Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1746

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
C/16/600168 / FO RK 25-1203
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:230 lid 2 BWArt. 1:5 lid 8 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptieverzoek duo-moeder voor tweede kind na kunstmatige inseminatie

Verzoekster en de moeder zijn geregistreerd partners en hebben samen een dochter die door verzoekster is geadopteerd. De moeder is vervolgens bevallen van een zoon, verwekt via kunstmatige inseminatie met een onbekende donor. Verzoekster vraagt adoptie van deze zoon, waarbij de moeder instemt.

De rechtbank toetst het verzoek aan de wettelijke voorwaarden van de artikelen 1:227 en 1:228 BW en concludeert dat hieraan is voldaan. De adoptie is in het belang van het kind, dat door beide vrouwen wordt verzorgd en opgevoed. De Raad voor de Kinderbescherming ziet af van onderzoek vanwege de anonieme donorverklaring.

De adoptie wordt uitgesproken met terugwerkende kracht tot de geboorte van het kind. Tevens wordt de geslachtsnaam vastgesteld gelijk aan die van het oudste kind. De beschikking is openbaar uitgesproken en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank wijst het adoptieverzoek van de duo-moeder toe met terugwerkende kracht tot de geboorte van het kind.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/600168 / FO RK 25-1203
Adoptie duo-moeder
Beschikking van 24 maart 2026
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
[de moeder],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder.

1.De procedure

1.1
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift met bijlage(n), binnengekomen op 22 september 2025;
  • het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 6 oktober 2025;
  • het bericht van verzoekster met bijlage van 23 februari 2026.

2.Waar de procedure over gaat

2.1
Verzoekster is met de moeder een geregistreerd partnerschap aangegaan op
[datum] 2022 in [plaats] .
2.2
Tijdens dit geregistreerd partnerschap is de moeder bevallen van een dochter:
-
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1] .
2.3
[minderjarige 1] is geadopteerd door verzoekster.
2.4
Vervolgens is de moeder bevallen van een zoon:
-
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2026 in [geboorteplaats 2] .
2.5
De zwangerschappen van de moeder zijn tot stand gekomen door middel van kunstmatige inseminatie. De donor is onbekend.
2.6
Deze procedure gaat alleen over [minderjarige 2] .
2.7
Verzoekster en de moeder hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] .
2.8
Verzoekster wil [minderjarige 2] adopteren. De moeder staat achter dit verzoek.

3.De beoordeling

Adoptie
3.1
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [minderjarige 2] door verzoekster uitspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.2
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank is van oordeel dat hieraan is voldaan.
3.3
Volgens de rechtbank is de adoptie in het belang van [minderjarige 2] , want hij wordt door verzoekster en de moeder samen verzorgd en opgevoed. Ook heeft verzoekster de vereiste verklaringen overgelegd, te weten:
  • de verklaring van 5 augustus 2025 van de heer [A] , MSc, namens het College donorgegevens kunstmatige bevruchting, waaruit blijkt dat de zwangerschap van de moeder tot stand is gekomen door kunstmatige donorbevruchting;
  • de verklaring van 27 augustus 2025 van de moeder, waaruit blijkt dat zij instemt met de adoptie.
3.4
Zoals uit het bericht van de Raad blijkt, heeft de Raad beslist om in deze zaak geen onderzoek te doen omdat er sprake is van een onbekende donor en bij het verzoek een donorverklaring is overgelegd van het College donorgegevens waaruit anoniem donorschap blijkt.
Ingangsdatum
3.5
De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 2] , omdat de adoptie voor zijn geboorte is verzocht. [1]
Geslachtsnaam
3.6
[minderjarige 2] krijgt de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]want het oudste kind van partijen heeft ook die naam. [2]

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het mannelijke geslacht:
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2026 in [geboorteplaats 2] ,
door:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 3] 1985 in [geboorteplaats 3] ;
4.2
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 2] ;
4.3
stelt vast dat [minderjarige 2] na de adoptie de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]zal dragen, zodat hij zal blijven heten:
[minderjarige 2];
4.4
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Stichtse Vecht.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:230 lid 2 BW Pro.
2.Artikel 1:5 lid 8 BW Pro