3.3Oordeel van de rechtbank: bewezenverklaring van het primaire feit
Inleiding
Vaststaat dat op 1 januari 2025 rond 01:50 uur door twee personen een vuurwerkbom op een deur van het [school] werd geplakt en vervolgens werd aangestoken, waarna een ontploffing plaatsvond. Deze vuurwerkbom bestond uit twee cobra’s en twee flessen wasbenzine, die aan elkaar vast getapet zaten, en één losse cobra. Medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben bekend dat zij de vuurwerkbom hebben aangestoken. Daarbij heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij op Oudjaarsnacht met [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] was en dat zij met zijn vieren de vuurwerkbom hebben gemaakt en hebben bedacht om de vuurwerkbom bij het [school] te plaatsen.
[verdachte] ontkent dat hij betrokken was bij het maken van de vuurwerkbom en het plan om de vuurwerkbom bij het [school] te plaatsen. Hij was wel bij het [school] aanwezig op het moment dat de vuurwerkbom werd aangestoken, maar hij heeft de ontploffing slechts gefilmd en is verder niet betrokken geweest bij het plaatsen en/of aansteken van de vuurwerkbom.
De rechtbank zal hierna uitleggen dat zij vindt dat er sprake was van een samenwerking tussen [verdachte] en de anderen en dat daarom bewezen kan worden dat [verdachte] samen met die anderen schuldig is aan de ontploffing bij het [school] .
Bewijsoverweging
Om veroordeeld te worden voor het ‘medeplegen’ van een strafbaar feit, moet er een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de mededaders zijn. Ook als geen sprake is van het samen uitvoeren van het feit, kan sprake zijn een nauwe en bewuste samenwerking. Het gaat om wat de verdachte heeft gedaan bij onder meer de voorbereiding en uitvoering van het strafbare feit (materiele bijdrage) en/of zijn bijdrage bij het bedenken, meedenken en beslissen daarvan (intellectuele bijdrage). Als die bijdrage belangrijk genoeg is, dan kan sprake zijn medeplegen. Bij de beoordeling of daarvan sprake is, kan rekening worden gehouden met hoe veel er samengewerkt werd, de taakverdeling tussen de verdachte en de anderen, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het strafbare feit en het belang van de rol van de verdachte, of hij op belangrijke momenten aanwezig was en dat hij niet gestopt is toen dat kon.
De advocaat stelt zich op het standpunt dat niet bewezen kan worden dat [verdachte] (actief) betrokken is geweest bij de voorbereiding van de ontploffing of bij het plaatsen en/of aansteken van de vuurwerkbom. [verdachte] was alleen aanwezig op het moment dat de vuurwerkbom werd aangestoken en heeft de ontploffing ook gefilmd, maar er was dus geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.
Hoewel [verdachte] bij het [school] vooral alleen de ontploffing heeft gefilmd, heeft [medeverdachte 2] gezegd dat [verdachte] ook mee heeft gedaan bij het bedenken van het plan en het maken van de vuurwerkbom. De rechtbank hecht waarde aan de verklaring van [medeverdachte 2] , omdat de rechtbank in andere stukken uit het dossier aanwijzingen ziet dat die verklaring klopt, namelijk in wat de politie in de telefoons van [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 3] heeft gevonden. In berichten op die telefoons wordt ruim één uur voorafgaand aan de explosie al gesproken over de ontploffing, waarbij [verdachte] spreekt over dat hij samen met anderen (‘we’) het [school] gaat opblazen. Ook weet [verdachte] voor de ontploffing al waar de vuurwerkbom van gemaakt is. Dit past bij de verklaring van [medeverdachte 2] dat [verdachte] ook betrokken is geweest bij het maken van de vuurwerkbom. Dat de berichten anders uitgelegd moeten worden en dat [verdachte] via anderen wist hoe de vuurwerkbom in elkaar zat, daar gaat de rechtbank niet in mee (dat is niet aannemelijk geworden).
Dit maakt dat de rechtbank tot de conclusie komt dat [verdachte] samen met [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] heeft bedacht om de vuurwerkbom te maken. Daarbij heeft hij ook een rol gehad bij het maken van de vuurwerkbom. [verdachte] en de medeverdachten zijn vervolgens met zijn vieren bij het [school] samengekomen met als doel om de ontploffing te weeg te brengen. Daarmee is de bijdrage van iedere verdachte in de voorbereiding van zodanig gewicht geweest dat op dat moment al sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten en daarmee van medeplegen. Het maakt vervolgens voor het bewijs van de samenwerking bij dit strafbare feit niet meer uit wie uiteindelijk de vuurwerkbom heeft afgestoken. Het doel was hetzelfde, en ieder van hen had de vuurwerkbom aan kunnen steken, alleen zijn het in dit geval [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] geweest.
Bewijsmiddelen
De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:
Een proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens het [school] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van vernieling van het [school] , gelegen aan de [adres] in [plaats] . Op 1 januari 2025 zag ik dat er een gat van ongeveer 20 tot 30 cm in de ruit naast de hoofdingang zit. Daarnaast zag ik erg veel roetschade op het kozijn, muren en de houten overkapping. De klap is zo groot en krachtig geweest dat een grote doos, gevuld met lichtarmaturen, ook was vernield.Daarnaast zijn er ook een aantal schilderijen van de muur op de grond kapot gevallen.
De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: We gaan terug naar de avond/nacht van 1 januari. Met wie was je deze avond?
A: [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , bij mij thuis.
V: Waar was je rond 1:50 uur?
A: Bij [school] .
V: Er is een vuurwerkbom afgestoken bij het [school] . Ben jij hierbij betrokken geweest?
A: Ik ben betrokken geweest.
A: Ik stond bij de losse cobra en [medeverdachte 1] bij de bom. Het lukte [medeverdachte 1] niet om die aan te steken. Toen zijn we gewisseld van plek. Ik stond dus bij de bom en [medeverdachte 1] bij de losse cobra. Toen heb ik de bom aangestoken en [medeverdachte 1] heeft de losse cobra aangestoken.
A: We hebben ‘m met z’n vieren met elkaar bij mij thuis in elkaar geknutseld. Daarna zijn we naar die school gegaan, hebben we hem op het raam geplakt en hebben we ‘m laten afgaan.
V: We gaan ervan uit dat je zegt met dat ding dat het die bom is. Klopt dat?
A: Ja
V: Waar bestond die bom uit?
A: Twee cobra’s en twee wasbenzine flessen.
V: Hoe ging dat in elkaar zetten van die bom?
A: Gewoon twee flessen met tape en die cobra’s ertussen.
V: Wanneer is dat bedacht?
A: Die dag zelf, de 31e (
de rechtbank begrijpt: 31 december 2024).
V: Wie heeft het plan bedacht?
A: We hebben het met z’n vieren bedacht.
V: En die vier zijn [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en jij?
A: Ja.
V: En iedereen heeft wel wat gedaan bij het maken van die bom en in het gebeuren?
A: Ja.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 1 januari 2025 onderzocht ik de telefoon van [verdachte] . Ik las in de applicatie Snapchat een chat met een contact genaamd ‘ [Snapchat contactnaam 1] ’.
Tijd
Afzender
Inhoud
00:26 uur
Ik
Kijk me loca
We gaan zo het amadeus opblazen
00:28 uur
[Snapchat contactnaam 1]
Mee wat dan
00:28 uur
Ik
3 cobra’s 2 wasbenzine
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Onder de verdachte [medeverdachte 3] is een mobiele telefoon in beslag genomen.
Ik heb in de data gezocht op “ [school] ". Ik trof hierbij, onder andere, een chatgesprek aan die gevoerd is op 1-1-2025 via Snapchat tussen “ [Snapchat contactnaam medeverdachte 3] ” & “ [Snapchat contactnaam 2] ”. Ik zag in dit Snapchatgesprek dat “ [Snapchat contactnaam medeverdachte 3] ” door “ [Snapchat contactnaam 2] ”, “ [medeverdachte 3] ” genoemd werd.
Tijd
Afzender
Inhoud
00:55 uur
[Snapchat contactnaam medeverdachte 3]
ik ga even amadeus op lazen blazen
01:02 uur
[Snapchat contactnaam 2]
Met wie?
01:07 uur
[Snapchat contactnaam medeverdachte 3]
met [medeverdachte 2] en zin zmatties
01:17 uur
[Snapchat contactnaam 2]
Heb mij in je achterhoofd als je die hele school opblaast
01:21 uur
[Snapchat contactnaam medeverdachte 3]
Waarom dat
Ik wil geen andere gedachtes gwn amadeus opblazen.
01:54:41 uur
[Snapchat contactnaam medeverdachte 3]
Attachment (
de rechtbank: begrijpt een video van de ontploffing)
02:01 uur
[Snapchat contactnaam 2]
Ik mag niet opslaan hé
02:02 uur
[Snapchat contactnaam medeverdachte 3]
Jawel
Als het moet zit ik voor feze
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op de telefoon van verdachte [verdachte] is een filmbestand van 1 januari 2025 om 01:51:56 uur aangetroffen. Op de beelden is de ingang van het [school] in Vleuten te zien. Er wordt gesproken op deze video door een mannen-/jongensstem. De gesproken tekst is "4 cobra's, 2 flessen wasbenzine, voor deze kanker..... (niet te verstaan)”.