoet waardoor de kinderen niet naar school kunnen en moeder verantwoordelijk is voor de zorg van de kinderen;
  • te bepalen dat de vader de moeder direct via het hem bekende noodnummer dient te informeren wanneer er sprake is van een ernstige gezondheidssituatie bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (zoals ziekte en ongevallen);
  • te bepalen dat de ouders er beide aan mee moeten werken dat de kinderen vanaf de datum dat zij in groep 7 van de basisschool zitten, de beschikking krijgen over één eigen mobiele telefoon, met bepaling dat:
a. deze telefoon meegaat naar vader en moeder en door het kind gebruikt mag worden voor communicatie met de andere ouder en diens familieleden,
b. dat ouders niet de andere ouder en familieleden van de kinderen op die telefoon mogen blokkeren;
c. die telefoon uitsluitend bedoeld is voor het betreffende kind en niet gebruikt mag worden door een ouder om contact te leggen met de andere ouder;
d. die telefoon door de ouders niet van de kinderen mag worden afgenomen.
- te bepalen dat de vader een dwangsom van € 1.000 aan de moeder verbeurt voor elke keer dat hij geen uitvoering geeft aan één van de hiervoor verzochte regelingen.
2.8
Haar overige verzoeken heeft zij tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken.
2.9
De vader heeft verweer gevoerd. Hij vraagt de rechtbank om de verzoeken van de moeder af te wijzen met veroordeling van de moeder in de kosten van de procedure.

3.De beoordeling

Geen Raadsonderzoek
3.1
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder om de Raad opdracht te geven om onderzoek te doen af. De rechtbank ziet op dit moment geen meerwaarde van een onderzoek door de Raad. De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat bij de huidige stand van zaken de uitkomst van een onderzoek zal zijn dat de vader het hulpverleningstraject parallel ouderschap moet gaan volgen, net als de moeder.
3.2
De rechtbank onderschrijft de noodzaak van het hulpverleningstraject parallel ouderschap voor beide ouders. De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling uitgelegd dat de wijze waarop de ouders met elkaar omgaan belastend is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Die belasting neemt naar verwachting toe als de kinderen de puberteit bereiken. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen hierdoor uiteindelijk ernstige loyaliteitsproblemen ontwikkelen. Dit kan er in het slechtste geval toe leiden dat zij zich genoodzaakt voelen om voor één van de ouders te kiezen. Daarbij komt dat loyaliteitsproblemen de kans op problemen in andere relaties en op psychische klachten verhogen, ook op latere leeftijd. Als de ouders op de huidige voet met elkaar verdergaan, dan adviseert de Raad bovendien de huidige zorgverdeling te wijzigen. Dan moet gedacht worden aan een regeling waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een weekend in de 14 dagen bij de ene ouder verblijven en de rest van de tijd bij de andere ouder.
3.3
Op dit moment houden de kinderen zich nog staande tussen de ouders. De ouders hebben dus nu nog de kans om voormeld scenario te voorkomen. Het hulpverleningstraject parallel ouderschap is hiervoor de aangewezen weg. De moeder is al gestart en zij ervaart het traject als helpend. De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling ook ingestemd met het doorlopen van dit traject. Dat is positief. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader zich zo snel mogelijk aanmeldt.
Zorgregeling
3.4
De rechtbank zal vastleggen dat het wisselmoment in de vakanties plaatsvindt om 11.00 uur ’s ochtends. De ouders zijn het hierover eens.
Informatieregeling
3.5
De ouders zijn het erover eens dat zij elkaar bij onverwachte situaties en ziekte en ongevallen van de kinderen moeten informeren, alleen niet over de wijze waarop de vader de moeder moet informeren. De rechtbank beslist dat de vader tijdig - uiterlijk een uur voordat hij de kinderen bij de moeder brengt dan wel hen naar haar laat toegaan - de hem bekende noodnummers van de ouders van de moeder belt dan wel naar het hem bekende e-mailadres van de moeder mailt wanneer er sprake is van ziekte bij de kinderen of er zich een andere situatie voordoet waardoor de kinderen niet naar school kunnen en moeder verantwoordelijk is voor de zorg van de kinderen. De rechtbank beslist verder dat de vader de moeder direct via de hem bekende noodnummers van de ouders van de moeder dient te informeren wanneer er sprake is van een ernstige gezondheidssituatie bij [minderjarige 1] en/of [minderjarige 2] (zoals ernstige ziekte en ongevallen). Het is aan de moeder om te zorgen dat zij op deze manier bereikbaar is voor de vader.
3.6
Anders dan de Raad acht de rechtbank het op dit moment niet helpend als de vader rechtstreeks telefonisch contact opneemt met de moeder. De moeder stelt dat de vader haar allerlei verwijten maakt zodra hij haar telefonisch kan bereiken. De moeder heeft de vader daarom op advies van de hulpverlening geblokkeerd. De rechtbank wil dat advies van de hulpverlening op dit moment niet doorkruisen. De rechtbank hoopt dat parallel ouderschap leidt tot dusdanige verbetering van de verhoudingen tussen de ouders dat in de toekomst in ieder geval minimale telefonische communicatie tussen de ouders mogelijk is, maar dat is geen doel op zich. Bovendien is ook tijdens de mondelinge behandeling het beeld ontstaan dat de vader de moeder nog veel verwijt, gelet op zijn opmerkingen over bijvoorbeeld de voormalige echtelijke woning en de alimentatie. De vader heeft aangevoerd dat hij geen telefonisch contact wil met de vader van de moeder vanwege een incident tussen hen, maar er zijn voldoende alternatieven, namelijk contact via de e-mail van de moeder en het telefoonnummer van de moeder van moeder.
Geschillenregeling
3.7
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder over de mobiele telefoon voor de kinderen toe, behalve voor zover het de bepaling betreft dat de ouders de telefoon van de kinderen niet mogen afnemen.
3.8
De rechtbank kan op verzoek van een ouder een regeling vaststellen over de uitoefening van het ouderlijk gezag. Dat volgt uit de wet. [1] De wet stelt geen eisen aan de aard of de ernst van het geschil. Om van een gezagsgeschil te kunnen spreken, moet naar het oordeel van de rechtbank wel sprake zijn van een geschil over een beslissing die de dagelijkse, directe verzorging van een kind overstijgt.
3.9
Het al dan niet gebruiken van een mobiele telefoon als communicatiemiddel met de buitenwereld ziet de rechtbank op zichzelf als een gezagsbeslissing. Dat is alleen niet waar het geschil van de ouders op ziet. [minderjarige 1] heeft namelijk bij beide ouders een telefoon om te communiceren met (bijvoorbeeld) vriendjes, die niet meegaat naar de andere ouder. Maar [minderjarige 1] wil graag één telefoon. Dat kan de rechtbank zich goed voorstellen, want het is erg onhandig om de ene keer op het ene nummer en de andere keer op het andere nummer bereikbaar te zijn.
3.1
Een gedetailleerde regeling over hoe voornamelijk
de oudersde telefoon van hun kind wel of niet mogen gebruiken, valt naar het oordeel van de rechtbank in beginsel niet onder de reikwijdte van de geschillenregeling. Dat is iets wat ouders samen moeten afspreken. Als dat niet lukt, zullen ouders moeten (leren) verdragen dat dit bij de één misschien anders gaat als bij de ander. Het voorgaande kan anders zijn als het belang van het kind vereist dat toch een dergelijke regeling wordt vastgesteld. De rechtbank dient namelijk bij al haar beslissingen ook het belang van het kind mee te wegen. [2]
3.11
De rechtbank zal hier het verzoek van de moeder grotendeels toewijzen. Als de rechtbank de verzoeken van de moeder afwijst, dan is het hier hoogst onwaarschijnlijk dat het de ouders lukt om samen afspraken te maken. Dan blijft [minderjarige 1] zitten met het probleem van de twee telefoons en [minderjarige 2] in de toekomst ook. Dit wil de rechtbank voorkomen, net als nieuwe gerechtelijke procedures over dit onderwerp, die ook niet in het belang van de kinderen zijn.
3.12
De verzoeken die de moeder doet, eigenlijk zijnde voorwaarden die zij stelt aan het gebruik van de mobiele telefoons van de kinderen, zijn niet onredelijk gelet op de complexe scheidingssituatie waarin de ouders verkeren. Enkel voor het afpakken van de telefoon ziet de rechtbank dat anders. Het valt onder de opvoedkundige vrijheid en verantwoordelijkheid van de ouders om de telefoon van de kinderen al dan niet tijdelijk af te pakken als zij dat nodig vinden. Als de rechtbank dit op voorhand verbiedt, dan kunnen de ouders niet meer zelf besluiten tijdelijk een telefoon van een kind af te nemen, bijvoorbeeld omdat een kind te veel op zijn/haar telefoon zit als hij/zij aan school moet werken of moet slapen. De rechtbank gaat er bovendien vanuit dat de ouders terughoudend zullen zijn met het afnemen van de telefoons van de kinderen, omdat dit voor de kinderen niet prettig is.
Dwangsom
3.13
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder om een dwangsom te verbinden aan de toegewezen verzoeken af. De regelingen zoals deze zijn verzocht lenen zich niet allemaal voor het opleggen van een dwangsom en de rechtbank vreest daarnaast voor executiegeschillen. Dat is niet helpend in de gegeven situatie.
Proceskosten
3.14
Anders dan de vader, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in familierechtzaken dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd. Dat wil zeggen dat ieder de eigen proceskosten moet betalen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
wijzigt haar eerdere beschikking van 2 juli 2024 en het ouderschapsplan dat onderdeel uitmaakt van die beschikking, in die zin dat de regeling betreffende de wisselmomenten gedurende de vakantieweken wijzigt en komt te luiden:
de vakantieweken beginnen op zaterdag om 11:00 uur en eindigen ook op zaterdag om 11:00 uur;
4.2
beslist dat de vader tijdig - uiterlijk een uur voordat hij de kinderen bij de moeder brengt dan wel hen naar haar laat toegaan - de hem bekende noodnummers van de ouders van de moeder belt dan wel naar het hem bekende e-mailadres van de moeder mailt wanneer er sprake is van ziekte bij de kinderen of er zich een andere situatie voordoet waardoor de kinderen niet naar school kunnen en moeder verantwoordelijk is voor de zorg van de kinderen;
4.3
beslist dat de vader de moeder direct via de hem bekende noodnummers van de ouders van de moeder dient te informeren wanneer er sprake is van een ernstige gezondheidssituatie bij [minderjarige 1] en/of [minderjarige 2] (zoals ernstige ziekte en ongevallen);
4.4
beslist dat de ouders eraan mee moeten werken dat de kinderen vanaf de datum dat zij in groep 7 van de basisschool zitten, de beschikking krijgen over één eigen mobiele telefoon, met bepaling dat:
  • deze telefoon meegaat naar vader en moeder en door het kind gebruikt mag worden voor communicatie met de andere ouder en diens familieleden,
  • dat ouders niet de andere ouder en familieleden van de kinderen op die telefoon mogen blokkeren;
  • die telefoon uitsluitend bedoeld is voor het betreffende kind en niet gebruikt mag worden door een ouder om contact te leggen met de andere ouder;
4.5
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder de eigen proceskosten draagt;
4.7
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. D. Riani el Achhab, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. F. de Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:253a lid 2 BW
2.Artikel 3 IVRK Pro