Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. A.E. Lohuis;
- de advocaat van de verdachte: mr. W.K. Cheng (hierna: de advocaat).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 20 maart 2026 de strafzaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van het voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen bestemd voor het kweken van hennep op 26 september 2019.
Op 13 februari 2026 wees de rechtbank een tussenvonnis waarin werd geconcludeerd dat het recht tot strafvervolging waarschijnlijk was verjaard, omdat de verjaringstermijn van zes jaar was verstreken zonder stuiting. De dagvaarding en ontnemingsvordering dateren van december 2025, terwijl het onderzoek en verhoor in oktober 2019 waren afgerond.
Zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging erkenden schriftelijk dat de zaak verjaard was en verzochten om niet-ontvankelijkheid. De rechtbank oordeelde dat het OM niet-ontvankelijk is in de vervolging en verklaarde dit bij vonnis van 20 maart 2026.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de strafvervolging en ontnemingsvordering.