Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
16.066061.24
,
[geboortedatum] 1996in
[geboorteplaats](Duitsland),
[adres 1],
[postcode]in
[plaats],
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. J.P. Jansen;
- de advocaat van de verdachte: mr. W.S. de Zanger (hierna: de advocaat);
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. R.H. Jager
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
Dit gedrag van verdachten, ongeacht het antwoord op de vraag of [slachtoffer 1] zwart gewerkt heeft en [bedrijf] daarmee tekort heeft gedaan, is te bestempelen als eigenrichting, waarmee de wederrechtelijkheid van de gedragingen van verdachten reeds is gegeven.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en/of maatregel
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
A: Volgens mij een dag daarvoor. [medeverdachte 1] heeft me toen gebeld. Hij vertelde wat er gaande was, en dat hij daarom een gesprek wilde de volgende dag. Ik moest sowieso bij de vergadering zijn. Hij heeft iedereen gebeld met de vraag of het klopt dat er gestolen werd. Hij vroeg ook: wist jij dat [slachtoffer 1] zijn kaartje geeft aan mijn klanten? (…) Dat was dus op zondag of zaterdag. [8]
Ik zag om 09.10 uur dat [medeverdachte 3] , [F] , [G] , [H] , NNM05, 07, 09, 15 en 17 kantoor 1 uitliepen. Ik zag dat [slachtoffer 1] rechtsonder uit het zichtveld van de camera liep.
Ik zag dat [A] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] NNM08 en 10 (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] : hierna aangeduid als [medeverdachte 2] ) kantoor 1 niet verlieten. [18]
Ik zag om 09.14 uur dat [medeverdachte 1] wat vellen papier en een pen op de hoek van het bureau neerlegde. [21]
Ik zag om 09.14 uur dat [slachtoffer 2] onderin uit beeld verdween
Ik zag dat [medeverdachte 2] bleef uithalen in de richting van [slachtoffer 2] en dat [slachtoffer 2] zichzelf probeerde te verdedigen.
Ik zag dat [slachtoffer 2] zijn armen uitstak naar [medeverdachte 2] . [24]
Ik zag dat de deur sinds de start van het slaan niet onbemand was geweest. [33]