Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1897

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
12002748 \ LC EXPL 25-2602
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a Regeling afsluitbeleid kleinverbruikers elektriciteit en gasArt. 17 lid 1 Elektriciteitswet 1998Art. 10Aa Gaswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering Liander voor buitengerechtelijke incassokosten wegens ontbreken energieleveringsovereenkomst

Liander vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van €120,00 en proceskosten van €820,78 van gedaagde, omdat gedaagde geen energieleveringsovereenkomst had voor het aansluitadres van 21 mei 2025 tot 1 december 2025. Liander was op grond van wettelijke regelingen verplicht de energietoevoer af te sluiten bij contractloosheid, maar kon dit niet zonder binnentreding. Gedaagde werd meerdere malen schriftelijk en telefonisch aangemaand om een nieuwe overeenkomst te sluiten, maar reageerde niet.

Pas na dagvaarding sloot gedaagde alsnog een energieleveringsovereenkomst af. De kantonrechter oordeelt dat Liander terecht heeft gedagvaard en dat de gevorderde incassokosten redelijk en voldoende onderbouwd zijn. De proceskosten worden eveneens aan Liander toegewezen.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten wegens het ontbreken van een energieleveringsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12002748 \ LC EXPL 25-2602
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
LIANDER N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: Liander,
gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde] ,handelend onder de naam
[handelsnaam],
wonende en zaakdoende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de akte van vermindering van eis,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, daarna niet meer gereageerd.
1.3.
Tenslotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1
Liander heeft ten behoeve van [gedaagde] (de feitelijk gebruiker) elektriciteit en/ of gas getransporteerd naar het aansluitadres [adres] ( [postcode] ) te [plaats] (het adres van [gedaagde] ). De energieleverancier van [gedaagde] heeft aan Liander via het Centraal Aansluitingenregister laten weten dat op voornoemd aansluitadres de overeenkomst ten behoeve van levering van elektriciteit en/of gas per 21 mei 2025 is beëindigd. Omdat [gedaagde] - ondanks dat hij daartoe behoorlijk in de gelegenheid is gesteld - geen nieuwe energieleveringsovereenkomst (meer) heeft gesloten, was Liander verplicht om tot afsluiting van de energietoevoer over te gaan. Liander kan de energietoevoer echter niet onderbreken zonder binnentreding van het pand op het aansluitadres. Daarom eiste Liander aanvankelijk bij dagvaarding, samengevat:
a. een machtiging om zogenoemde “afsluitwerkzaamheden” te verrichten in het pand op het aansluitadres en [gedaagde] te veroordelen dit te gedogen;
b.. dat [gedaagde] wordt veroordeeld toe te staan dat Liander ten behoeve van de onder a. genoemde werkzaamheden het aansluitadres tijdelijk of gedeeltelijk ontruimt;
c. een veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de onder a. genoemde afsluitwerkzaamheden ad € 505,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
d. dat [gedaagde] wordt veroordeeld om € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten aan Liander te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
e. en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Liander heeft bij vermindering van eis bevestigd dat [gedaagde] na ontvangst van de dagvaarding, en met ingang van 1 december 2025 een lopende energieleveringsovereenkomst op het aansluitadres heeft. Daarom is van afsluiting geen sprake meer en vordert Liander - na vermindering van eis - alleen nog een veroordeling van [gedaagde] in de kosten als onder 2.1. sub d en e omschreven. [gedaagde] heeft betwist dat er een rechtmatige grond heeft bestaan voor de door Liander beoogde afsluiting en betwist voorts dat Liander de door haar gevorderde kosten op [gedaagde] kan verhalen.
2.2.
De kantonrechter wijst de vordering na vermindering van eis toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3.De beoordeling

[gedaagde] is terecht gedagvaard
3.1.
Liander is op grond van artikel 1a van de “Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas” d.d. 1 april 2023, houdende regels over afsluiten van kleinverbruikers van elektriciteit en gas (hierna: de regeling), artikel 17 lid 1 van Pro de Elektriciteitswet 1998 (hierna: de E-wet) en artikel 10Aa van de Gaswet gerechtigd c.q. verplicht om het transport van elektriciteit en/of gas te beëindigen als voor de aansluiting(en) geen overeenkomst met een energieleverancier bekend is. In de energiesector stelt de energieleverancier de netbeheerder, in casu Liander, op de hoogte van het eindigen en het afsluiten van een leveringscontract met een afnemer, in casu [gedaagde] .
3.2.
De energieleverancier van [gedaagde] heeft Liander via het Centraal Aansluitingenregister (C-AR) bericht dat op voornoemd aansluitadres de overeenkomst ten behoeve van levering van elektriciteit en/of gas per 21 mei 2025 is geëindigd. Om invulling te geven aan de verplichten uit de regeling, de E-wet en Gaswet die op Liander rusten, heeft Liander naar aanleiding van het bericht van de energieleverancier dat zij de levering van elektriciteit en gas heeft beëindigd [gedaagde] per brief een vooraankondiging “voorkom afsluiting” verzonden. Liander heeft daarop geen bericht van [gedaagde] en/of de leverancier ontvangen dat een nieuwe leveringsovereenkomst met [gedaagde] is gesloten ten behoeve van elektriciteit en/of gas op het voornoemd adres.
3.3.
Liander heeft vervolgens [gedaagde] meerdere keren schriftelijk een herinnering gestuurd en geïnformeerd over de gevolgen van het ontbreken van een leverancier, namelijk dat de aansluiting(en) op [adres] te [plaats] word(t)(en) afgesloten en ook nogmaals de mogelijkheid gegeven om binnen 14 kalenderdagen na dagtekening van deze brieven een leveringsovereenkomst aan te gaan met een energieleverancier ofwel om vrijwillig de aansluiting(en) door Liander af te laten sluiten. Ook de door Liander gemachtigde Bosveld heeft geprobeerd buitengerechtelijk, zowel schriftelijk als mondeling [gedaagde] te bewegen tot voldoening van de vordering van Liander tot het aangaan van een nieuwe energieleveringsovereenkomst door [gedaagde] . Bosveld heeft hiertoe meerdere sommatiebrieven gestuurd, [gedaagde] bezocht en daarnaast geprobeerd om [gedaagde] telefonisch te bereiken. [gedaagde] heeft naar aanleiding van deze pogingen niet gereageerd of op een andere manier verweer gevoerd.
3.4.
Pas na betekening van de dagvaarding, heeft [gedaagde] op 1 december 2025 een energieleveringsovereenkomst bij een energieleverancier afgesloten. [gedaagde] heeft erkend en verder niet betwist dat hij in de periode van 21 mei 2025 tot 1 december 2025 geen energieleveringsovereenkomst had. [gedaagde] stelt dat hij meermaals een energieleveringsovereenkomst heeft willen afsluiten, maar deze wegens de hoge borg niet zou hebben kunnen afsluiten, omdat hij deze niet kon betalen. [gedaagde] stelt dat Liander hierbij een zorgplicht heeft. Liander heeft hierover opgemerkt dat zij in haar brieven verwijst naar zowel schuldhulpverlening als bewindvoering. Desondanks heeft [gedaagde] , ondanks meerdere aanmaningen, waarbij [gedaagde] meermaals in de gelegenheid is gesteld een energieleveringsovereenkomst aan te gaan en bijkomende kosten te voorkomen, nagelaten op enig moment contact op te nemen met Liander dan wel tijdig een overeenkomst aan te gaan met een energieleverancier. [gedaagde] is pas na ontvangst van de dagvaarding een energieleveringsovereenkomst aangegaan. [gedaagde] was op dat moment reeds bijkomende en gemaakte kosten verschuldigd. [gedaagde] verkeerde al geruime tijd in verzuim. Liander heeft kosten moeten maken om [gedaagde] te bewegen een energieleveringsovereenkomst aan te gaan. Dat Liander zou besluiten tot het uit handen geven van haar vordering en uiteindelijk tot het in recht betrekken van [gedaagde] komt dan ook voor rekening en risico van [gedaagde] .
3.5.
Nu [gedaagde] , ondanks aanmaningen namens Liander niet eerder dan na de dagvaarding is overgegaan tot het sluiten van een nieuwe energieleveringsovereenkomst en Liander in geval van contractloosheid moet afsluiten, wordt geconcludeerd dat Liander [gedaagde] terecht heeft gedagvaard.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.6.
Liander vordert een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten
(€ 120,00), plus de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot en met de dag van algehele voldoening. Liander heeft - mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen – voldoende onderbouwd dat zij kosten heeft gemaakt. Dat (de gemachtigde van) Liander [gedaagde] voorafgaand aan deze procedure getracht heeft te bewegen tot het aangaan van een nieuwe energieleveringsovereenkomst is door [gedaagde] voorts niet (voldoende concreet) betwist. De hoogte van de door Liander gevorderde vergoeding acht de kantonrechter ook redelijk. De vordering wordt aldus toegewezen.
Proceskosten
3.7.
Ondanks de omstandigheid dat Liander de meeste vorderingen heeft ingetrokken, heeft zij [gedaagde] op terechte gronden gedagvaard (zie 3.1.). [gedaagde] moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Liander worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
820,78

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding, te weten
11 november 2025, tot en met de dag der algehele voldoening,
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 820,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
153