Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 9 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnotities van [eiser] ;
- de pleitnotities van Univé.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Op 18 juli 2024 raakte eiser betrokken bij een verkeersongeval waarvoor Univé aansprakelijkheid erkende. Eiser ontving reeds voorschotten van circa €14.000, maar vorderde een aanvullend voorschot van €30.000 wegens hogere schade.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn schade de reeds betaalde voorschotten substantieel overstijgt. Er bestaat onzekerheid over het arbeidsverleden en het te verwachten verdienvermogen zonder ongeval, mede door pre-existente medische klachten en een niet concreet re-integratietraject.
Hoewel eiser een spoedeisend belang heeft vanwege financiële problemen, weegt het restitutierisico mee. De rechtbank benadrukt dat nader medisch onderzoek nodig is om de schadeoorzaak te bepalen en wijst erop dat Univé verantwoordelijk is voor het faciliteren hiervan.
De vordering tot aanvullende voorschotten wordt afgewezen, maar de proceskosten worden gecompenseerd omdat de vertraging in de afwikkeling grotendeels aan Univé te wijten is. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot aanvullende voorschotten wordt afgewezen, maar proceskosten worden gecompenseerd vanwege vertraging door de verzekeraar.