ECLI:NL:RBMNE:2026:170

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
16/001157-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontploffing bij school op Nieuwjaarsnacht door verdachte en medeverdachten

Op 1 januari 2025 heeft de verdachte, samen met anderen, een ontploffing veroorzaakt bij een school in [plaats]. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte betrokken was bij het maken en aansteken van een vuurwerkbom, die schade aan de school heeft veroorzaakt. De verdachte ontkende actief betrokken te zijn geweest, maar de rechtbank concludeerde dat er voldoende bewijs was voor nauwe samenwerking met de medeverdachten. De rechtbank legde een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 17 dagen op, evenals een taakstraf van 40 uren. Het verzoek van de officier van justitie om een schadevergoedingsmaatregel werd afgewezen, omdat de gemeente [gemeente] zich niet als benadeelde partij had gevoegd. De rechtbank overwoog de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die voor het eerst met politie en justitie in aanraking was gekomen. De rechtbank besloot het jeugdstrafrecht toe te passen, ondanks dat de verdachte 18 jaar oud was, vanwege zijn jeugdige indruk en omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/001157-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 27 januari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2006] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres 1] , [postcode] in [plaats] ,
hierna: [verdachte (voornaam)] .

1.Zitting

De strafzaak van [verdachte (voornaam)] is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 13 januari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • [verdachte (voornaam)] ;
  • de officier van justitie: mr. S.K. Lanning-Stein;
  • de advocaat van de verdachte: mr. W.J. Ausma (hierna: de advocaat);
  • de ouders van [verdachte (voornaam)] .

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt [verdachte (voornaam)] ervan dat hij, samengevat:
primair
op 1 januari 2025 samen met anderen opzettelijk met cobra’s en flessen wasbenzine een ontploffing teweeg heeft gebracht bij het [school] in [plaats] , waarbij gemeen gevaar voor goederen te duchten was;
subsidiair
op 1 januari 2025 opzettelijk behulpzaam is geweest bij het tot ontploffing brengen van een vuurwerkbom bij het [school] in [plaats] , waarbij gemeen gevaar voor goederen te duchten was.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat [verdachte (voornaam)] het primaire feit heeft gepleegd.
3.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om [verdachte (voornaam)] vrij te spreken van het primaire feit, omdat hij geen actieve rol heeft gehad bij de ontploffing.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank: bewezenverklaring primaire feit
Inleiding
Vaststaat dat op 1 januari 2025 rond 01:50 uur door twee personen een vuurwerkbom op een deur van het [school] werd geplakt en vervolgens werd aangestoken, waarna een ontploffing plaatsvond. Deze vuurwerkbom bestond uit twee cobra’s en twee flessen wasbenzine, die aan elkaar vast getapet zaten, en één losse cobra. Medeverdachten [medeverdachte 1 (voornaam)] en [medeverdachte 2 (voornaam)] hebben bekend dat zij de vuurwerkbom hebben aangestoken. Daarbij heeft [medeverdachte 2 (voornaam)] verklaard dat hij op Oudjaarsnacht met [medeverdachte 3 (voornaam)] , [medeverdachte 1 (voornaam)] en [verdachte (voornaam)] was en dat zij met zijn vieren de vuurwerkbom hebben gemaakt en hebben bedacht om de vuurwerkbom bij het [school] te plaatsen.
[verdachte (voornaam)] ontkent dat hij betrokken was bij het maken van de vuurwerkbom en het plan om de vuurwerkbom bij het [school] te plaatsen. Hij was wel bij het [school] aanwezig op het moment dat de vuurwerkbom werd aangestoken, maar hij heeft de ontploffing slechts gefilmd en is verder niet betrokken geweest bij het plaatsen en/of aansteken van de vuurwerkbom.
De rechtbank zal hierna uitleggen dat zij vindt dat er sprake was van een samenwerking tussen [verdachte (voornaam)] en de anderen en dat daarom bewezen kan worden dat [verdachte (voornaam)] samen met die anderen schuldig is aan de ontploffing bij het [school] .
Bewijsoverweging
Om veroordeeld te worden voor het ‘medeplegen’ van een strafbaar feit, moet er een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de mededaders zijn. Ook als geen sprake is van het samen uitvoeren van het feit, kan sprake zijn een nauwe en bewuste samenwerking. Het gaat om wat de verdachte heeft gedaan bij onder meer de voorbereiding en uitvoering van het strafbare feit (materiele bijdrage) en/of zijn bijdrage bij het bedenken, meedenken en beslissen daarvan (intellectuele bijdrage). Als die bijdrage belangrijk genoeg is, dan kan sprake zijn medeplegen. Bij de beoordeling of daarvan sprake is, kan rekening worden gehouden met hoe veel er samengewerkt werd, de taakverdeling tussen de verdachte en de anderen, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het strafbare feit en het belang van de rol van de verdachte, of hij op belangrijke momenten aanwezig was en dat hij niet gestopt is toen dat kon.
Hoewel [verdachte (voornaam)] bij het [school] vooral de ontploffing heeft gefilmd, heeft [medeverdachte 2 (voornaam)] gezegd dat [verdachte (voornaam)] mee heeft gedaan bij het bedenken van het plan en het maken van de vuurwerkbom. De rechtbank hecht waarde aan de verklaring van [medeverdachte 2 (voornaam)] , omdat de rechtbank in andere stukken uit het dossier aanwijzingen ziet dat die verklaring klopt, namelijk in wat de politie de telefoons van [verdachte (voornaam)] en medeverdachte [medeverdachte 3 (voornaam)] heeft gevonden. In berichten op die telefoons wordt ruim één uur voorafgaand aan de explosie al gesproken over de ontploffing, waarbij [verdachte (voornaam)] spreekt over dat hij samen met anderen het [school] gaat opblazen. [verdachte (voornaam)] heeft verder in een gesprek met [naam 3] gezegd dat hij niet op andere gedachten wil worden gebracht en dat hij bereid is om hiervoor te zitten. Dit past niet bij de verklaring van [verdachte (voornaam)] dat hij geen (grote) betrokkenheid bij de ontploffing heeft gehad.
Dit maakt dat de rechtbank tot de conclusie komt dat [verdachte (voornaam)] samen met [medeverdachte 2 (voornaam)] , [medeverdachte 1 (voornaam)] en [medeverdachte 3 (voornaam)] heeft bedacht om de vuurwerkbom te maken. Daarbij heeft hij ook een rol gehad bij het maken van de vuurwerkbom. [verdachte (voornaam)] en de medeverdachten zijn vervolgens met zijn vieren bij het [school] samengekomen met als doel om de ontploffing teweeg te brengen. Daarmee is de bijdrage van iedere verdachte in de voorbereiding van zodanig gewicht geweest dat op dat moment al sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten en daarmee van medeplegen. Het maakt vervolgens voor het bewijs van de samenwerking bij dit strafbare feit niet meer uit wie uiteindelijk de vuurwerkbom heeft afgestoken. Het doel was hetzelfde, en ieder van hen had de vuurwerkbom aan kunnen steken, alleen zijn het in dit geval [medeverdachte 2 (voornaam)] en [medeverdachte 1 (voornaam)] geweest
Bewijsmiddelen
De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen: [1]
Een proces-verbaal van aangifte van [naam 4] , namens het [school] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van vernieling van het [school] , gelegen aan de [adres 2] in [plaats] . Op 1 januari 2025 zag ik dat er een gat van ongeveer 20 tot 30 cm in de ruit naast de hoofdingang zit. Daarnaast zag ik erg veel roetschade op het kozijn, muren en de houten overkapping. De klap is zo groot en krachtig geweest dat een grote doos, gevuld met lichtarmaturen, ook was vernield. [2] Daarnaast zijn er ook een aantal schilderijen van de muur op de grond kapot gevallen. [3]
De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: We gaan terug naar de avond/nacht van 1 januari. Met wie was je deze avond?
A: [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [verdachte] , bij mij thuis.
V: Waar was je rond 1:50 uur?
A: Bij [school] .
V: Er is een vuurwerkbom afgestoken bij het [school] . Ben jij hierbij betrokken geweest?
A: Ik ben betrokken geweest. [4]
A: Ik stond bij de losse cobra en [medeverdachte 1 (voornaam)] bij de bom. Het lukte [medeverdachte 1 (voornaam)] niet om die aan te steken. Toen zijn we gewisseld van plek. Ik stond dus bij de bom en [medeverdachte 1 (voornaam)] bij de losse cobra. Toen heb ik de bom aangestoken en [medeverdachte 1 (voornaam)] heeft de losse cobra aangestoken. [5]
A: We hebben ‘m met z’n vieren met elkaar bij mij thuis in elkaar geknutseld. Daarna zijn we naar die school gegaan, hebben we hem op het raam geplakt en hebben we ‘m laten afgaan.
V: We gaan ervan uit dat je zegt met dat ding dat het die bom is. Klopt dat?
A: Ja
V: Waar bestond die bom uit?
A: Twee cobra’s en twee wasbenzine flessen.
V: Hoe ging dat in elkaar zetten van die bom?
A: Gewoon twee flessen met tape en die cobra’s ertussen. [6]
V: Wanneer is dat bedacht?
A: Die dag zelf, de 31e (
de rechtbank begrijpt: 31 december 2024).
V: Wie heeft het plan bedacht?
A: We hebben het met z’n vieren bedacht.
V: En die vier zijn [medeverdachte 3 (voornaam)] , [verdachte (voornaam)] , [medeverdachte 1 (voornaam)] en jij?
A: Ja.
V: En iedereen heeft wel wat gedaan bij het maken van die bom en in het gebeuren?
A: Ja. [7]
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 1 januari 2025 onderzocht ik de telefoon van [medeverdachte 3] (
de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 3]). Ik las in de applicatie Snapchat een chat met een contact genaamd ‘ [naam 5] ’. [8]
Tijd
Afzender
Inhoud
00:26 uur
Ik
Kijk me loca
We gaan zo het [school] opblazen
00:28 uur
[naam 5]
Mee wat dan
00:28 uur
Ik
3 cobra’s 2 wasbenzine [9]
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Onder de verdachte [verdachte] is een mobiele telefoon in beslag genomen. [10]
Ik heb in de data gezocht op “ [school] ". Ik trof hierbij, onder andere, een chatgesprek aan die gevoerd is op 1-1-2025 via Snapchat tussen “ [naam 2] ” & “ [naam 3] ”. Ik zag in dit Snapchatgesprek dat “ [naam 2] ” door “ [naam 3] ”, “ [verdachte (voornaam)] ” genoemd werd. [11]
Tijd
Afzender
Inhoud
00:55 uur
[naam 2]
ik ga even [school] op blazen
01:02 uur
[naam 3]
Met wie?
01:07 uur
[naam 2]
met [medeverdachte 2 (voornaam)] en zin matties
01:17 uur
[naam 3]
Heb mij in je achterhoofd als je die hele school opblaast [12]
01:21 uur
[naam 2]
Waarom dat
Ik wil geen andere gedachtes gwn [school] opblazen.
01:54:41 uur
[naam 2]
Attachment (
de rechtbank: begrijpt een video van de ontploffing)
02:01 uur
[naam 3]
Ik mag niet opslaan hé
02:02 uur
[naam 2]
Jawel
Als het moet zit ik voor [..] [13]
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op de telefoon van verdachte [verdachte] is te zien dat [naam 2] op 1 januari 2025, omstreeks 01:51:54 uur, een filmbestand stuurt naar “ [.] [naam 3] ’’. Op dit bestand is te zien dat twee personen iets neerleggen bij een glazen pui van het [school] en kennelijk voorbereidingen treffen om de explosie mogelijk te maken. Om 01:54:41 uur wordt door “ [naam 2] ” een film-bestand verstuurd naar “ [.] [naam 3] ” waarop de explosie te zien is. [14]
De verklaring van [verdachte (voornaam)] op de zitting van 13 januari 2026
Ik heb op 1 januari 2025 op Snapchat berichten gestuurd naar [naam 3] . Ik ben [naam 2] .
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte (voornaam)] :
primair:
op 1 januari 2025 te [plaats] , gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met anderenopzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door
- cobra's vast te maken aan flessen (gevuld met) benzine en
- ( vervolgens) dat explosief tegen de deur van het [school] te plakken en
- ( vervolgens) dat explosief met vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken,
- ( waardoor) vlammen/vuur en een explosie zijn ontstaan,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten ramen, muren, deuren, kozijnen en een houten overkapping van het [school] , een doos met lichtarmaturen en schilderijen, te duchten was.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte (voornaam)] wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte (voornaam)] niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
4.2.
Strafbaarheid feit en [verdachte (voornaam)]
Het feit en [verdachte (voornaam)] zijn strafbaar.

5.Straf

5.1
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om, in afwijking van het reclasseringsadvies, het jeugdstrafrecht toe te passen. De officier van justitie eist dat [verdachte (voornaam)] wordt veroordeeld tot:
- een jeugddetentie van 90 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 73 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren,
- een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uren.
5.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om te volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf dan wel een (deels) voorwaardelijke werkstraf. De advocaat verzoekt de rechtbank om geen bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf te verbinden.
5.3
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder [verdachte (voornaam)] dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte (voornaam)] , en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
[verdachte (voornaam)] heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ontploffing bij het [school] op Nieuwjaarsnacht. Hij heeft samen met zijn mededaders bedacht om een vuurwerkbom bij het [school] af te steken en heeft ook geholpen met het maken van de vuurwerkbom. De ontploffing heeft grote materiële schade aan de school toegebracht. [verdachte (voornaam)] heeft door zijn handelen blijk gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Ook heeft het handelen van [verdachte (voornaam)] gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt. Dit geldt niet alleen voor de medewerkers en de leerlingen van het [school] , maar ook voor de maatschappij en in het bijzonder de omwonenden van de school. De rechtbank neemt dit [verdachte (voornaam)] kwalijk. Daar staat tegenover dat de rechtbank het positief vindt dat [verdachte (voornaam)] met de school in gesprek is gegaan (mediation), waarbij hij niet alleen zijn spijt heeft betuigd, maar ook (grotendeels) zijn verantwoordelijkheid heeft genomen.
Persoonlijke omstandigheden van [verdachte (voornaam)]
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van [verdachte (voornaam)] van 2 december 2025, waaruit blijkt dat [verdachte (voornaam)] niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.
De reclassering heeft op 7 januari 2026 een rapportage over [verdachte (voornaam)] opgesteld. De reclassering ziet problemen op de leefgebieden psychosociaal functioneren, middelengebruik en houding. De reclassering schat de kans dat [verdachte (voornaam)] opnieuw een strafbaar feit pleegt in op gemiddeld en vindt het nodig om [verdachte (voornaam)] te (blijven) begeleiden. De reclassering adviseert om aan [verdachte (voornaam)] een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met (in het kort) de volgende bijzondere voorwaarden: (1) meldplicht bij de reclassering, (2) ambulante behandeling gericht op verslavingsproblematiek en (3) beheersing van het middelengebruik.
De reclassering merkt echter ook op, dat dit alleen werkt als [verdachte (voornaam)] ook mee wil werken aan de voorwaarden. In het geval [verdachte (voornaam)] aangeeft niet mee te willen werken aan de geadviseerde bijzondere voorwaarden, adviseert de reclassering om een onvoorwaardelijke straf op te leggen.
Adolescentenstrafrecht
Ten aanzien van de vraag of het volwassenenstrafrecht of het jeugdstrafrecht dient te worden toegepast, overweegt de rechtbank als volgt. [verdachte (voornaam)] was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten 18 jaar oud, en dus meerderjarig. In beginsel wordt ten aanzien van meerderjarige verdachten het volwassenenstrafrecht toegepast. De rechtbank kan op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, indien zij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van verdachte of de omstandigheden waaronder het feit is begaan, het jeugdstrafrecht toepassen, bij een verdachte die ouder is dan 18 jaar en jonger dan 23 jaar.
De rechtbank overweegt dat in het reclasseringsadvies meerdere indicaties voor toepassing van het jeugdstrafrecht worden beschreven, zoals de impulsiviteit en de beïnvloedbaarheid van [verdachte (voornaam)] . [verdachte (voornaam)] maakt daarnaast op de zitting een heel jeugdige indruk. Hij woont nog thuis en maakt onderdeel uit van zijn gezin. Dit maakt dat de rechtbank, in afwijking van het advies van de reclassering, net als de officier van justitie en de verdediging aanleiding ziet om het jeugdstrafrecht zal toepassen.
Straf
Omdat sprake is van een heel ernstig feit vindt de rechtbank dat er in ieder geval jeugddetentie moet worden opgelegd. [verdachte (voornaam)] heeft in zijn voorarrest al in een huis van bewaring (voor volwassenen) gezeten en de rechtbank vindt dat hij daarmee genoeg gevangenisstraf heeft gehad. [verdachte (voornaam)] hoeft van de rechtbank niet opnieuw naar de gevangenis (wat dit keer de jeugdgevangenis zou zijn). Daarom zal een onvoorwaardelijke jeugddetentie opgelegd worden die niet langer duurt dan de dagen die [verdachte (voornaam)] in voorarrest heeft gezeten.
De rechtbank vindt het wel van belang dat [verdachte (voornaam)] nog de gevolgen van zijn handelen ervaart. De rechtbank zal daarom aan [verdachte (voornaam)] nog een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 40 uren opleggen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de volgende straf passend en geboden is: een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 17 dagen, met aftrek van de tijd die [verdachte (voornaam)] in voorarrest heeft doorgebracht (17 dagen), en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 40 uren.
De straf die rechtbank aan [verdachte (voornaam)] oplegt, is lager dan de straf die de officier van justitie heeft geëist. [verdachte (voornaam)] en zijn ouders hebben verklaard dat de 17 dagen voorarrest tussen volwassen gedetineerden ( [verdachte (voornaam)] heeft als enige van de daders zijn voorarrest niet in een jeugdgevangenis doorgebracht, maar in een huis van bewaring voor volwassenen) ontzettend veel indruk hebben gemaakt op [verdachte (voornaam)] (en zijn gezin). [verdachte (voornaam)] was voor dit feit nog niet eerder op deze manier in aanraking met politie en justitie gekomen. [verdachte (voornaam)] zegt dat hij tijdens zijn detentieperiode zijn lesje wel heeft geleerd en nooit meer in aanraking wil komen met politie en justitie. De rechtbank gelooft [verdachte (voornaam)] daarin. De rechtbank zal [verdachte (voornaam)] , anders dan door de officier van justitie is gevorderd, geen voorwaardelijke jeugddetentie opleggen. De rechtbank ziet geen pedagogische meerwaarde voor een voorwaardelijke straf, nu hij zegt zijn lesje te hebben geleerd. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om [verdachte (voornaam)] - als enige van de daders (in de zaken van de mededaders worden geen bijzondere voorwaarden geadviseerd) - een proeftijd op te leggen met bijzondere voorwaarden. [verdachte (voornaam)] vindt niet dat hij de hulp nodig heeft die de reclassering adviseert. [verdachte (voornaam)] zegt dat hij al is gestopt met blowen en dat het beter met hem gaat.
De straf die rechtbank aan [verdachte (voornaam)] oplegt, wijkt af van de straffen die de rechtbank aan de mededaders oplegt. Daarbij weegt mee dat [verdachte (voornaam)] niet diegene is geweest die de vuurwerkbom heeft aangestoken (de rechtbank legt [verdachte (voornaam)] een lagere taakstraf op dan de mededaders die de vuurwerkbom hebben aangestoken) en dat [verdachte (voornaam)] ten tijde van het feit 18 jaar oud was (de rechtbank legt [verdachte (voornaam)] een hogere onvoorwaardelijke jeugddetentie op dan zijn jongere mededaders).
De voorlopige hechtenis
De rechtbank zal het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6.In beslag genomen voorwerpen

Onder [verdachte (voornaam)] zijn de volgende voorwerpen inbeslaggenomen:
 1 1 STK Telefoontoestel (3460841);
 1 1 FLS Fles (3460863);
 1 1 STK Vuurwerkshell (3460887);
 1 4 STK Verdovende Middelen (3460898).
6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert om de telefoon verbeurd te verklaren en het vuurwerk te onttrekken aan het verkeer. Over de overige goederen heeft de officier van justitie geen standpunt ingenomen.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat kan zich vinden in het standpunt van de officier van justitie.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal de telefoon verbeurd verklaren, omdat deze gebruikt is bij (de voorbereiding van) het bewezenverklaarde feit.
Onttrekken aan het verkeer
De rechtbank zal het vuurwerk en de verdovende middelen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn bij het onderzoek naar het door [verdachte (voornaam)] begane feit aangetroffen en van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal de teruggave van de fles aan [verdachte (voornaam)] gelasten, omdat het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

7.Schadevergoedingsmaatregel?

Inleiding
Het [school] heeft geen verzoek tot schadevergoeding ingediend voor de schade aan het schoolgebouw. Op het wensenformulier heeft de gemachtigde van het [school] aangegeven dat het gebouw eigendom is van de gemeente [gemeente] . De gemeente [gemeente] heeft zich niet als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. Als een slachtoffer zich niet in het strafproces heeft gevoegd, kan de strafrechter ambtshalve een schadevergoedingsmaatregel opleggen als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.
7.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Zij acht een totaalbedrag van € 40.000 euro op zijn plaats als vergoeding voor de schade die de gemeente [gemeente] heeft geleden. De officier van justitie heeft (per verdachte) gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor een bedrag van € 10.000,00.
7.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt om de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel af te wijzen.
7.3
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal niet overgaan tot het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel en heeft daarbij het volgende laten meewegen.
Allereerst weegt mee dat de gemeente [gemeente] een professionele partij is, waarvan verwacht mag worden dat zij kennis heeft van de juridische mogelijkheden tot het vorderen van schadevergoeding. De gemeente [gemeente] heeft er (kennelijk op dit moment) voor gekozen om (nog) geen verzoek tot schadevergoeding in te dienen. Het is niet bekend wat de afwegingen van de gemeente daarbij zijn geweest. Niet kan worden uitgesloten dat de schade mogelijk op een andere wijze is vergoed, bijvoorbeeld door een verzekeraar.
Ook weegt mee dat onvoldoende duidelijk is wat de omvang van de schade aan het [school] is geweest. Het dossier bevat wel een aanvraag voor een offerte van herstelwerkzaamheden, maar daaruit volgt niet dat de herstelwerkzaamheden zijn uitgevoerd dan wel wat de daadwerkelijke kosten van de herstelwerkzaamheden zijn geweest. De rechtbank kan op basis van het dossier dan ook niet vaststellen wat de omvang van de schade aan het schoolgebouw is geweest.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 47, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n en 157 van het Wetboek van Strafrecht
-

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat [verdachte (voornaam)]
het primaire feitheeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte (voornaam)] daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid [verdachte (voornaam)]
- verklaart [verdachte (voornaam)] strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt [verdachte (voornaam)] tot
een jeugddetentie voor de duur van 17 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte (voornaam)] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (17 dagen), bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt [verdachte (voornaam)] tot een taakstraf in de vorm van een
werkstraf van 40 uren;
- beveelt dat voor het geval [verdachte (voornaam)] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door 20 dagen jeugddetentie;
schadevergoedingsmaatregel
- wijst af de vordering van de officier van justitie tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
beslag
- verklaart 1 STK Telefoontoestel (3460841) verbeurd;
- gelast de teruggave aan [verdachte (voornaam)] van 1 FLS Fles (3460863);
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
  • 1 STK Vuurwerkshell (3460887);
  • 4 STK Verdovende Middelen (3460898);
voorlopige hechtenis
- heft op het - al geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.C.P. Christoph, voorzitter, mr. N.P.J. Janssens en mr. I.G.C. Bij de Vaate, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van Bergeijk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.
Bijlage: De tenlastelegging
Aan [verdachte (voornaam)] is ten laste gelegd dat:
primairhij op of omstreeks 1 januari 2025 te [plaats] , gemeente [gemeente] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door
- een of meer cobra's, althans een of meer stuks (knal)vuurwerk, vast te maken aan een of meer flessen (gevuld met) benzine en/of
- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans dat (knal)vuurwerk, met de flessen (gevuld met) benzine, aan/bij/tegen het (raam)kozijn en/of de deur van de hoofdingang van het [school] te plaatsen/plakken/leggen en/of
- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans het (knal) vuurwerk, met vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken,
- (waardoor) vlammen/vuur en/of een explosie zijn/is ontstaan,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten ramen en/of muren en/of deuren en/of kozijnen en/of een houten overkapping, althans het gebouw, van het [school] , en/of een doos met lichtarmaturen en/of schilderijen, te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op of omstreeks 1 januari 2025 te [plaats] , gemeente [gemeente] , in elk geval in Nederland, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht door
- een of meer cobra's, althans een of meer stuks (knal)vuurwerk, vast te maken aan een of meer flessen (gevuld met) benzine en/of
- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans dat (knal)vuurwerk, met de flessen (gevuld met) benzine, aan/bij/tegen het (raam)kozijn en/of de deur van de hoofdingang van het [school] te plaatsen/plakken/leggen en/of
- (vervolgens) dat explosief, in elk geval die cobra's, althans het (knal) vuurwerk, met vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken,
- (waardoor) vlammen/vuur en/of een explosie zijn/is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten ramen en/of muren en/of deuren en/of kozijnen en/of een houten overkapping, althans het gebouw, van het [school] , en/of een doos met lichtarmaturen en/of schilderijen, te duchten was,
waarbij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 1 januari 2025 in [plaats] en/of [gemeente] , in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- af te spreken en/of aanwezig te zijn bij een afspraak in de woning van [medeverdachte 2] en/of
- meerdere telefonische berichten te verzenden en/of
- een tas met vuurwerk en/of flessen en/of benzine te dragen/mee te nemen en/of
- digitaal een locatie te delen en/of
- een video te maken en/of een video te delen.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit de digitale paginanummers uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025000200, doorgenummerd pagina 1 tot en met 318. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.Een proces-verbaal van aangifte van [naam 4] , namens het [school] , d.d. 1 januari 2025, pagina 11.
3.Een proces-verbaal van aangifte van [naam 4] , namens het [school] , d.d. 1 januari 2025, pagina 12.
4.Een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 14 januari 2025, pagina 310.
5.Een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 14 januari 2025, pagina 315.
6.Een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 14 januari 2025, pagina 311.
7.Een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 14 januari 2025, pagina 312.
8.Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 1 januari 2025, pagina 21.
9.Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 1 januari 2025, met als bijlage een foto van een chatgesprek, pagina 34.
10.Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 2 januari 2025, pagina 112.
11.Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 2 januari 2025, pagina 113.
12.Een geschrift, te weten een chatgesprek tussen [naam 2] en [naam 3] , pagina 114 en 115.
13.Een geschrift, te weten een chatgesprek tussen [naam 2] en [naam 3] , pagina 115.
14.Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 6 januari 2025, pagina 124.