Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1893

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
11790041 \ MC EXPL 25-3940
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering levering en prijsregistratie premium domeinnaam

Eiser vordert dat Mijndomein de verhuizing van zijn premium domeinnaam registreert tegen de oorspronkelijke consumentenprijs van €110,96 per jaar. Mijndomein stelt dat zij slechts bemiddelaar is en dat de hogere prijs van €2.299,00 per jaar door de registrar wordt vastgesteld.

De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst tussen eiser en Mijndomein een bemiddelingsovereenkomst betreft, waarbij Mijndomein geen invloed heeft op de registratiekosten die door andere partijen worden bepaald. Eiser is bovendien goed bekend met domeinnamen en wist dat premium domeinnamen hogere kosten met zich meebrengen.

De domeinnaam is inmiddels geleverd, waardoor de vordering tot levering en dwangsom komt te vervallen. De overige nieuwe vorderingen van eiser worden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen omdat Mijndomein slechts bemiddelaar is en niet verantwoordelijk voor de hogere prijs van de premium domeinnaam.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11790041 \ MC EXPL 25-3940
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
MIJNDOMEIN B.V.,
gevestigd te Almere,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Mijndomein,
gemachtigde: mr. I.M. Peeperkorn.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis in het incident van 15 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • de e-mailberichten van [eiser] van 30 oktober en 3 november 2025 met bijlagen;
  • de e-mailberichten van 3 november 2025 van Mijndomein met bijlagen;
  • de e-mail van 10 februari 2026 van [eiser] met bijlagen;
  • het bezwaar van 6 februari 2026 van Mijndomein tegen door [eiser] ingediend stukken.
1.2
Per e-mail heeft de kantonrechter [eiser] op 10 februari 2026 bericht dat voornoemde e-mail van 10 februari 2026 met bijlagen en inhoudende een eiswijziging in strijd met de goede procesorde wordt geacht, en daarom buiten beschouwing gelaten zullen worden.
1.3
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 februari 2026. [eiser] is verschenen in persoon. Namens Mijndomein zijn verschenen, mevrouw [A] , bijgestaan door mr. I.M. Peeperkom en mr. M.A. van Omme. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.
1.4
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

[eiser] stelt dat hij met Mijndomein is overeengekomen dat Mijndomein de verhuizing van zijn domeinnaam zou registreren en in stand zou houden voor € 110,96 (per jaar). Mijndomein voert aan dat zij slechts bemiddelaar is. De kantonrechter stelt Mijndomein in het gelijk. De vorderingen van [eiser] worden daarom afgewezen.

3.De beoordeling

Nadere processtukken van [eiser]
3.1
Mijndomein heeft bezwaar gemaakt tegen de door [eiser] ingediende “
Pleitnota” met bijlagen. Verder heeft [eiser] enkele dagen voor de mondelinge behandeling nog een “
akte actualisatie eis wegens bereikte levering” van zes pagina’s met twee bijlagen ingediend.
3.2
In de oproepbrief staat dat aanvullende stukken tien dagen vóór de zitting kunnen worden ingediend. De laatste akte is dus te laat ingediend. Voor de pleitnota (met begeleidend schrijven) en de daarbij gevoegde bijlagen geldt dat de indiening, met name vanwege de omvang (bij elkaar ruim 180 pagina’s) en de ongeordendheid daarvan, in strijd is met de goede procesorde. De kantonrechter zal deze stukken dan ook buiten beschouwing laten.
Levering domeinnaam
3.3
[eiser] stelt dat hij omstreeks 18 juni 2025 via de website van Mijndomein een verhuizing van zijn domeinnaam
[domeinnaam](hierna: de domeinnaam) heeft besteld voor € 110,96 (per jaar). Hierdoor is volgens hem een overeenkomst tot stand gekomen door aanbod en aanvaarding. Op dezelfde dag ontvangt hij echter een bericht van Mijndomein dat het een “
premium” domeinnaam betreft en dat de prijs € 2.299,00 is per jaar. [eiser] vindt dat Mijndomein de domeinnaam moet leveren met inachtneming van de eerstgenoemde (en reeds betaalde) prijs van € 110,96. Verder is van belang dat [eiser] goed bekend is in de wereld van de domeinnamen, hij domeinnamen verzamelt en een groot aantal domeinnamen op zijn naam heeft staan.
3.4
Inmiddels is de domeinnaam al aan [eiser] “geleverd”. De door [eiser] gevorderde levering van de domeinnaam en daaraan gekoppelde dwangsom zullen daarom bij gebrek aan belang worden afgewezen.
3.5
Op de mondelinge behandeling heeft [eiser] aangegeven zijn eis te willen wijzigen overeenkomstig de overgelegde “
akte actualisatie eis wegens bereikte levering.” Daarin worden echter allerlei nieuwe vorderingen ingesteld die veelal een andere grondslag en/of betrekking op andere partijen hebben. Alleen de vordering onder b (over de jaarprijs) houdt verband met de oorspronkelijke vordering en zal hierna worden behandeld.
De overige vorderingen worden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Prijs
3.6
[eiser] vordert – na eiswijziging – een verklaring voor recht dat de bindende jaarprijs voor de registratie en instandhouding van de domeinnaam de oorspronkelijke consumentenprijs bedraagt van € 110,96 per jaar.
3.7
De kantonrechter stelt voorop dat Mijndomein slechts een bemiddelaar is bij domeinnaamverhuizingen. Mijndomein heeft (ook op de mondelinge behandeling) gemotiveerd toegelicht dat tussen [eiser] en Mijndomein alleen een bemiddelingsovereenkomst is gesloten: Mijndomein heeft bij de verhuizing bemiddeld tegen € 0,00 fee, zoals ook staat vermeld op haar website die [eiser] heeft gezien (productie 1 bij conclusie van antwoord).
3.8
Dit moet worden onderscheiden van de andere overeenkomst over het daadwerkelijk registreren van een domeinnaam, waarvoor registratiekosten moeten worden betaald. Op de website van Mijndomein staat ook “
Je betaalt alleen de registratiekosten van je domeinnaam.” De registratiekosten van € 110,96 voor een reguliere domeinnaam worden door Mijndomein doorbetaald aan een andere partij. Bij de registratie van domeinnamen zijn namelijk andere partijen betrokken: de
registry(beheert het centrale digitale register) en de
registrar(verzorgt de registraties bij de registry). Nadat Mijndomein de verhuizing had aangevraagd bij de registrar, kreeg zij bericht dat het in dit geval gaat om een premium domeinnaam waarvoor hogere registratiekosten gelden dan het basisbedrag van € 110,96. [eiser] is hierover geïnformeerd, vóór de daadwerkelijke aanvaarding van dat aanbod. Hij heeft toen ook de uitdrukkelijke keuze gehad om het aanbod niet te accepteren, de overeenkomst kosteloos te annuleren en het reeds betaalde bedrag terug te krijgen.
3.9
Overigens bleek op de mondelinge behandeling dat [eiser] ook wist dat het gaat om een duurdere domeinnaam: zo heeft hij verklaard dat dit de duurste domeinnaam in zijn collectie is, dat hij die al een aantal jaar heeft en dat hij hiervoor ook zo’n hoog bedrag moest betalen bij zijn vorige registrar (OpenProvider). Nu [eiser] goed bekend is met domeinnamen en de registratie daarvan, had [eiser] boven alles ook kunnen en moeten weten dat voor deze premium domeinnaam een hoger tarief zou gelden dan het basistarief van € 110,96.
3.1
Omdat de overeenkomst met Mijndomein slechts bemiddeling inhoudt en Mijndomein niet gaat over (de kosten van) de registratie en instandhouding van de domeinnaam, kan de gevorderde verklaring voor recht alleen daarom al niet worden toegewezen. Voor zover [eiser] meent dat de registrar en registry nalatig hebben gehandeld (zoals volgt uit zijn bericht van 3 oktober 2025 aan OpenProvider) kan de kantonrechter hier – wat hier verder ook van zij – niets mee.
De registrar en registry zijn immers andere juridische entiteiten die geen partij zijn in deze procedure. [eiser] heeft alleen Mijndomein laten dagvaarden. Het standpunt van [eiser] dat Mijndomein de hele keten beheerst en daarom aansprakelijk is, kan hem (wat hier verder ook van zij) evenmin helpen. Dit wordt door Mijndomein betwist en heeft [eiser] verder onvoldoende onderbouwd.
Proceskosten
3.11
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van Mijndomein begroot op:
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00 +
(plus eventuele betekeningskosten)
Totaal
360,00
3.12
Ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals
vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
wijst de vorderingen van [eiser] af;
4.2
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten van Mijndomein, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 360,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet hij ook de betekeningskosten betalen;
4.3
veroordeelt [eiser] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
4.4
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
4578