Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1656

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
19 april 2026
Zaaknummer
11768268 \ MC EXPL 25-3566 (hoofdzaak) en 11941867 MC EXPL 25-5927
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 lid 3 RvArt. 6:119 BWArt. 6:96 lid 5 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand met verstek en vrijwaring

De stichting Woningstichting GoedeStede vordert betaling van een huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst van een woning in Almere. Twee huurders, [procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3], zijn partij in de procedure. [procesdeelneemster 2] verschijnt niet en verstek wordt tegen haar verleend. [procesdeelnemer 3] verschijnt wel en voert verweer.

De huurachterstand bedraagt €4.375,30 tot juni 2025 en is opgelopen tot bijna vijftien maanden. De kantonrechter oordeelt dat de achterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, maar geeft [procesdeelnemer 3] een laatste kans om binnen een maand de totale schuld van €11.457,31 te voldoen om ontbinding en ontruiming te voorkomen. De huurovereenkomst wordt ontbonden ten aanzien van [procesdeelneemster 2].

De rechter vernietigt onredelijke bedingen in de algemene voorwaarden over rente en buitengerechtelijke incassokosten, waardoor rente en incassokosten worden afgewezen. Proceskosten worden hoofdelijk aan beide huurders opgelegd, met een aanvullende vergoeding voor de advocaat van [procesdeelnemer 3]. In de vrijwaringszaak wordt [procesdeelneemster 2] veroordeeld tot betaling van de helft van de hoofdzaakvordering aan [procesdeelnemer 3].

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden voor één huurder, de andere krijgt een maand om de schuld te voldoen om ontbinding te voorkomen; huurachterstand wordt toegewezen zonder rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummers: 11768268 \ MC EXPL 25-3566 (hoofdzaak)
11941867 MC EXPL 25-5927 (vrijwaringszaak)
Vonnis van 8 april 2026
in de hoofdzaak met nummer 11768268 \ MC EXPL 25-3566 van
de stichting
WONINGSTICHTING GOEDESTEDE,
gevestigd in Almere,
eisende partij,
gemachtigde: Ultimoo Incasso B.V.,
tegen

1.[procesdeelneemster 2] ,

wonend in [plaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen,
2.
[procesdeelnemer 3],
wonend in [plaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. J.G. Geerdes, advocaat te Almere,
en in de vrijwaringszaak met nummer 11941867 MC EXPL 25-5927 van
[procesdeelnemer 3],
wonend in [plaats] ,
eiser,
gemachtigde: mr. J.G. Geerdes, advocaat te Almere,
tegen
[procesdeelneemster 2],
wonend in [plaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna GoedeStede, [procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] worden genoemd.

1.De procedures

In de hoofdzaak
1.1
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van GoedeStede;
- de conclusie van antwoord van [procesdeelnemer 3] ;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de aanvullende akte van GoedeStede;
- de aanvullende akte van [procesdeelnemer 3] .
1.2
Op 13 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Namens GoedeStede is mevrouw [A] ( [functie] ) verschenen, bijgestaan door mevrouw
B.C.A. Kolfschoten (werkzaam bij VDSH Incasso en Gerechtsdeurwaarders, als waarnemer voor Ultimoo Incasso B.V.). Verder is [procesdeelnemer 3] met zijn gemachtigde verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting is besproken.
1.3
[procesdeelneemster 2] heeft in deze procedure niet gereageerd.
1.4
De kantonrechter heeft bepaald dat hij vandaag uitspraak zal doen.
In de vrijwaringszaak
1.5
In de vrijwaringszaak heeft [procesdeelnemer 3] [procesdeelneemster 2] gedagvaard. [procesdeelneemster 2] heeft (ook) in deze procedure niet gereageerd.
1.6
De kantonrechter heeft bepaald dat hij vandaag uitspraak zal doen.

2.Waar gaan de zaken over?

2.1
[procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] huren van GoedeStede de woning aan het adres [adres] in [plaats] . GoedeStede vraagt in de hoofdzaak [procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] te veroordelen tot betaling van een huurachterstand met rente en kosten. Verder wil GoedeStede dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat de woning wordt ontruimd. [procesdeelnemer 3] wil in de woning blijven wonen.
2.2
[procesdeelnemer 3] vordert in de vrijwaringszaak dat [procesdeelneemster 2] wordt veroordeeld om alles te betalen waartoe hij in de hoofdzaak wordt veroordeeld

3.De beoordeling in de hoofdzaak

3.1
[procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] worden veroordeeld om de door GoedeStede gevorderde huurachterstand te betalen. De rente en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Ten aanzien van [procesdeelneemster 2] wordt de huurovereenkomst beëindigd. Ten aanzien van [procesdeelnemer 3] niet als hij de schuld binnen een maand betaalt. [procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] moeten de proceskosten betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Ten aanzien van [procesdeelneemster 2]
3.2
[procesdeelneemster 2] is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. Tegen haar wordt daarom verstek verleend. Omdat [procesdeelnemer 3] wel in de procedure is verschenen, wordt op grond van artikel 140 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) tussen alle partijen één vonnis op tegenspraak gewezen. Dit betekent dat [procesdeelneemster 2] niet in verzet kan komen tegen dit vonnis.
3.3
De vorderingen ten aanzien van [procesdeelneemster 2] komen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en worden dan ook toegewezen, met uitzondering van de gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten. Voor de motivering wordt verwezen naar nummer 3.9. en verder.
Ten aanzien van [procesdeelnemer 3]
Huurachterstand
3.4
GoedeStede noemt in de dagvaarding een huurachterstand van € 4.375,30. Deze huurachterstand is berekend tot en met de maand juni 2025. Volgens [procesdeelnemer 3] klopt die huurachterstand. De kantonrechter zal [procesdeelnemer 3] daarom veroordelen om dit bedrag aan GoedeStede te betalen.
Voorwaardelijke ontbinding en ontruiming
3.5
Een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt alleen toegewezen als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Bij de beoordeling weegt de kantonrechter alle omstandigheden af.
3.6
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand meer dan vijf maanden. Daarna is de huurachterstand opgelopen tot bijna vijftien maanden. De huurachterstand is daarom in principe ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. Daarbij komt dat er vaker een huurachterstand is ontstaan waarvoor GoedeStede in het verleden ook procedures is gestart. Voor [procesdeelnemer 3] pleit ook niet dat hij zegt dat hij wel wilde betalen, maar dat de gemachtigde van GoedeStede hem dit onmogelijk maakte. Het had op de weg van [procesdeelnemer 3] gelegen om alles op alles te zetten om de achterstand in te lopen.
3.7
De kantonrechter ziet in het onderhavige geval aanleiding om [procesdeelnemer 3] een laatste kans te geven de totale huurschuld over de periode tot en met maart 2026 van € 11.457,31
binnen één maand na vandaag aan GoedeStede te betalen om een ontbinding (en bijbehorende ontruiming) te voorkomen. Daarvoor heeft de kantonrechter de volgende redenen. [procesdeelnemer 3] draagt als enige ouder in Nederland de zorg voor zijn minderjarige zoon. Verder heeft [procesdeelnemer 3] uiteengezet dat zijn vrouw zei te zorgen voor de betaling van de huur, maar dat zij dit heeft nagelaten en hem buiten de eerdere procedures heeft gehouden. Inmiddels heeft [procesdeelnemer 3] een echtscheiding aangevraagd. [procesdeelnemer 3] heeft aangetoond dat hij de hele achterstand met behulp van een lening van zijn werkgever kan voldoen.
3.8
Als de totale schuld niet binnen die maand wordt betaald, zal ook ten aanzien van [procesdeelnemer 3] de huurovereenkomst eindigen. Na de ontbinding van de huurovereenkomst moet
[procesdeelnemer 3] tot de ontruiming dezelfde vergoeding aan GoedeStede betalen (eventueel geïndexeerd) die [procesdeelnemer 3] ook vóór de ontbinding maandelijks betaalde.
Ambtshalve toets van algemene voorwaarden
3.9
Uit de door GoedeStede overgelegde schriftelijke huurovereenkomst blijkt dat hierop algemene voorwaarden van toepassing zijn. De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of GoedeStede in de overeenkomst of in de algemene voorwaarden een regeling heeft opgenomen over rente en incassokosten die zodanig afwijkt van de wettelijke bepalingen hierover dat [procesdeelnemer 3] daardoor aanzienlijk wordt benadeeld, waardoor de regeling vernietigd zou moeten worden.
3.1
In artikel 15.3 de algemene voorwaarden is een beding opgenomen over de verschuldigdheid van de wettelijke rente. Dat beding is in overeenstemming met de wettelijke regeling in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Het beding is daarom op zichzelf niet oneerlijk.
3.11
In artikel 16.1 van de algemene voorwaarden is opgenomen dat de huurder bij het niet nakomen van een verplichting uit de huurovereenkomst, dus ook bij niet tijdige huurbetaling, nog een boete van € 50,00 per kalenderdag verschuldigd is. Op grond van dit beding kunnen de boetes oneindig oplopen. In combinatie met het boetebeding is het rentebeding wel oneerlijk en onredelijk bezwarend. De mogelijkheid van het in rekening brengen van een boete naast rente levert een onevenredig hoge schadevergoeding op. Het rentebeding wordt daarom vernietigd.
3.12
In artikel 15.2 van de algemene voorwaarden is een beding opgenomen over de vergoeding van de (buiten)gerechtelijke incassokosten. Dit beding wijkt in het nadeel van consumenten af van artikel 6:96 lid 5 en Pro 6 BW en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en dat mag niet. Consumenten, zoals [procesdeelnemer 3] , zijn namelijk alleen de (gemaximeerde) kosten als bedoeld in het Besluit verschuldigd als is voldaan aan een aantal wettelijke eisen. Eén van die eisen is dat de consument eerst door middel van een aanmaningsbrief de mogelijkheid moet hebben gekregen om binnen een termijn van veertien dagen de vordering alsnog te voldoen zonder bijkomende kosten.
3.13
[procesdeelnemer 3] is op grond van artikel 15.2 van de algemene voorwaarden in principe verplicht om bij niet nakoming van de huurovereenkomst alle in dat verband door GoedeStede gemaakte kosten te voldoen, onbegrensd in omvang en zonder voorafgaande kosteloze aanmaningsbrief. De kantonrechter is van oordeel dat het beding hierdoor zodanig afwijkt van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten dat [procesdeelnemer 3] aanzienlijk wordt benadeeld.
3.14
Verder geldt voor het incassobeding ook dat dit beding in combinatie met het boetebeding uit artikel 16.1 van de algemene voorwaarden oneerlijk is. De mogelijkheid van het in rekening brengen van een boete naast buitengerechtelijke incassokosten levert een onevenredig hoge schadevergoeding op. Het buitengerechtelijke incassokostenbeding is op zichzelf en in combinatie met het boetebeding oneerlijk en onredelijk bezwarend en wordt daarom vernietigd. Als gevolg daarvan wordt de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Proceskosten
3.15
Gelet op de uitkomst van de hoofdzaak moeten [procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] de proceskosten betalen.
3.16
Omdat [procesdeelneemster 2] niet in de procedure is verschenen en [procesdeelnemer 3] wel, is de proceskostenveroordeling als volgt.
[procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] worden hoofdelijk veroordeeld om aan GoedeStede te betalen:
- kosten van de dagvaarding
146,43
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
288,00
(1 punt × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.092,43
[procesdeelnemer 3] zal verder worden veroordeeld om nog één punt salaris gemachtigde (voor de aanwezigheid van de gemachtigde tijdens de mondelinge behandeling) te betalen van
€ 288,00.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.17
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro). Dit betekent dat GoedeStede het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [procesdeelnemer 3] niet aan het vonnis voldoet. [procesdeelnemer 3] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [procesdeelnemer 3] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van GoedeStede om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De belangen die hierbij worden meegewogen, zijn genoemd onder 3.6. en 3.7. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval de belangen van GoedeStede zwaarder wegen dan de belangen van [procesdeelnemer 3] . Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.De beoordeling in de vrijwaringszaak

4.1
[procesdeelneemster 2] is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. Tegen haar wordt daarom verstek verleend.
4.2
Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met de kanttekening dat [procesdeelneemster 2] wordt veroordeeld tot betaling van de helft van hetgeen waartoe [procesdeelnemer 3] als gedaagde in de hoofdzaak tegenover GoedeStede is
veroordeeld, in plaats van het geheel. [procesdeelnemer 3] heeft immers in zijn dagvaarding uitdrukkelijk geschreven dat hij een executoriale titel wil verkrijgen voor in elk geval de helft van het bedrag dat hij aan GoedeStede moet betalen.
4.3
Omdat partijen echtgenoten zijn, zal de kantonrechter de proceskosten compenseren dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
in de hoofdzaak
5.1
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het adres [adres] in [plaats] ;
5.2
veroordeelt [procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van GoedeStede zijn, en de sleutels af te geven aan GoedeStede;
5.3
veroordeelt [procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] hoofdelijk om te betalen aan GoedeStede:
- € 4.375,30 aan achterstallige huur tot en met juni 2025;
- een bedrag gelijk aan de maandelijkse huurprijs vanaf 1 juli 2025 tot en met het einde van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming plaatsvindt;
5.4
bepaalt dat GoedeStede aan de hiervoor onder 5.1. en 5.2. uitgesproken ontbinding en veroordeling tot ontruiming tegenover [procesdeelnemer 3] geen rechten kan ontlenen als [procesdeelnemer 3] binnen een maand na vandaag de huurachterstand tot en met maart 2026 van € 11.457,31 heeft voldaan;
5.5
veroordeelt [procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.092,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [procesdeelneemster 2] en [procesdeelnemer 3] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
5.6
veroordeelt [procesdeelnemer 3] een aanvullend bedrag aan proceskosten te betalen van
€ 288,00;
5.7
verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.8
wijst het meer of anders gevorderde af;
in de vrijwaringszaak
5.9
veroordeelt [procesdeelneemster 2] tot betaling aan [procesdeelnemer 3] van de helft van hetgeen waartoe [procesdeelnemer 3] als gedaagde in de hoofdzaak tegenover GoedeStede is veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling (waaronder de nakosten), zoals hiervoor is vermeld onder 5.4. tot en met 5.6., en voor zover [procesdeelnemer 3] uitvoering geeft aan de veroordeling in de hoofdzaak;
5.1
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;
5.11
verklaart de veroordeling onder 5.9. uitvoerbaar bij voorraad;
5.12
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
13702