Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de pleitnota van [eiseres] .
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
[woord]en
[woord]. Het woord
[woord]is volledig beschrijvend; dat ziet op de aard van de diensten. Het woord
WEis niet zo direct beschrijvend als het woord [woord] , maar nu sprake is van een netwerk van juristen die de diensten verlenen, is het gebruik van ‘wij’ ook beschrijvend. Dat er tussen de woorden
[woord]en
[woord]een werkwoord ontbreekt, zorgt er niet voor dat deze woorden minder beschrijvend zijn en is ook geen unieke schrijfstijl. In koppen van journalistieke teksten bijvoorbeeld worden vaak werkwoorden weggelaten. Kortom, de woorden van het woordmerk hebben ook in de gebruikte combinatie zeer weinig onderscheidend vermogen.
[woord]en
[woord]gebruikt, maar [gedaagde] heeft daar een woord tussengevoegd, namelijk het werkwoord [woord] . [woord] is van de drie woorden het meest opvallende. De handelsnaam [handelsnaam] verschilt visueel en auditief duidelijk van het woordmerk [eiseres] en heeft ook een andere betekenis. Alleen al daardoor bestaat er geen verwarringsgevaar. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat van daadwerkelijke verwarring niet is gebleken. [eiseres] heeft slechts één relatie genoemd die iets heeft gezegd over op elkaar lijkende namen, maar uit het overgelegde screenshot (productie 24) blijkt niet dat die relatie [gedaagde] heeft verward met [eiseres] .
[woord]en
[woord]onmiddellijk aan [eiseres] wordt gedacht. Daarom is er voorshands geen reden om aan te nemen dat sprake is van een bekend merk in de zin van art. 2.20 lid 2 sub c BVIE. [eiseres] kan zich niet op deze bepaling beroepen en of sprake is van ongerechtvaardigd voordeel of afbreuk kan in het midden blijven.
(…) Aan het algemene belang dat aanduidingen die beschrijvend zijn voor de aard van een onderneming of van de door haar geleverde waren of diensten, door een ieder vrij moeten kunnen worden gebruikt, kan in voldoende mate recht worden gedaan door dat belang te betrekken bij de beoordeling van de vraag of en, zo ja, in hoeverre, bij het relevante publiek (directe of indirecte) verwarring te duchten is.
[woord]en
[woord]kunnen niet zomaar door een partij kunnen worden gemonopoliseerd. Het zijn algemene aanduidingen en het is in het algemeen belang dat iedereen die kan gebruiken bij de aanduiding van waren of diensten. Daarom is terughoudendheid op zijn plaats wat betreft het aannemen van verwarringsgevaar tussen [eiseres] en [gedaagde] .
de mate van – intrinsiek aan de naam verbonden of door bekendheid bij het publiek verworven – onderscheidend vermogen van de oudere handelsnaam.Van een intrinsiek onderscheidend vermogen is hier geen sprake. De handelsnaam op zichzelf heeft vrijwel geen onderscheidend vermogen (zie hiervoor onder 3.6). Aannemelijk is wel dat de handelsnaam meer onderscheidend vermogen heeft gekregen dan deze bij aanvang had, maar er zijn geen aanknopingspunten dat die toename significant is (zie hiervoor onder 3.7). Voor beschrijvende handelsnamen die door gebruik een groot onderscheidend vermogen (en bekendheid) hebben gekregen moet men denken aan namen als Thuisbezorgd.nl of Booking.com. Het beperkte onderscheidende vermogen van de handelsnaam van [eiseres] pleit voor terughoudendheid bij het aannemen van verwarringsgevaar als bedoeld in artikel 5 Handelsnaamwet Pro.
look & feelis duidelijk anders. De voorzieningenrechter verwijst verder naar de overwegingen die hierna volgen over de gestelde inbreuken door het logo van [gedaagde] .
[woord]en
[woord]in het logo van [gedaagde] stemt het logo volgens [eiseres] teveel overeen met haar woordmerk en maakt het inbreuk. De toevoeging van het woord
[woord]in het hart in het huidige logo maakt dat niet anders, vindt [eiseres] . Doordat de woorden
[woord]en
[woord]in het nieuwe logo even groot zijn, is de overeenstemming met het woordmerk [eiseres] nog groter.
[woord]en
[woord]typografisch inderdaad meer naar voren dan het woord
[woord]. Begripsmatig wijkt het logo door toevoeging van het hart (met of zonder het woord
[woord]) echter duidelijk af van het woordmerk [eiseres] . Sinds de “I love NY” promotiecampagne, die stamt uit 1977, is het gebruik van een hart in plaats van het werkwoord
[woord]wereldwijd ingeburgerd. Uit de manier waarop het logo van [gedaagde] is vormgegeven is daarom duidelijk wat [gedaagde] met het hartje bedoelt, ook als daar niet het woord
[woord]in staat. Niemand zal het logo interpreteren als dat het enkel gaat om de twee woorden in zwarte letters, [woord] en [woord] , waarbij het hart en de witte letters [woord] niet meer dan een versiering zijn. Mensen zullen het logo lezen als: [gedaagde] . Het logo wijkt daarmee dermate af van het woordmerk [eiseres] , dat verwarringsgevaar niet te vrezen valt.
€ 189,00(plus eventueel de verhoging zoals vermeld in de beslissing)