Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderdeel van het vonnis dat moet worden hersteld
2.De beslissing
- wijst de vordering van [benadeelde 1] geheel toe tot een bedrag van € 2.357,-, bestaande uit € 657,- aan materiële schade en € 1.700,- aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 21 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat
- wijst de vordering van [benadeelde 1] geheel toe tot een bedrag van € 2.357,-, bestaande uit € 657,- aan materiële schade en € 1.700,- aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 21 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van