Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10,
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 3,
- het bericht van [eiseres] van 30 oktober 2025 met de eiswijziging en aanvullende producties 11 tot en met 13,
- het bericht van [gedaagde] van 31 oktober 2025 met aanvullende producties 4 en 5,
- de brieven aan partijen waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 12 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft:
- [eiseres] mondeling een conclusie van antwoord in reconventie genomen,
- [gedaagde] het eerste deel van de gevorderde verklaring van recht ingetrokken.
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van de zaak
Wij zullen bij akkoord het volledige contract met Sharp en Grenke overnemen en voordat het nieuwe contract ingaat de gehele afhandeling verzorgen van het contract en machines.‘’
4.De beoordeling in conventie en reconventie
[gedaagde] moest zelf de met S&G gesloten overeenkomst beëindigen.
In de aanloop naar het sluiten van de overeenkomst heeft [eiseres] het steeds gehad over het overnemen en afhandelen van de tussen S&G en [gedaagde] gesloten overeenkomst voordat de tussen [eiseres] en [gedaagde] te sluiten overeenkomst ingaat. Daarbij heeft [eiseres] niet aangegeven dat [gedaagde] zelf de met S&G gesloten overeenkomst moest beëindigen of dat [eiseres] met ‘overnemen en afhandelen’ alleen een economische overname of afkoop bedoelde. Bovendien staat in de door [eiseres] opgestelde overeenkomst twee keer onderstreept en vet gedrukt vermeld dat zij het contract met S&G zal overnemen en de gehele afhandeling zal verzorgen van het contract en de machines voordat de overeenkomst met [eiseres] ingaat. Door deze bewoordingen en communicatie vanuit [eiseres] mocht [gedaagde] erop vertrouwen dat zij niets hoefde te doen voor de overname en afhandeling van de met S&G gesloten overeenkomst en dat [eiseres] alles zou regelen voordat de met [eiseres] gesloten overeenkomst zou ingaan. [eiseres] heeft ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij vooraf of ten tijde van de overeenkomst het een en ander met [gedaagde] heeft gecommuniceerd op grond waarvan [gedaagde] had moeten begrijpen dat het [eiseres] slechts ging om een economische overname/afkoop en dat [gedaagde] dus zelf richting S&G nog actie moest ondernemen voor de overname/afkoop van de met S&G gesloten overeenkomst. Ook zijn in aanloop naar en ten tijde van het sluiten van de overeenkomst geen specifieke afspraken gemaakt tussen partijen over de afhandeling van de afkoopsom bij vroegtijdige beëindiging van de met S&G gesloten overeenkomst.
- veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:
- de achterstallige huurtermijnen van € 37.296,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 25 april 2023,
- een dwangsom van € 150,00 per dag voor iedere dag dat [gedaagde] na afloop van de hiervoor genoemde termijn in gebreke blijft met de nakoming van de overeenkomst, met een maximum van € 50.000,00,
- een vergoeding voor schade als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] in haar uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, ter hoogte van € 20.148,74 tot en met mei 2025, vermeerderd met een bedrag van € 812,12 per maand aan doorlopende opslagkosten vanaf juni 2025 tot aan het moment dat [gedaagde] haar verplichtingen volledig is nagekomen, vermeerderd met de wettelijke rente.
verrichte prestatiewaartoe een partij op grond van de overeenkomst verplicht was, vanwege de aard van de prestatie
nietongedaan kan worden gemaakt.
verrichteprestatie (zijnde een gedane betaling als bedoeld in artikel 6:203 BW Pro). Omdat [eiseres] geen prestatie heeft verricht, is er ook geen prestatie die [gedaagde] ongedaan zou moeten maken/restitueren als bedoeld in artikel 6:203 BW Pro. Met andere woorden, er is geen restitutie-/ongedaanmakingsverplichting voor [gedaagde] ontstaan als gevolg van de vernietiging van de overeenkomst. Artikel 6:210 lid 2 BW Pro mist daarom toepassing.
gevolgenvan een rechtshandeling
bezwaarlijkongedaan gemaakt kunnen worden, kan de rechter
desgevraagd aaneen
vernietiginggeheel of ten dele haar
werking ontzeggen. Hij kan aan een partij die
daardoor[
kantonrechter: dusdoorgehele of ten delewerkingaan devernietigingteontzeggen] onbillijk wordt bevoordeeld, de verplichting opleggen tot een uitkering in geld aan de partij die benadeeld wordt.”
vernietigingvan de overeenkomst kan
haar werkingonder omstandigheden worden ontzegd. Wanneer de reeds ingetreden gevolgen van de overeenkomst
bezwaarlijkongedaan gemaakt kunnen worden, kan volgens artikel 3:53 lid 2 BW Pro de
werking aande
vernietigingdesgevraagdgeheel of gedeeltelijk worden
ontzegdén kan de rechter
in dat gevalaan de door
deze correctieonbillijk bevoordeelde partij een verplichting opleggen tot een uitkering in geld aan de partij die
door deze correctiebenadeeld wordt. Als de hier bedoelde bezwaarlijkheid niet is komen vast te staan, komt de geldelijke uitkering van artikel van 3:53 lid 2 BW niet in beeld. Voor het toekennen van een geldbedrag in de zin van de tweede volzin van artikel 3:53 lid 2 BW Pro moet sprake zijn van een “onbillijk” voordeel voor een partij en een nadeel voor de wederpartij die zijn veroorzaakt door de
correctieop de
werkingvan vernietiging. Het moet gaan om bevoordeling en benadeling die direct
het gevolg zijn vaneen correctie op de normale werking van vernietiging. [9]
door de vernietiging(en dus niet:
door een correctievan de vernietiging van de overeenkomst) wordt bevoordeeld. Maar geen van partijen heeft (gemotiveerd en/of onderbouwd) aan de kantonrechter (bij rechtsvordering dan wel bij wege van verweer) gevraagd om
aan de vernietiging van de overeenkomst gehele dan wel gedeeltelijke werking te ontzeggen. Een debat daarover heeft niet plaatsgevonden. Daarom kan en mag de kantonrechter daarover geen beslissing nemen. Als zij dat wel zou doen dan zou zij buiten de omvang van de rechtsstrijd treden en dat mag niet. [10] Omdat aan de vernietiging van de overeenkomst geen (gehele of gedeeltelijke) werking is ontzegd, mist de tweede volzin van artikel 3:53 lid 2 BW Pro toepassing.