Eiseres diende een aanvraag in voor een traplift op grond van de Wmo 2015, welke door het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein werd afgewezen vanwege een inadequate verhuizing. De rechtbank beoordeelde het beroep op het besluit van 7 oktober 2025, waarin het bezwaar van eiseres ongegrond werd verklaard.
De rechtbank stelde vast dat eiseres al vóór haar verhuizing in 2022 beperkingen had bij het traplopen en dat haar familie op de hoogte was van haar progressieve ziekte. Het college had daarom terecht geoordeeld dat de verhuizing niet passend was, omdat rekening had moeten worden gehouden met haar beperkingen en de te verwachten achteruitgang.
Eiseres voerde aan dat haar situatie sinds de aanvraag was verslechterd door een val in 2023, maar de rechtbank oordeelde dat deze achteruitgang binnen het te verwachten ziekteverloop viel en reeds was meegenomen in eerdere beoordelingen. Ook stelde eiseres dat de nieuwe woning vergelijkbaar was met de oude en dat er geen passende alternatieven beschikbaar waren, maar zij kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank concludeerde dat de gevolgen van de verhuizing aan eiseres kunnen worden toegerekend, ondanks haar beperkte inzicht en de rol van haar familie. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskosten.