Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1643

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
18 april 2026
Zaaknummer
C/16/591913 / FL RK 25-428
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens psychische problematiek vader

De ouders zijn gescheiden en hebben samen twee minderjarige kinderen. Zij oefenden gezamenlijk gezag uit, maar de moeder verzoekt om eenhoofdig gezag vanwege de psychische problematiek van de vader en zijn onbereikbaarheid.

De rechtbank constateert dat de vader ernstige psychiatrische problemen heeft, geen behandeling of medicatie ondergaat, en het contact met de kinderen en zijn familie heeft verbroken. De omgang met de kinderen vindt slechts sporadisch en moeizaam plaats, wat het gezamenlijk gezag belemmert.

De Raad voor de Kinderbescherming bevestigt deze zorgen en adviseert een zorgregeling onder begeleiding. De rechtbank oordeelt dat het belang van de kinderen gediend is met eenhoofdig gezag voor de moeder, die wel in staat is om in het belang van de kinderen te handelen.

De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de rechtbank benadrukt dat dit geen invloed heeft op het contactrecht van de vader met de kinderen. Een kindbrief is opgesteld om de kinderen op begrijpelijke wijze te informeren over de beslissing.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en kent haar het eenhoofdig gezag over de kinderen toe vanwege de psychische problematiek en onbereikbaarheid van de vader.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Almere
zaaknummer: C/16/591913 / FL RK 25-428
Beschikking van 24 maart 2026
in de zaak van:
[de moeder],
wonend in [plaats 1] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. G.G. Kempenaars,
tegen
[de vader],
wonend in [plaats 2] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. J.A. Neslo.

1.De procedure

1.1
Bij beschikking van 4 november 2025 heeft de rechtbank ambtshalve mr. J.A. Neslo toegevoegd aan de vader en de beslissing op de verzoeken van de moeder over het gezag aangehouden in afwachting van een nader te plannen zitting.
1.2
De verzoeken van de moeder zijn opnieuw besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 24 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • mr. M.R. Warner, waarnemend voor mr. J.A. Neslo;
  • [A.] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen de Raad).
De vader is niet verschenen.
1.3
De rechtbank heeft al eerder aan de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , de hierna vermelde kinderen van de ouders, gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. De kinderen hebben daarover op 7 oktober 2025 met de rechter gesproken. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien de kinderen opnieuw uit te nodigen.

2.Waar de procedure over gaat

2.1
De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest.
2.2
Zij hebben samen twee kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] .
De kinderen wonen bij de moeder.
2.3
De ouders hebben samen het gezag over de kinderen. Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over de kinderen moeten nemen.
2.4
De ouders hebben in het op 20 december 2018 ondertekende ouderschapsplan, dat onderdeel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking van 11 maart 2019, onder andere het volgende afgesproken:
‘’ 1.1 De ouders achten het in het belang van de kinderen dat de huidige gezagssituatie gehandhaafd blijft.’’
‘’ 4.2 Vanwege de actuele psychische gesteldheid van de vader is de zorgregeling met de kinderen nu onder begeleiding van de moeder van de vader (oma vz). De omgang vindt nu eenmaal per week plaats voor de duur van 1,5 uur. Deze zorgregeling zal periodiek geëvalueerd worden en uitgebreid worden al naar gelang de geestelijke gesteldheid van de vader, het hebben van een zelfstandige woonruimte van de vader met mogelijkheden om de kinderen op te vangen en het belang van de kinderen. De verdeling van de vakanties en feestdagen zal ook in onderling overleg plaatsvinden, waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden van de vader en het belang van de kinderen.’’
2.5
De moeder verzoekt primair te bepalen dat zij met het eenhoofdig gezag over de kinderen wordt belast en subsidiair om te bepalen dat het gezag van de vader over de kinderen wordt geschorst.

3.De beoordeling

Gezag
3.1
De rechtbank zal beslissen dat de moeder voortaan alleen het gezag over de kinderen heeft. Dit betekent dat de moeder voortaan alleen de beslissingen over de kinderen mag nemen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.2
Het wettelijk uitgangspunt is dat ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen, ook als zij uit elkaar zijn. De rechtbank kan anders beslissen indien er een gevaar is dat de kinderen klem of verloren raken of indien het anderszins niet in het belang van de kinderen zou zijn. [1] De rechtbank vindt dat dat hier het geval is.
3.3
Uit de afspraken die de ouders in het ouderschapsplan van 20 december 2018 hebben opgenomen, blijkt dat er destijds al zorgen waren over de psychische gesteldheid van de vader en dat omgang daarom plaats zou vinden onder begeleiding van oma vaderszijde (hierna: ‘oma’). De Raad heeft later onderzoek gedaan naar een passende zorgregeling en in het Raadsrapport van 16 maart 2022 komen vergelijkbare zorgen naar voren. De Raad vond de woning van de vader onveilig en het gedrag van de vader onvoorspelbaar. Er waren grote zorgen over zijn psychiatrische problematiek en over het feit dat de vader daarvoor geen behandeling meer kreeg en ook geen medicatie meer innam. Het advies van de Raad was daarom toen om een regeling te hanteren waarbij er één keer in de week omgang zou zijn tussen de kinderen en de vader onder begeleiding van oma en ook bij haar thuis.
3.4
Uit de stukken en tijdens het gesprek op de zitting is gebleken dat de beschreven zorgen rondom de vader eigenlijk alleen maar groter zijn geworden. De vader heeft in de afgelopen jaren het contact met oma verbroken, waardoor er geen structurele omgang met de kinderen meer plaatsvindt. De moeder probeert af en toe wel contactmomenten te organiseren, maar dat gaat zeer moeizaam. Zij kan de vader slecht of helemaal niet bereiken en als zij hem spreekt is overleg over de kinderen erg lastig. Het gesprek gaat dan voornamelijk over de geheime dienst en andere complottheorieën en niet inhoudelijk over de kinderen. Verder wisselt de vader telkens van telefoonnummer en heeft hij zijn telefoon ook regelmatig uit staan. Ook verblijft hij maar weinig op het adres wat bij de moeder bekend is. Omdat de vader het contact met zijn familie volledig heeft verbroken, is het voor de moeder niet meer mogelijk om via die weg contact met hem te krijgen. De moeder is er daarom al meermaals tegenaan gelopen dat het haar niet, of pas heel laat, lukt om zaken voor de kinderen te regelen.
3.5
Net als de Raad vindt de rechtbank dat het gezamenlijk gezag onder de hiervoor genoemde omstandigheden niet langer in het belang van de kinderen is. De moeder heeft onvoldoende mogelijkheden om met de vader te overleggen of de benodigde toestemming van hem te krijgen. Zij weet vaak niet hoe zij de vader kan bereiken en als dat wel lukt, is overleg lastig of helemaal niet mogelijk. Dit moeizame contact zorgt ervoor dat gezagsbeslissingen vertraging oplopen of helemaal niet tot stand komen. Dat is niet in het belang van de kinderen. Vanwege de psychiatrische problematiek van de vader en het feit dat hij daarvoor niet onder behandeling is, is de verwachting ook niet dat er binnen afzienbare tijd enige verbetering zal komen in deze situatie. De vader heeft wel verweer gevoerd tegen toewijzing van het verzoek; zowel zelf, tijdens de eerste zitting, als bij monde van de door de rechtbank aan hem toegevoegde advocaat. Ook dat verweer is onsamenhangend. Zo heeft de advocaat van vader een betoog in de pleitnotitie opgenomen over mensenhandel, terwijl daar in het verzoekschrift of tijdens de zitting niet over is gesproken. Ook lijkt het verweer niet actueel. Verder heeft de vader de kinderen de afgelopen jaren maar weinig gezien en/of gesproken. De rechtbank acht hem daarom op dit moment niet in staat om weloverwogen beslissingen te nemen die in het belang van de kinderen zijn.
3.6
De moeder heeft laten zien dat zij in het belang van de kinderen handelt en gelet op haar houding en verklaringen heeft de rechtbank er - net als de Raad - vertrouwen in dat zij zal blijven proberen om de vader te informeren en te betrekken bij de kinderen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen en beslissen dat zij voortaan alleen met het gezag over de kinderen zal zijn belast.
3.7
Tot slot: de rechtbank benadrukt dat deze beslissing geen invloed heeft op de verdere verhouding tussen de vader en de kinderen en het recht dat zij hebben op contact met elkaar. De rechtbank hoopt dat het in de toekomst weer beter zal gaan met de vader en dat er dan ook weer fijn contact kan zijn tussen de vader en de kinderen.
Kindbrief
3.8
De rechtbank vindt het belangrijk dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zelf ook een
terugkoppeling krijgen van deze beslissing. Daarom zal in een aparte brief aan de kinderen kort worden uitgelegd wat de beslissing is. Omdat het van belang is dat beide ouders
op de hoogte zijn van de inhoud van de brief die de kinderen ontvangen, is de tekst
van de brief hieronder weergegeven.
‘’Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
Op 7 oktober 2025 hebben jullie een gesprek gehad op de rechtbank met een collega van mij. Jullie hadden voor dat gesprek een uitnodiging gekregen vanwege de zitting van jullie ouders. Na het gesprek hebben jullie met mijn collega afgesproken dat jullie een brief zouden krijgen over wat de beslissing zou zijn. Mijn collega heeft toen na de zitting met jouw ouders nog geen beslissing genomen, omdat hij eerst wilde dat jullie vader ook een advocaat zou krijgen. Dat is gebeurd en op 24 februari 2026 is er een nieuwe zitting geweest waarbij ik de rechter was. Na afloop van die zitting heb ik goed nagedacht en een beslissing genomen. Daarom stuur ik jullie nu deze brief.
Mijn beslissing is dat jullie moeder voortaan alleen, en dus zonder jullie vader, het gezag over jullie zal uitoefenen. Dat betekent dat jullie moeder vanaf nu alleen de belangrijke beslissingen over jullie kan nemen en daarvoor geen toestemming van jullie vader meer nodig heeft. Ik heb die beslissing genomen omdat ik heb begrepen dat het voor jullie moeder vaak lastig is om dingen voor jullie te regelen omdat jullie vader slecht bereikbaar is. Zijn telefoonnummer wisselt vaak, en ze kan dus niet makkelijk met hem overleggen. Ook zien jullie hem de afgelopen jaren steeds minder.
In de aantekeningen van het gesprek met mijn collega, heb ik gelezen dat jullie het wel goed zouden vinden als jullie moeder alleen de beslissingen over jullie kan nemen, omdat jullie je vader nog maar weinig zien en ook omdat het moeilijk is om contact met hem te krijgen. Dat vinden jullie jammer, maar jullie hebben ook goede hulp gehad om hiermee om te kunnen gaan.
Wel wil ik nog zeggen dat dit absoluut niet betekent dat jullie je vader niet meer mogen zien. Als jullie het fijn vinden om hem te zien, dan kan dat altijd. Hij is en blijft natuurlijk altijd jullie vader en daarom is het goed als er contact is waar dat kan. Jullie moeder heeft mij verteld dat ze daar ook haar best voor zal blijven doen. Deze beslissing is bedoeld om ervoor te zorgen dat er hopelijk meer duidelijkheid en rust komt en dat dingen zoals school en vakanties makkelijker geregeld kunnen worden, zonder dat jullie vader daarvoor toestemming moet geven. Ik wens jullie het allerbeste.
Met vriendelijke groet,
mr. J.M. Atema (kinderrechter)’’
De uitvoerbaarheid bij voorraad
3.9
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
bepaalt dat het gezag over de kinderen vanaf nu alleen toekomt aan de moeder;
4.2
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. J.M. Atema, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. L. de Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
24 maart 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:253n BW jo artikel 1:251a lid 1 BW.