ECLI:NL:RBMNE:2026:1871

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
UTR 23/5598
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens ontbreken van beroepsgronden tegen besluit minister van Financiën

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Financiën van 28 september 2023, waarin haar bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit besluit is op 22 oktober 2023 ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit waarin het bezwaar alsnog ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond werd verklaard.

De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht om binnen twee weken beroepsgronden tegen het nieuwe besluit kenbaar te maken of het beroep in te trekken. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank concludeert daarom dat eiseres geen bezwaren heeft tegen het besluit van 22 oktober 2023.

Gezien het ontbreken van beroepsgronden verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en doet zij uitspraak zonder zitting. Partijen is gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden tegen het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5598

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R. Jethoe),
en

de minister van Financiën, verweerder.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de minister van Financiën van 22 oktober 2024.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Procesverloop

Op 28 september 2023 heeft de minister een besluit genomen op het door eiseres ingediende bezwaar tegen het besluit van 5 april 2023. In het besluit van 28 september 2023 heeft de minister het bezwaar van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Daartegen heeft eiseres beroep ingesteld.
Hangende het beroep van eiseres heeft de minister op 22 oktober 2023 het besluit van 28 september 2023 ingetrokken en vervangen door het besluit van 22 oktober 2023. De minister heeft daarbij het bezwaar van eiseres alsnog ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard. Op grond van artikel 6:19 van Pro de Awb richt het beroep zich ook tegen dit besluit.
De rechtbank heeft eiseres bij brief van 12 november 2024 in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken beroepsgronden tegen het nieuwe besluit kenbaar te maken, dan wel de rechtbank te laten weten dat zij het beroep intrekt.
Omdat de rechtbank hierop geen reactie van eiseres ontving, heeft zij eiseres dezelfde vraag gesteld bij brieven van 2 december 2024 en 27 december 2024 en eiseres hier nogmaals aan herinnerd bij brief van 13 januari 2025. Ook hier heeft eiseres niet op gereageerd.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank beoordeelt het besluit van 22 oktober 2023. Omdat eiseres hier geen beroepsgronden tegen heeft gericht, gaat de rechtbank ervan uit dat eiseres tegen dat besluit geen bezwaren heeft. Het beroep van rechtswege is daarom kennelijk ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.