ECLI:NL:RBMNE:2026:1635
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verblijfsontzegging in stationsgebied Utrecht
Verzoeker heeft op 10 maart 2026 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van de burgemeester van Utrecht van 11 februari 2026, waarin hem een verblijfsontzegging is opgelegd voor het gebied Hoog Catharijne, het Centraal Station Utrecht, het stationsgebied en de wijk Lombok vanwege overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordeningen door alcoholgebruik.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is en ziet geen aanleiding om partijen uit te nodigen voor een zitting. Verzoeker stelt dat zijn bewegingsvrijheid wordt beperkt en dat het gebiedsverbod niet in verhouding staat tot de overtreding, mede omdat hij vaak met de trein reist via het station Utrecht.
Eerder was al een verblijfsontzegging van één maand opgelegd voor dezelfde gedraging, waartegen ook bezwaar en een verzoek om voorlopige voorziening was ingediend, dat toen niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan spoedeisend belang. De voorzieningenrechter ziet geen nieuwe gronden die tot een ander oordeel leiden. Bovendien is de verblijfsontzegging inmiddels verlopen, waardoor het spoedeisend belang ontbreekt.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verblijfsontzegging wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.