Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de berichten van de vader van 22 januari 2026;
- het bericht van de moeder van 10 februari 2026 met bijlagen;
- de brief van de vader van 12 februari 2026 met gewijzigde verzoeken en bijlagen.
- de moeder met haar advocaat;
- mevrouw [A] en mevrouw [B] namens de GI;
- de heer [C] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
2.De belangrijke feiten
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] .
- de vader heeft eenmaal per veertien dagen één uur onder begeleiding van SOVEE begeleide omgang met [minderjarige] , en;
- de vader heeft in de week dat er geen fysieke omgang is met [minderjarige] , een videobelmoment met [minderjarige] , welk moment tussen de ouders afgesproken zal worden.
3.De verzoeken
4.De beoordeling
- [minderjarige] heeft omgang met de vader op aanwijzing van de GI;
- waarbij de GI de duur, frequentie, plaats, opbouw en invulling van de omgang bepaalt, waaronder begrepen ook de voorwaarde of er begeleiding van de omgang noodzakelijk is.
- de moeder informeert de vader (met tussenkomst van de GI) eenmaal per maand over hoe het met [minderjarige] gaat;
- de moeder stuurt hierbij geen foto’s van [minderjarige] , maar alleen een kort verslag over haar gezondheid, school, hobby’s, sport en sociale contacten.
5.De beslissing
- [minderjarige] heeft omgang met de vader op aanwijzing van de GI;
- waarbij de GI de duur, frequentie, plaats, opbouw en invulling van de omgang bepaalt, waaronder begrepen ook de voorwaarde of er begeleiding van de omgang noodzakelijk is;
- de moeder informeert de vader (met tussenkomst van de GI) eenmaal per maand over hoe het met [minderjarige] gaat;
- de moeder stuurt hierbij geen foto’s van [minderjarige] , maar alleen een kort verslag over haar gezondheid, school, hobby’s, sport en sociale contacten;