Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1724

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11790167 \ UC EXPL 25-5800
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:210 BWArt. 3:53 lid 2 BWArt. 6:228 lid 1 BWArt. 6:277 lid 1 BWArt. 6:203 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging overeenkomst huur en onderhoud printers wegens dwaling

Partijen sloten een overeenkomst waarbij eiseres printers zou leveren en onderhouden voor gedaagde. Gedaagde stelde dat zij de overeenkomst vernietigde wegens dwaling, omdat zij onjuist was voorgelicht over de overname en afhandeling van een lopend contract met de huidige leverancier Sharp en Grenke (S&G).

De kantonrechter oordeelde dat gedaagde mocht vertrouwen op een juridische overname en afhandeling van het contract door eiseres, terwijl eiseres slechts een economische overname bedoelde. Dit leidde tot een verkeerde voorstelling van zaken bij gedaagde, waardoor de overeenkomst vernietigbaar is.

De vorderingen van eiseres tot nakoming, ontbinding en schadevergoeding worden afgewezen omdat de overeenkomst is vernietigd. Gedaagde heeft geen betalingsverplichtingen jegens eiseres. Eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde.

Uitkomst: De overeenkomst wordt vernietigd wegens dwaling en gedaagde heeft geen betalingsverplichtingen jegens eiseres.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11790167 \ UC EXPL 25-5800 BJvd/61169
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. D.T. Mensinga,
tegen
STICHTING [gedaagde],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. T.S. Qadri.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 tot en met 10,
  • de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 3,
  • het bericht van [eiseres] van 30 oktober 2025 met de eiswijziging en aanvullende producties 11 tot en met 13,
  • het bericht van [gedaagde] van 31 oktober 2025 met aanvullende producties 4 en 5,
  • de brieven aan partijen waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
  • de mondelinge behandeling van 12 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft:
  • [eiseres] mondeling een conclusie van antwoord in reconventie genomen,
  • [gedaagde] het eerste deel van de gevorderde verklaring van recht ingetrokken.
1.2
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiseres] en [gedaagde] hebben een overeenkomst gesloten, op basis waarvan [eiseres] voor [gedaagde] printers levert en onderhoudt. [eiseres] vordert onder andere nakoming van de overeenkomst. [gedaagde] stelt dat zij de overeenkomst heeft vernietigd althans dat de overeenkomst vernietigbaar is op grond van dwaling, omdat [eiseres] haar onjuist heeft voorgelicht bij het sluiten van de overeenkomst. Volgens [gedaagde] mocht zij erop vertrouwen dat [eiseres] de overeenkomst met de huidige printerleverancier Sharp en Grenke (hierna ook: S&G) zou overnemen en zou afhandelen, in welk kader [eiseres] de afkoopsom bij voortijdige beëindiging voor haar rekening zou nemen. [eiseres] stelt dat zij enkel een economische overname/afkoop van de met S&G gesloten overeenkomst bedoelde, dus dat zij alleen de afkoopsom met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging van de tussen S&G en [gedaagde] gesloten overeenkomst zou betalen en dat dit ook voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst duidelijk was voor [gedaagde] . De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] heeft gedwaald bij het sluiten van de overeenkomst en wijst de vorderingen van [eiseres] af en de vorderingen van [gedaagde] toe.

3.De achtergrond van de zaak

3.1
Op 21 maart 2023 heeft de heer [A] (hierna: [A] ), bestuurder van [eiseres] , een voorstel gestuurd naar [gedaagde] voor een overeenkomst van huur en onderhoud van printerapparatuur. In de e-mail waarmee het voorstel is gestuurd staat onder andere:
‘’Zoals besproken zie ik genoeg kansen om het lopende contract met Sharp over te nemen, nieuwe, betere machines te leveren, te onderhouden en onder aan de streep een mooie kostenbesparing te realiseren tov de huidige situatie.
(…)
Wat wij voornemens zijn te doen is het volgende:
- Wij zullen het lopende contract met Sharp en grenke volledig overnemen en afhandelen voordat het nieuwe contract met ons ingaat’’
3.2
Op 22 maart 2023 is het voorstel namens [gedaagde] getekend en is er tussen partijen een gemengde overeenkomst tot stand gekomen van opdracht en huur. In het getekende voorstel is op pagina 6 en 8 de volgende tekst dikgedrukt en onderstreept opgenomen door [eiseres] :
‘’
Wij zullen bij akkoord het volledige contract met Sharp en Grenke overnemen en voordat het nieuwe contract ingaat de gehele afhandeling verzorgen van het contract en machines.‘’
3.3
Op 18 april 2023 heeft mevrouw [B] (hierna: [B] ), officemanager bij [gedaagde] , twee e-mails gestuurd aan [A] . In de eerste e-mail [1] staat dat zij van de huidige printerleverancier S&G had gehoord dat deze nog niets had vernomen over een beëindiging van de tussen haar en [gedaagde] gesloten overeenkomst. [B] vraagt daarom in de e-mail of [eiseres] zorgt voor het beëindigen van alle huidige contracten van [gedaagde] . In de tweede e-mail [2] vraagt [B] om een bevestiging dat [eiseres] de totale afkoopsom vóór de levering van de printers aan [gedaagde] overmaakt.
3.4
Daarop is op 19 april 2023 door [A] gereageerd:
‘’Conform afspraak zullen wij nadat de machines bij ons binnenkomen beide contracten (zie bijlage) afkopen en het totaalbedrag rechtstreeks aan Grenke en Sharp overmaken.’’
3.5
Op 21 april 2023 heeft [B] teruggemaild dat zij een specificatie van de afkoopsom heeft aangevraagd en deze volgende week zal ontvangen. Enkele dagen daarna, op 25 april 2023 heeft [B] namens [gedaagde] laten weten dat zij geen gebruik meer wil maken van het voorstel en afziet van de overeenkomst.

4.De beoordeling in conventie en reconventie

4.1
De kantonrechter behandelt het tussen partijen gerezen geschil in conventie en in reconventie tezamen vanwege de samenhang tussen de vorderingen en stellingen van partijen.
[gedaagde] stelt dat zij heeft gedwaald bij het sluiten van de overeenkomst
4.2
[gedaagde] stelt dat zij heeft gedwaald bij het sluiten van de overeenkomst, omdat zij door de mededelingen van [eiseres] erop mocht vertrouwen dat [eiseres] de tussen [gedaagde] en S&G gesloten overeenkomst zou overnemen en afhandelen, terwijl [eiseres] dat niet heeft gedaan en nooit heeft willen doen. [gedaagde] stelt dat zij de overeenkomst daarom heeft vernietigd. [eiseres] stelt dat zij slechts een economische overname/afkoop bedoelde en geen juridische overname/afkoop. Volgens [eiseres] was dit ook voorafgaand aan en bij het sluiten van de overeenkomst duidelijk voor [gedaagde] . [eiseres] stelt dat het voor haar helemaal niet mogelijk is om namens [gedaagde] de overeenkomst met Sharp en Grenke vroegtijdig te beëindigen of deze over te nemen, vanwege privacyregels. Het zou volgens [eiseres] dus alleen gaan om de economische overname/afkoop van contracten;
[gedaagde] moest zelf de met S&G gesloten overeenkomst beëindigen.
Het juridisch kader: dwaling en de uitleg van de overeenkomst
4.3
Een overeenkomst komt tot stand onder invloed van dwaling als een partij een verkeerde voorstelling van zaken heeft en deze partij de overeenkomst niet (of onder andere voorwaarden) zou hebben gesloten als hij wel een juiste voorstelling van zaken zou hebben gehad. Als deze partij heeft gedwaald, dan kan de overeenkomst vernietigd worden (dat betekent dat ervan uitgegaan wordt dat de overeenkomst nooit heeft bestaan). Dat kan alleen als er sprake is van één van de drie in de wet [3] genoemde situaties (kort gezegd: de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij, de wederpartij heeft zijn spreekplicht geschonden of de wederpartij en de dwalende zijn beide van dezelfde onjuiste veronderstelling uitgegaan).
4.4
Om te bepalen of de inhoud van de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling, is ook belangrijk hoe de overeenkomst tussen partijen moet worden uitgelegd. Bij de uitleg van een overeenkomst en de daaruit voortvloeiende verplichtingen is niet alleen de (letterlijke) tekst van de overeenkomst relevant. Ook de gang van zaken tijdens het sluiten van de overeenkomst, de communicatie tussen de partijen en andere feiten en omstandigheden kunnen een rol spelen bij de interpretatie van de overeenkomst. [4] De verplichtingen die voortvloeien uit een overeenkomst worden dus niet uitsluitend bepaald door de tekst van de overeenkomst zelf. Gedragingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst kunnen ook van belang zijn voor de uitleg van de overeenkomst. [5]
De overeenkomst is tot stand gekomen onder invloed van dwaling
4.5
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] heeft gedwaald bij het aangaan van de overeenkomst. Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.
 Uitleg – Inhoud van de overeenkomst
4.6
Voorafgaande aan het sluiten van de overeenkomst is er tussen partijen emailverkeer geweest en telefonisch contact. Het is niet bekend wat er tijdens het telefonische contact is besproken, maar uit de e-mails blijkt het volgende.
In de aanloop naar het sluiten van de overeenkomst heeft [eiseres] het steeds gehad over het overnemen en afhandelen van de tussen S&G en [gedaagde] gesloten overeenkomst voordat de tussen [eiseres] en [gedaagde] te sluiten overeenkomst ingaat. Daarbij heeft [eiseres] niet aangegeven dat [gedaagde] zelf de met S&G gesloten overeenkomst moest beëindigen of dat [eiseres] met ‘overnemen en afhandelen’ alleen een economische overname of afkoop bedoelde. Bovendien staat in de door [eiseres] opgestelde overeenkomst twee keer onderstreept en vet gedrukt vermeld dat zij het contract met S&G zal overnemen en de gehele afhandeling zal verzorgen van het contract en de machines voordat de overeenkomst met [eiseres] ingaat. Door deze bewoordingen en communicatie vanuit [eiseres] mocht [gedaagde] erop vertrouwen dat zij niets hoefde te doen voor de overname en afhandeling van de met S&G gesloten overeenkomst en dat [eiseres] alles zou regelen voordat de met [eiseres] gesloten overeenkomst zou ingaan. [eiseres] heeft ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij vooraf of ten tijde van de overeenkomst het een en ander met [gedaagde] heeft gecommuniceerd op grond waarvan [gedaagde] had moeten begrijpen dat het [eiseres] slechts ging om een economische overname/afkoop en dat [gedaagde] dus zelf richting S&G nog actie moest ondernemen voor de overname/afkoop van de met S&G gesloten overeenkomst. Ook zijn in aanloop naar en ten tijde van het sluiten van de overeenkomst geen specifieke afspraken gemaakt tussen partijen over de afhandeling van de afkoopsom bij vroegtijdige beëindiging van de met S&G gesloten overeenkomst.
4.7
Uit de mededelingen vanuit [eiseres] en de door [eiseres] verwoorde verplichting als weergegeven in de door [eiseres] opgestelde overeenkomst dat [eiseres] de met S&G gesloten overeenkomst zou overnemen en afhandelen, mocht [gedaagde] dus begrijpen dat er sprake was van een juridische overname/afkoop en niet enkel een economische overname/afkoop. Volgens [gedaagde] wilde zij juist door [eiseres] ‘ontzorgd’ worden en zou [eiseres] alles regelen. [eiseres] stelt weliswaar dat het duidelijk was voor [gedaagde] dat zij zelf de met S&G gesloten overeenkomst moest beëindigen, maar ook ná het sluiten van de overeenkomst heeft [eiseres] nog aan [gedaagde] bevestigd dat zij zelf de afkoopsom rechtstreeks aan S&G zal betalen. Daaruit blijkt opnieuw de bevestiging aan [gedaagde] van de afspraak dat [eiseres] de met S&G gesloten overeenkomst zal overnemen en afhandelen voordat de overeenkomst met [eiseres] zou ingaan, zoals [eiseres] dat zelf in de overeenkomst heeft verwoord.
4.8
[eiseres] heeft nog aangevoerd dat uit de e-mail van [B] van 21 april 2023, waarin zij schreef dat zij een specificatie van de afkoopsom bij S&G heeft aangevraagd, zou blijken dat [gedaagde] uitging van een economische afkoop. De inhoud van deze e-mail moet worden beoordeeld in het licht van i) wat er eerder tussen partijen is besproken tijdens de voorfase en het sluiten van de overeenkomst, ii) de tekst van de ondertekende overeenkomst en iii) de onder 3.3. en 3.4. vermelde emails. Tijdens de mondelinge behandeling is namens [gedaagde] uitgelegd dat de e-mail van 21 april 2023 is gestuurd omdat S&G eerder daarvoor contact had opgenomen met [gedaagde] en toen bleek dat bij S&G niet bekend was dat het tussen [gedaagde] en S&G gesloten contract door [eiseres] zou worden beëindigd. Om de nakoming door [eiseres] van haar verplichting om de met S&G gesloten overeenkomst over te nemen en af te handelen te bespoedigen, heeft [gedaagde] de afkoopspecificatie opgevraagd. Anders dan [eiseres] betoogt, bevestigt deze e-mail van 21 april 2023 op geen enkele manier dat [gedaagde] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst ervan uitging dat [eiseres] enkel zorg zou dragen voor een economische overname/afkoop.
4.9
Gelet op het voorgaande onderschrijft de kantonrechter dan ook de uitleg en lezing van [gedaagde] en niet de uitleg en lezing van [eiseres] , wat betreft de inhoud van de overeenkomst.
 Dwaling
4.1
Uit de stelling van [eiseres] dat het voor haar in juridische zin niet mogelijk is om de tussen S&G en [gedaagde] gesloten overeenkomst over te nemen of af te kopen en dat zij ook niet de bedoeling had om dat te doen, blijkt dat [eiseres] een onjuiste mededeling heeft gedaan aan [gedaagde] voorafgaand aan en tijdens het sluiten van de overeenkomst, waardoor [gedaagde] heeft gedwaald bij het sluiten van de overeenkomst. De kantonrechter stelt dan ook vast dat [gedaagde] geen juiste voorstelling van zaken had bij het sluiten van de overeenkomst met [eiseres] .
De overeenkomst wordt vernietigd
4.11
Hierboven is vastgesteld dat [eiseres] een onjuiste mededeling heeft gedaan aan [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomst over de overname en de afhandeling van het lopende contract met S&G. [gedaagde] heeft voldoende gemotiveerd dat zij de overeenkomst met [eiseres] niet zou hebben gesloten als zij had geweten dat het ( [eiseres] enkel) ging om een economische overname/afkoop en zij zelf het lopende contract met S&G vroegtijdig had moeten beëindigen met alle contractuele en financiële gevolgen van dien. Dat betekent dat het beroep van [gedaagde] op dwaling slaagt.
4.12
[gedaagde] stelt dat zij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft vernietigd, maar zij heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij een schriftelijke verklaring aan [eiseres] heeft gestuurd met de mededeling dat zij de overeenkomst buitengerechtelijk vernietigt. Daarom vernietigt de kantonrechter de tussen [eiseres] en [gedaagde] gesloten overeenkomst, waarvan de door [eiseres] gebruikte algemene voorwaarden deel uitmaken. De vernietiging van de overeenkomst zorgt ervoor dat de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende verplichtingen worden beschouwd alsof ze nooit hebben bestaan. [6]
De primaire en subsidiaire vorderingen van [eiseres] missen grondslag en worden afgewezen
4.13
[eiseres] heeft de volgende primaire vorderingen ingesteld:
- nakoming door [gedaagde] van de overeenkomst door [eiseres] binnen 14 dagen na betekening van het vonnis in de gelegenheid te stellen om de printers ter beschikking te stellen aan [gedaagde] ,
  • veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:
  • de achterstallige huurtermijnen van € 37.296,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 25 april 2023,
  • een dwangsom van € 150,00 per dag voor iedere dag dat [gedaagde] na afloop van de hiervoor genoemde termijn in gebreke blijft met de nakoming van de overeenkomst, met een maximum van € 50.000,00,
  • een vergoeding voor schade als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] in haar uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, ter hoogte van € 20.148,74 tot en met mei 2025, vermeerderd met een bedrag van € 812,12 per maand aan doorlopende opslagkosten vanaf juni 2025 tot aan het moment dat [gedaagde] haar verplichtingen volledig is nagekomen, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.14
Subsidiair vordert [eiseres] de ontbinding van de overeenkomst per de dag na het vonnis en veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een schadevergoeding [7] , bestaande uit de aanschafkosten van de printers van € 10.428,71, de transportkosten van € 362,41, de opslagkosten van € 19.786,33 en de gederfde huurinkomsten van € 37.296,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis.
4.15
De kantonrechter heeft de tussen [eiseres] en [gedaagde] gesloten overeenkomst wegens dwaling vernietigd. Voor de bovenstaande vorderingen van [eiseres] bestaat dus geen grondslag (meer), aangezien de grondslag van deze vorderingen de vernietigde overeenkomst is. Daarom worden de primaire en subsidiaire vorderingen van [eiseres] afgewezen.
De meer subsidiaire en andere vorderingen van [eiseres] worden ook afgewezen
4.16
Meer subsidiair, in het geval dat de kantonrechter van oordeel is dat de overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd, vordert [eiseres] betaling van een redelijke vergoeding van € 30.577,45 [8] voor de door [eiseres] verrichte prestaties en gemaakte kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis. [eiseres] stelt ter motivering van deze vordering dat de (investerings)kosten naar hun aard niet ongedaan kunnen worden gemaakt. [eiseres] baseert deze vordering op artikel 6:210 lid 2 BW Pro, de tweede volzin van artikel 3:53 lid 2 BW Pro en de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
Artikel 6:210 lid 2 BW Pro – waardevergoeding van verrichte prestaties die niet ongedaan kunnen worden gemaakt
4.17
Artikel 6:210 lid 2 BW Pro ziet op de situatie dat een
verrichte prestatiewaartoe een partij op grond van de overeenkomst verplicht was, vanwege de aard van de prestatie
nietongedaan kan worden gemaakt.
4.18
Niet in geschil is dat [eiseres] geen printers of toners aan [gedaagde] heeft gegeven en (vervolgens) ook geen onderhoudswerkzaamheden heeft uitgevoerd. Er is dan ook geen sprake van een door [eiseres]
verrichteprestatie (zijnde een gedane betaling als bedoeld in artikel 6:203 BW Pro). Omdat [eiseres] geen prestatie heeft verricht, is er ook geen prestatie die [gedaagde] ongedaan zou moeten maken/restitueren als bedoeld in artikel 6:203 BW Pro. Met andere woorden, er is geen restitutie-/ongedaanmakingsverplichting voor [gedaagde] ontstaan als gevolg van de vernietiging van de overeenkomst. Artikel 6:210 lid 2 BW Pro mist daarom toepassing.
Artikel 3:53 lid 2 BW Pro – Ontzeggen werking aan de vernietiging → geldelijke uitkering
4.19
In artikel 3:53 lid 2 BW Pro staat:
“Indien de reeds ingetreden
gevolgenvan een rechtshandeling
bezwaarlijkongedaan gemaakt kunnen worden, kan de rechter
desgevraagd aaneen
vernietiginggeheel of ten dele haar
werking ontzeggen. Hij kan aan een partij die
daardoor[
kantonrechter: dusdoorgehele of ten delewerkingaan devernietigingteontzeggen] onbillijk wordt bevoordeeld, de verplichting opleggen tot een uitkering in geld aan de partij die benadeeld wordt.”
De onderstrepingen heeft de kantonrechter aangebracht.
4.2
Aan de
vernietigingvan de overeenkomst kan
haar werkingonder omstandigheden worden ontzegd. Wanneer de reeds ingetreden gevolgen van de overeenkomst
bezwaarlijkongedaan gemaakt kunnen worden, kan volgens artikel 3:53 lid 2 BW Pro de
werking aande
vernietigingdesgevraagdgeheel of gedeeltelijk worden
ontzegdén kan de rechter
in dat gevalaan de door
deze correctieonbillijk bevoordeelde partij een verplichting opleggen tot een uitkering in geld aan de partij die
door deze correctiebenadeeld wordt. Als de hier bedoelde bezwaarlijkheid niet is komen vast te staan, komt de geldelijke uitkering van artikel van 3:53 lid 2 BW niet in beeld. Voor het toekennen van een geldbedrag in de zin van de tweede volzin van artikel 3:53 lid 2 BW Pro moet sprake zijn van een “onbillijk” voordeel voor een partij en een nadeel voor de wederpartij die zijn veroorzaakt door de
correctieop de
werkingvan vernietiging. Het moet gaan om bevoordeling en benadeling die direct
het gevolg zijn vaneen correctie op de normale werking van vernietiging. [9]
4.21
De kantonrechter heeft de overeenkomst wegens dwaling vernietigd. Weliswaar heeft [eiseres] gesteld dat de door haar gemaakte (investerings-)kosten naar hun aard niet ongedaan kunnen worden gemaakt en hebben partijen gedebatteerd over de vraag of [gedaagde]
door de vernietiging(en dus niet:
door een correctievan de vernietiging van de overeenkomst) wordt bevoordeeld. Maar geen van partijen heeft (gemotiveerd en/of onderbouwd) aan de kantonrechter (bij rechtsvordering dan wel bij wege van verweer) gevraagd om
aan de vernietiging van de overeenkomst gehele dan wel gedeeltelijke werking te ontzeggen. Een debat daarover heeft niet plaatsgevonden. Daarom kan en mag de kantonrechter daarover geen beslissing nemen. Als zij dat wel zou doen dan zou zij buiten de omvang van de rechtsstrijd treden en dat mag niet. [10] Omdat aan de vernietiging van de overeenkomst geen (gehele of gedeeltelijke) werking is ontzegd, mist de tweede volzin van artikel 3:53 lid 2 BW Pro toepassing.
 Maatstaven van redelijkheid en billijkheid
4.22
De stelling van [eiseres] dat [gedaagde] de (investerings-)kosten van [eiseres] moet vergoeden, omdat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [gedaagde] zonder enige compensatie voordeel zou trekken uit de vernietiging van de overeenkomst, verwerpt de kantonrechter. Er is immers geen voordeel dat [gedaagde] uit de vernietiging van de overeenkomst trekt. Het klopt dat [gedaagde] vanwege de vernietiging van de overeenkomst geen huur- en onderhoudstermijnen aan [eiseres] hoeft te betalen, maar daar staat tegenover dat [gedaagde] nimmer het huurgenot van printers en toners heeft gehad en/of onderhoudsdiensten van [eiseres] heeft ontvangen. Voorts is van belang dat partijen waren overeengekomen [11] dat de tussen hen gesloten overeenkomst pas in werking zou treden, nadat [eiseres] de met S&G gesloten overeenkomst zou hebben overgenomen en afgehandeld (in de lezing van [eiseres] : nadat [eiseres] de afkoopsom aan S&G zou hebben betaald). Dat [eiseres] rééds voor de inwerkingtreding van de met [gedaagde] gesloten overeenkomst printers en toners heeft aangeschaft en vervolgens transport- en opslagkosten heeft gemaakt, komt en blijft voor haar ondernemersrisico. Het is dan ook niet in strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid dat alleen zij die kosten draagt.
4.23
Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de op grond van voormelde artikelen dan wel maatstaven gebaseerde meer subsidiaire vordering van [eiseres] , niet kan worden toewezen.
Tussenconclusie
4.24
Alle hoofdvorderingen van [eiseres] worden afgewezen.
Nevenvorderingen van [eiseres] : BIK en rente
4.25
[eiseres] vordert in alle gevallen betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.107,54 en rente. Omdat de hoofdvorderingen worden afgewezen, delen deze nevenvorderingen dat lot. Deze nevenvorderingen worden dus ook afgewezen.
De vordering van [gedaagde] in reconventie wordt toegewezen
4.26
[gedaagde] vordert in reconventie, na vermindering van eis, een verklaring van recht dat er geen enkele betalingsverplichting voor [gedaagde] jegens [eiseres] bestaat. Deze vordering wordt toegewezen, omdat de tussen partijen gesloten overeenkomst is vernietigd en er geen andere juridische/feitelijke grondslag is op grond waarvan betalingsverplichtingen voor [gedaagde] zijn ontstaan.
[eiseres] moet de proceskosten in conventie en reconventie betalen
4.27
[eiseres] is in conventie en reconventie in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de kosten veroordeeld. Dit betekent [eiseres] haar eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde] aan haar moet betalen.
4.28
De proceskosten van [gedaagde] in conventie worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.732,00
(2 punten × € 866,00)
4.29
De proceskosten van [gedaagde] in reconventie worden begroot op:
- salaris gemachtigde
866,00
(2 punten × factor 0,5 [12] × € 866,00)
4.3
De nakosten van [gedaagde] worden begroot op € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).
5 De beslissing
De kantonrechter:
in conventie
5.1
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
5.2
veroordeelt [eiseres] in de kosten; zij moet de proceskosten van [gedaagde] van € 1.732,00 aan haar betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
5.3
verklaart voor recht dat [gedaagde] geen enkele betalingsverplichting heeft jegens [eiseres] ,
5.4
veroordeelt [eiseres] in de kosten; zij moet de proceskosten van [gedaagde] van € 866,00 aan haar betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
5.5
veroordeelt [eiseres] tot betaling van nakosten van € 144,00 en de kosten van betekening van dit vonnis als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6
verklaart wat onder 5.2, 5.4. en 5.5. van dit vonnis staat uitvoerbaar bij voorraad,
5.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.

Voetnoten

1.Productie 2 van [gedaagde] .
2.Productie 2 van [eiseres] .
3.Zie artikel 6:228 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
4.Zie het arrest van de Hoge Raad van 13 maart 1989 (ECLI:NL:HR:1981:AG4158, Haviltex).
5.Zie het arrest van de Hoge Raad van 12 oktober 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BX5572).
6.Artikel 3:53 lid 1 BW Pro.
7.Als bedoeld in artikel 6:277 lid 1 BW Pro.
8.Dit bedrag ziet op gestelde investeringskosten (kosten aanschaf van printers), transportkosten en opslagkosten.
9.Zie in dit verband de conclusie van A-G T. Hartlief van 7 juli 2023 (ECLI:NL:PHR:2023:658, onder 3.5. e.v.) voor het arrest van de Hoge Raad 9 februari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:208).
10.Zie artikel 24 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
11.Zie wat onder 4.6. tot en met 4.9. staat.
12.Vanwege de samenhang tussen de vorderingen en stellingen in conventie en reconventie.