ECLI:NL:RBMNE:2026:1879
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Zij betwist dat zij in de jaren 2010, 2012 en 2013 ten onrechte geen kinderopvangtoeslag heeft ontvangen en voert aan dat zij wel recht had op deze toeslag omdat haar kinderen doordeweeks naar de opvang gingen en aanvullend door familie werden opgevangen.
De rechtbank beoordeelt of eiseres recht had op kinderopvangtoeslag en of zij schade heeft geleden door de handelwijze van Dienst Toeslagen. Uit de stukken blijkt dat er geen geregistreerde kinderopvangkosten zijn gemaakt of betaald in de betreffende jaren. Er zijn geen betalingsbewijzen, overeenkomsten of registraties die dit ondersteunen. De enkele stelling van eiseres is onvoldoende om het recht op toeslag aannemelijk te maken.
Daarmee ontbreekt een grondslag voor compensatie op basis van artikel 2.1 van de Wht. De rechtbank laat de vraag of voldoende informatie is uitgevraagd voorafgaand aan de nihilstelling buiten beschouwing. Ook is geen sprake van hardheid van het stelsel, omdat niet is gebleken dat toeslag op nihil is gesteld terwijl wel kosten zijn gemaakt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de compensatie toe. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. van der Knijff op 28 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat eiseres recht had op kinderopvangtoeslag in de jaren 2010, 2012 en 2013.