Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1636

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
11248739
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 GrondwetArt. 10 EVRMArt. 160 Wegenverkeerswet 1994Art. 40 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete voor het beplakken van kentekenplaat met Nederlandse leeuw over Europese vlag

De betrokkene kreeg een boete van €160 omdat hij op 7 juli 2023 in Almere stickers met de Nederlandse leeuw op zijn kentekenplaten had geplakt, precies over de Europese vlag, waardoor de platen niet aan wettelijke eisen voldeden. Hij stelde dat dit een uiting van vaderlandsliefde was en beriep zich op zijn vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid.

De kantonrechter oordeelde dat de staandehouding rechtmatig was op grond van artikel 160 Wegenverkeerswet Pro 1994. De kentekenplaten moeten voldoen aan de Regeling kentekens en kentekenplaten, waaronder het zichtbaar zijn van het Europese embleem en de landcode. Het aanbrengen van stickers op de kentekenplaat is niet toegestaan.

Hoewel de vrijheid van meningsuiting wordt erkend, vormt de regeling een gerechtvaardigde beperking omdat het harmoniseren van kentekenplaten binnen de EU een dringende maatschappelijke behoefte dient, zoals het voorkomen van wanordelijkheden en het opsporen van grensoverschrijdende criminaliteit. De boete is proportioneel, maar vanwege het niet binnen redelijke termijn doen van uitspraak wordt de boete met 25% gematigd tot €120. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Boete voor het beplakken van kentekenplaat met Nederlandse leeuw bevestigd, maar met 25% gematigd wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
zittingsplaats Utrecht
zaaknummer: 11248739 MM VERZ 24-1909
CJIB-nummer: 259236466
beslissing van de kantonrechter van 13 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 30 maart 2026
inzake

[betrokkene] uit [plaats] ,

hierna te noemen: de betrokkene

Inleiding

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 160,00, omdat op 7 juli 2023 in Almere is geconstateerd dat de kentekenplaat van zijn auto niet aan de eisen voldoet (feitcode K405).
De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 30 maart 2026. De betrokkene was vanwege andere verplichtingen niet aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig.
De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

1. De betrokkene wijst er allereerst op dat er geen enkele reden om hem staande te houden, behalve dat hij in een oude auto reed.
2. De kantonrechter overweegt daarover dat iedere auto die op de weg rijdt in het kader van een verkeerscontrole staande kan worden gehouden. De grondslag daarvoor is artikel 160 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Er is geen bijzondere reden nodig voor de staandehouding, maar de omstandigheid dat iemand in een oude auto rijdt kan inderdaad een reden zijn dat juist die auto geselecteerd wordt voor de controle. De staandehouding was dus niet onrechtmatig.
3. Deze zaak gaat verder over de vraag of het terecht is dat de betrokkene een boete heeft gekregen, omdat hij op de kentekenplaten van zijn auto een sticker met de Nederlandse leeuw had geplakt, precies over de Europese vlag.
4. Iedere auto moet kentekenplaten hebben, die behoorlijk zichtbaar zijn. Dat volgt uit artikel 40, eerste lid, van de Wegenverkeerswet. De kentekenplaten moeten verder voldoen aan de eisen die staan in de Regeling kentekens en kentekenplaten. Een van die eisen is dat de kentekenplaat is voorzien van het Europese embleem en de landenindicator, overeenkomstig de voorschreven modellen. Dit houdt in dat kentekenplaten aan de linkerzijde zijn voorzien van een Europese vlag met daaronder de landcode NL.
5. Partijen zijn het erover eens dat de kentekenplaten van de betrokkene niet aan deze eisen voldeden, vanwege de stickers die hij op de kentekenplaten had geplakt. De betrokkene vindt het niet terecht dat hij hiervoor een boete heeft gekregen. Hij wijst erop dat zijn vaderlandslievendheid wordt afgestraft en dat hij wordt gedwongen om meer te houden van de Europese Unie dan van zijn eigen land. Hij beroept zich op zijn godsdienstvrijheid, omdat het logo op de vlag van de Europese Unie onder andere de Grieks-Romeinse god van de zee Poseidon of Neptunus symboliseert en daarmee volgens hem een profane uiting is.
6. De kantonrechter vult de rechtsgronden aan en overweegt dat de betrokkene zich beroept op zijn vrijheid van meningsuiting: met de afbeelding van de Nederlandse leeuw geplakt over de Europese vlag wil hij laten zien dat hij Nederland belangrijker vindt dan de Europese Unie. De vrijheid van meningsuiting wordt beschermd door artikel 7 van Pro de Grondwet en artikel 10 van Pro het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Regeling kentekens en kentekenplaten en de daarop gebaseerde boete vormen een beperking van de vrijheid van meningsuiting van de betrokkene, als eigenaar van een auto. De kentekenplaten moeten op de auto aanwezig zijn en er mogen geen wijzigingen op worden aangebracht, zodat het deel van de auto waar de kentekenplaten zich moeten bevinden niet kan worden gebruikt om een mening te uiten.
7. De Regeling kentekens en kentekenplaten is echter niet in strijd met de grondrechten van de betrokkene. De regels over kentekens maken het namelijk niet onmogelijk om meningen te uiten op of aan een auto: het overgrote deel van de auto kan daarvoor alsnog gebruikt worden. In het verleden is dat bijvoorbeeld gebeurd toen automobilisten met rode zakdoeken lieten weten dat zij protestacties tegen het stikstofbeleid steunden. Afgezien van de kentekenplaten had de betrokkene een groot gedeelte van zijn auto kunnen beplakken met stickers met de Nederlandse leeuw (met de kanttekening dat andere regels bepalen dat bijvoorbeeld verlichting, spiegels en ramen vanzelfsprekend niet mogen worden belemmerd).
8. Dat in dit geval een boete is opgelegd voor het overtreden van de regels over kentekens is ook niet in strijd met de grondrechten van de betrokkene. De mogelijkheid om voor deze overtreding een boete op te leggen, is in de wet geregeld. Met de introductie van het Europese embleem op kentekenplaten is in 2000 beoogd om de kentekenplaatmodellen binnen de Europese Unie te harmoniseren. [1] De kantonrechter overweegt dat zo’n harmonisatie kan bijdragen aan het voorkomen van wanordelijkheden of het voorkomen en het opsporen van strafbare feiten die met behulp van motorvoertuigen worden gepleegd en waarbij bijvoorbeeld sprake is van grensoverschrijdende (criminele) activiteiten. Dat is een dringende maatschappelijke behoefte. Het beboeten van deze overtreding en de daarmee gepaard gaande inperking van de vrijheid van meningsuiting staat in redelijke verhouding tot dat doel.
9. De betrokkene vindt de boete disproportioneel. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding om de boete op nihil te stellen of te matigen. Het boetebedrag dat gold op het moment dat de gedraging werd begaan, staat in redelijke verhouding tot de aard en de ernst van deze gedraging. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet.
10. De kantonrechter stelt vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. De consequentie hiervan is dat de boete wordt gematigd met 25 procent.
11. Het is niet gebleken dat de betrokkene proceskosten heeft gemaakt die in aanmerking komen voor vergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
  • stelt het bedrag van de administratieve sanctie op € 120,00
  • bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het te veel betaalde teruggeeft.
Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 april 2026, in aanwezigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
V.O. de Wilde mr. K. de Meulder
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal:

Voetnoten

1.Staatscourant 28 januari 2000, nr. 20.