Eisers hebben beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren heeft verleend voor het kappen van 25 bomen op een perceel waar een woonzorgcomplex voor senioren gepland is.
Een van de eisers diende het beroepschrift te laat in, wat de rechtbank niet verschoonbaar achtte, waardoor het beroep van deze eiser niet-ontvankelijk werd verklaard. De overige eisers hadden tijdig beroep ingesteld en hun gronden aangevuld binnen de gestelde termijnen.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht aannam dat de aanvrager belanghebbende was bij de aanvraag en dat de vergunning niet in strijd was met het verbod op vooringenomenheid. Omdat de bomen al gekapt waren, was er geen belang meer bij het beroep op dat punt. De beroepsgrond tegen de herplantplicht werd ingetrokken, zodat de rechtbank deze niet inhoudelijk hoefde te beoordelen.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep van de te late eiser niet-ontvankelijk en wees het beroep van de overige eisers af, waardoor het bestreden besluit en de omgevingsvergunning in stand blijven. Eisers krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.