ECLI:NL:RBMNE:2026:1654

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
19 april 2026
Zaaknummer
11866897 \ MC EXPL 25-4901
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding en ontruiming huurwoning wegens huurachterstand met vernietiging onredelijke bedingen

In deze civiele procedure vordert de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens een aanzienlijke huurachterstand van €12.545,95. De huurder is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter wijst de vorderingen toe, behalve de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de processtukken van een derde partij ten onrechte namens de huurder waren ingediend, waardoor deze buiten beschouwing zijn gelaten. De huurovereenkomst betreft een consumentenhuren overeenkomst, waarbij de verhuurder als professionele verhuurder wordt aangemerkt.

De kantonrechter toetst ambtshalve de bedingen in de huurovereenkomst en vernietigt het rentebeding van 1% per maand en het incassokostenbeding wegens onredelijke bezwarendheid. Ook het boetebeding wordt als onevenredig hoog beoordeeld. De gevorderde rente en incassokosten worden daarom afgewezen.

De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de gebruiksvergoeding tot ontruiming, ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening, en betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand, met vernietiging van onredelijke bedingen over rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Zaaknummer: 11866897 \ MC EXPL 25-4901 D/51246
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende in [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Geerlings & Hofstede,
tegen
[gedaagde],
wonende in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 september 2025 met 9 producties;
- de specificatie van de actuele huurachterstand met aanvullende producties van [eiseres] ;
- de mondelinge behandeling op 10 maart 2026;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2
Tijdens de mondelinge behandeling op 10 maart 2026 was [eiseres] aanwezig. Zij werd bijgestaan door mr. [A] . Aan de zijde van [eiseres] was ook mevrouw [B] van het bedrijf [onderneming] (de door [eiseres] ingeschakelde beheerder) aanwezig. Verder zijn mevrouw [C] , de halfzus van [gedaagde] , en mr. [D] naar de zitting gekomen. De griffier heeft tijdens de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.
1.3
Mr. [D] heeft in deze procedure een conclusie van antwoord met 3 producties en een akte met aanvullende productie 4 ingediend. In deze stukken heeft mr. [D] ten onrechte het laten lijken alsof hij namens [gedaagde] optreedt. Daarom zijn de stukken in eerste instantie onderdeel gaan uitmaken van het procesdossier en is er in deze zaak een mondelinge behandeling gepland. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat mr. [D] niet als gemachtigde van [gedaagde] optreedt en de stukken alleen namens [C] , die in de woning verblijft met haar kinderen, heeft willen indienen. [C] is echter geen partij in deze procedure. De huurovereenkomst kent alleen [gedaagde] als huurder van de woning. Daarom laat de kantonrechter de door mr. [D] ingediende processtukken buiten beschouwing. De conclusie is dat [gedaagde] niet is verschenen. Daarom heeft de kantonrechter verstek tegen [gedaagde] verleend.
1.4
De kantonrechter heeft bepaald dat hij schriftelijk uitspraak zal doen.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] huurt van [eiseres] de woning aan de [adres] in [plaats] . De huur is (op dit moment) € 1.728,82 per maand en moet worden vooruitbetaald. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. [eiseres] vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Zij eist ook betaling van de huurachterstand met rente en kosten. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] toe, behalve de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

3.De beoordeling

3.1
[gedaagde] is niet verschenen in deze procedure en heeft dus geen verweer gevoerd. Daarom moet de kantonrechter alleen beoordelen of de vorderingen van [eiseres] onrechtmatig of ongegrond zijn.
[gedaagde] moet de huurachterstand betalen en de woning ontruimen
3.2
De in de specificatie gestelde huurachterstand van € 12.545,95 is niet onrechtmatig of ongegrond. [gedaagde] moet dat bedrag betalen. De gestelde omvang van de huurachterstand maakt ook dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt en [gedaagde] veroordeelt om de woning te ontruimen op de manier die in de beslissing van dit vonnis staat vermeld. Ook de gevorderde gebruiksvergoeding tot de daadwerkelijke ontruiming wordt toegewezen.
De kantonrechter moet de bedingen ambtshalve toetsen
3.3
[eiseres] is een natuurlijk persoon die een woning heeft verhuurd aan [gedaagde] , die de woning op haar beurt voor eigen gebruik heeft gehuurd en daarom is aan te merken als consument-huurder. Als [eiseres] bij de huurovereenkomst handelt in de uitoefening van haar beroep of bedrijf, is sprake van een overeenkomst waarop consument-beschermende bepalingen van toepassing zijn. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen of in de huurovereenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen (‘bedingen’) staan die relevant zijn voor de beoordeling van de (verschillende onderdelen van de) vordering. Als dergelijke bedingen op zichzelf, of in combinatie met andere relevante bedingen, naar Europees recht oneerlijk en daarmee naar Nederlands recht onredelijk bezwarend zijn voor consumenten, moet de kantonrechter de betreffende bedingen ambtshalve vernietigen en de daarmee verband houdende onderdelen van de vordering afwijzen.
3.4
De kantonrechter beschouwt [eiseres] als een professionele verhuurder. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [eiseres] meerdere verhuurobjecten bezit en verhuurt. De kantonrechter neemt aan dat [eiseres] uit de verhuur inkomsten verwerft. Daarnaast heeft [eiseres] een beheerder aangesteld die (onder andere) de huurpenningen incasseert.
3.5
Omdat de consument-beschermende bepalingen van toepassing zijn, zal de kantonrechter overgaan tot ambtshalve toetsing. In deze procedure gaat het met name om bedingen over rente en een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. Ook het boetebeding is relevant.
De kantonrechter vernietigt het rentebeding
3.6
In artikel 3.5 van de huurovereenkomst is een beding opgenomen over contractuele rente. Deze bedraagt volgens het beding 1% per maand. Jaarlijks is dat een contractuele rente van 12%. De bedongen rente is hoger dan de wettelijke rente was op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Een rechtvaardiging voor dit verschil is niet gesteld of gebleken. Door die hoge bedongen rente wordt het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoord. Daarbij is in artikel 20.4 van de toepasselijke algemene voorwaarden ook nog opgenomen dat de huurder naast deze rente voor iedere tekortkoming, dus ook bij overtreding van de bepaling dat de huur vooruit moet worden betaald, nog een boete van € 25,- per dag verschuldigd is. Afgezien van het feit dat in het beding de boetes oneindig kunnen oplopen, levert (de mogelijkheid van) het in rekening brengen van een boete naast rente een onevenredig hoge schadevergoeding op. Het rentebeding is op zichzelf en in combinatie met het boetebeding onredelijk bezwarend en wordt daarom vernietigd.
De kantonrechter vernietigt het incassokostenbeding
3.7
In artikel 3.5 van de huurovereenkomst is een beding opgenomen over de vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Dit beding wijkt in het nadeel van consumenten af van artikel 6:96 lid 5 en Pro 6 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het besluit) en dat mag niet. Consumenten, zoals [gedaagde] , zijn namelijk slechts de (gemaximeerde) kosten als bedoeld in het besluit verschuldigd, voor zover is voldaan aan een aantal wettelijke eisen. Eén van die eisen is dat de consument eerst door middel van een aanmaningsbrief de mogelijkheid heeft gekregen om binnen een termijn van veertien dagen de vordering alsnog te voldoen zonder bijkomende kosten. [gedaagde] is op grond van artikel 3.5 van de huurovereenkomst in principe verplicht om bij niet nakoming van de huurovereenkomst alle in dat verband door [eiseres] gemaakte kosten te voldoen onbegrensd in omvang en zonder voorafgaande kosteloze aanmaningsbrief. Daarnaast is de bedongen vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van altijd ten minste 15% hoger dan de wettelijke vergoeding. De kantonrechter is van oordeel dat het beding hierdoor zodanig afwijkt van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten dat de consument aanzienlijk wordt benadeeld. Daarnaast geldt ook hier dat (de mogelijkheid uit artikel 20.4 van de algemene voorwaarden van) het in rekening brengen van een boete naast buitengerechtelijke incassokosten een onevenredig hoge schadevergoeding oplevert. Het buitengerechtelijke incassokostenbeding is op zichzelf en in combinatie met het boetebeding onredelijk bezwarend en wordt daarom vernietigd.
De kantonrechter wijst de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten af
3.8
Omdat sprake is van onredelijk bezwarende bedingen, is volgens Europese rechtspraak terugvallen op de wettelijke regeling niet toegestaan. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente volledig moeten worden afgewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.9
[gedaagde] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.885,45

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst voor de woning aan de [adres] in [plaats] per vandaag;
4.2
veroordeelt [gedaagde] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan haar toebehoren en niet aan [eiseres] , en om de woning met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van [eiseres] te stellen;
4.3
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen:
I. € 12.545,95 aan huurachterstand tot en met de maand maart 2026;
II. € 1.728,82 per maand vanaf 1 april 2026 tot en met het einde van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming plaatsvindt;
4.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.885,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
4.5
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.