Verzoekster heeft op 21 november 2025 een aanvraag ingediend voor een verklaring omtrent het gedrag met politiegegevens (VOG P) voor een toezichthouderfunctie. De staatssecretaris heeft deze aanvraag op 5 februari 2026 afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat het objectieve criterium voor afgifte van de VOG P niet in geschil was, maar dat het subjectieve criterium – de belangenafweging tussen het belang van verzoekster en het belang van de samenleving – doorslaggevend was. Hoewel verzoekster een positieve persoonlijke ontwikkeling doormaakt en een zwaarwegend persoonlijk belang heeft bij de VOG P, is de tijd tussen de politiegegevens en deze ontwikkeling onvoldoende om het risico voor de samenleving te verwaarlozen.
De politiegegevens tonen meerdere registraties waarin verzoekster betrokken was bij ongewenst gedrag, waaronder schreeuwen en schelden, wat niet passend wordt geacht voor de functie. De voorzieningenrechter concludeert dat de staatssecretaris het belang van de samenleving voorlopig zwaarder mocht laten wegen dan het belang van verzoekster. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.