Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
- niet de overeenkomst zelf is (op grond van artikel 6:87 BW Pro) omgezet, maar de daaruit voor [gedaagde] voortvloeiende verbintenissen;
- deze verbintenissen zijn niet omgezet in een vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding, maar in een verbintenis tot betaling daarvan.
4.De beslissing
- € 89.236,06 inclusief btw ter zake van vervangende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 12 januari 2026 tot de voldoening;
- € 2.669,62 inclusief btw aan expertisekosten;
- € 2.049,81 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 26 januari 2026 tot de voldoening;