ECLI:NL:RBMNE:2026:1672
Rechtbank Midden-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen faillietverklaring niet-ontvankelijk wegens ontbreken advocaat en eerdere verschijning
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 23 maart 2026 het verzet tegen de faillietverklaring van de stichting opposante tegen de besloten vennootschap geopposeerde B.V. De opposante had het verzet zelf ingediend zonder tussenkomst van een advocaat, terwijl artikel 5 lid 1 Faillissementswet Pro vereist dat een verzoek als bedoeld in artikel 8 Faillissementswet Pro door een advocaat wordt ingediend.
Daarnaast was de opposante reeds op 13 januari 2026 verschenen bij de eerste behandeling van de procedure. Hierdoor is geen sprake van een verstekprocedure, en kan de opposante geen verzet instellen tegen de faillietverklaring, maar slechts hoger beroep, zoals bevestigd door de Hoge Raad in een arrest van 18 december 1992.
De rechtbank heeft daarom het verzet niet inhoudelijk behandeld en verklaart de opposante niet ontvankelijk in haar verzoek. Dit vonnis is in het openbaar uitgesproken door rechter P.J. Neijt.
Uitkomst: Verzet tegen faillietverklaring niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken advocaat en eerdere verschijning.