Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
hierna te noemen: [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1]
3.[gedaagde sub 3] V.O.F.,
hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord met eis in reconventie;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- de brief van gedaagden met een eiswijziging en nadere producties;
- de akte inbreng producties van [eiseres] .
2.De feiten
[gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1][kantonrechter: [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] ]
3.De kern van de zaak
4.Samenvatting van de achtergrond van het geschil
5.De vorderingen over en weer
6.De beoordeling
zelfstandig en volledig recht van huur” is ontstaan. Het gaat dus niet om een bedrijfswoning. Gesteld noch gebleken is dat [eiseres] deze huurovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd conform de wettelijke huurbeschermingsbepalingen die gelden voor woonruimtes (artikel 7:271 tot Pro en met 7:274 BW). Dit betekent dat de vordering ten aanzien van de woning moet worden afgewezen.
“graag willen samenwerken om het [landgoed] te verwerven en om de ontwikkeling en exploitatie ervan mogelijk te maken. Daartoe willen partijen een intentieverklaring overeenkomen als basis voor de verdere samenwerking.”
zoals nu voorgenomen.” Ook dit duidt erop dat hierover nog geen definitieve afspraken zijn gemaakt. Aan de SOK kunnen dus niet zonder meer rechten worden ontleend, zeker niet de door [eiseres] gestelde beperkingen met betrekking tot het gebruik of de metrages van de opstallen. Dit geldt ook voor de door gedaagden gestelde investeringsafspraken uit de SOK. Bovendien was het landgoed op het moment van het sluiten van de SOK nog niet gegund aan [onderneming] en was [eiseres] nog geen eigenaar. Dat nog in goed overleg nadere afspraken moesten worden gemaakt volgt ook uit de conclusie van de SOK, waarin staat:
“Het is ondoenlijk om alle mogelijke vraagstukken van te voren te regelen. Partijen vertrouwen erop dat in goed overleg alle toekomstige kansen en uitdagingen gezamenlijk het hoofd kunnen worden geboden.”Het is partijen niet goed gelukt om na de SOK overeenstemming te bereiken over de nadere uitwerking van de afspraken (behalve over de hierna te bespreken rondeelstal).
.Dit neemt niet weg dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst naar de bedoeling van partijen niet-opzegbaar kan zijn, met dien verstande dat de wederpartij van degene die zich op de niet-opzegbaarheid beroept, onder omstandigheden daartegen een beroep kan doen op, kort gezegd, de artikelen 6:248 lid 2 BW en 6:258 BW. Anderzijds kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid - dat wil zeggen: de aanvullende werking ervan uit het eerste lid van artikel 6:248 BW Pro - vanwege de aard en inhoud van de overeenkomst meebrengen dat:
- een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen, of
- opzegging slechts mogelijk is als er een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat, of
- de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.
De huurder[ [gedaagde sub 2] ]
voert momenteel (voor eigen rekening en risico) een zorgboerderij op deze locatie. Hij maakt daarvoor middels een gebruiksovereenkomst gebruik van een deel van de locatie. Het is mogelijk, maar niet verplicht deze bestaande voorziening voort te zetten.”
“de gemeente ziet [gedaagde sub 3] graag behouden voor onze gemeenschap; deze activiteit past in het gemeenschappelijk beleid”
[gedaagde sub 2] c.s. is zonder toestemming een opstal gaan gebruiken buiten de bestemming om door daarin een winkel te vestigen;
[gedaagde sub 2] c.s. gebruikt zonder toestemming meer opstallen dan in de SOK is opgesomd en weigert deze opstallen te ontruimen;
[gedaagde sub 2] c.s. gebruikt de weilanden die geen onderdeel uitmaken van de SOK;
De overeenkomst met betrekking tot de Ronddeelstal is beëindigd per 30 september 2025, maar [gedaagde sub 2] c.s. werkt niet mee aan de ontruiming;
[gedaagde sub 2] c.s. weigert medewerking te verlenen aan de renovatie van de kantine door geen huurovereenkomst daartoe te sluiten;
[gedaagde sub 2] c.s. weigert medewerking te verlenen aan het sluiten van een huurovereenkomst voor de opstallen;
kanworden. Artikel 2.1 bepaalt verder dat als partijen niet tot overeenstemming komen [gedaagde sub 3] op eigen kosten de rondeelstal moet verwijderen en de locatie moet terugbrengen in haar oude staat vóór de plaatsing. [1] [eiseres] heeft de overeenkomst met betrekking tot de ronddeelstal bij brief van 15 november 2023 opgezegd tegen 1 oktober 2025. Het is de kantonrechter evenwel onvoldoende gebleken in hoeverre partijen overleg hebben gevoerd over de verlenging van de overeenkomst. Die verplichting tot overleg vloeit wel voort uit de overeenkomst. De noodzakelijkheid van voortzetting van de overeenkomst voor de exploitatie van [gedaagde sub 3] , zoals ook door [gedaagde sub 2] c.s. is aangevoerd, volgt ook uit de inhoud van de SOK en de overige omstandigheden, waaronder het feit dat de kantine thans in de ronddeelstal is gevestigd. Het belang bij (voorlopige) voortzetting van het gebruik van de rondeelstal weegt zwaarder dan het belang van [eiseres] bij beëindiging van de overeenkomst juist nu ook het gebruik van de overige opstallen, zoals hiervoor overwogen vooralsnog niet kan worden beëindigd wegens het ontbreken van een zwaarwegende grond.
wordt opgeknapt door [onderneming] in goed overleg met [gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1] .” Onvoldoende gebleken is dat partijen hierna overeenstemming hebben bereikt over de nadere invulling van de afspraken. De renovatie van de kantine is regelmatig onderwerp van gesprek geweest tussen partijen. Van de zijde van [eiseres] zijn meerdere voorstellen gedaan, maar partijen konden het niet eens worden over de hoogte van de (noodzakelijke) investeringen. Bovendien heeft [eiseres] onweersproken gesteld dat er geen gezamenlijk uitgewerkt plan is en dat de opstal nu als winkel wordt gebruikt en vooralsnog niet beschikbaar is om als kantine te worden gebruikt. Gelet op het voorgaande kan het (te) algemeen gestelde en gevorderde gebod tot renovatie niet worden toegewezen.
- het verwijderen van de dakpannen;
- het vervangen van de slechte delen van het dakbeschot;
- het aanbrengen van nieuw dakbeschot;
- het plaatsen van nieuwe luchtlatten;
- het bevestigen van nieuwe panlatten;
- het terugplaatsen van dakpannen;
- het nalopen van nokvorsten op kieren/lekkage(s).
ingeschatte werkzaamheden die volgens [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] moeten worden uitgevoerd om de lekkage te verhelpen.” [gedaagde sub 2] c.s. heeft dit niet onderbouwd met stukken, zoals een deskundigenoordeel. Ook heeft [gedaagde sub 2] c.s. niet gesteld op grond waarvan [eiseres] gehouden is om deze werkzaamheden uit te voeren. De “stal” lijkt namelijk niet te horen bij het woonhuis. Dit volgt ook niet uit de huurovereenkomst. Niet gebleken is dat [eiseres] op grond van de huurovereenkomst van de woning dit herstel aan de stal moet verrichten. Uit de overgelegde correspondentie (productie 62) volgt wel dat [eiseres] bereid is om dit te doen: zo is op 5 november 2025 een opname van het dak uitgevoerd en aangegeven dat een herstelplan wordt opgemaakt. De vordering om [eiseres] te veroordelen tot het herstel van de gebreken aan de stal op straffe van een dwangsom moet echter worden afgewezen.
7.De beslissing
binnen drie maandenna dit vonnis;