ECLI:NL:RBMNE:2026:1882
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na compromis tussen partijen
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €746.000 voor het belastingjaar 2023 met waardepeildatum 1 januari 2022. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar door de heffingsambtenaar, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
Tijdens de zitting op 27 februari 2026 bereikten partijen een compromis waarbij zij overeenkwamen dat de WOZ-waarde van de woning €708.000 bedraagt. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de WOZ-waarde vast op het overeengekomen bedrag.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiseres, waarbij de proceskosten werden vastgesteld volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht en rekening houdend met de toepasselijke vermenigvuldigingsfactor uit artikel 30a van de Wet WOZ. De uitspraak vervangt de eerdere uitspraak op bezwaar en leidt tot een verlaging van de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €708.000 per 1 januari 2022 en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.