De rechtbank Midden-Nederland ontving op 26 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1981, die verblijft in een kliniek. Op 19 maart 2026 vond de zitting plaats waarbij betrokkene en zijn advocaat werden gehoord, evenals de assistent hoofdbehandelaar.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en middelenafhankelijkheid, wat leidt tot ernstig lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Er is zorg nodig om dit ernstig nadeel af te wenden, maar vrijwillige zorg is niet mogelijk. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk.
De rechtbank wees diverse vormen van verplichte zorg toe, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking, insluiting, toezicht, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen en bezoek. Deze maatregelen zijn evenredig, effectief en noodzakelijk om de veiligheid en maatschappelijke participatie van betrokkene te waarborgen.
De zorgmachtiging geldt voor 24 maanden tot en met 19 maart 2028. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter J.P.M. Schwillens, met de mogelijkheid tot cassatie.