Eiseres heeft op 4 oktober 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Na ingebrekestelling op 18 november 2025 stelde eiseres op 4 februari 2026 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank Midden-Nederland verklaart het beroep gegrond omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, uiterlijk op 30 november 2026. Tevens wordt een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 467,- en het betaalde griffierecht van € 54,-. Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok op 26 maart 2026.