Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1909

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
11345279 \ MC EXPL 24-6489
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:228 BWArt. 7:271 BWArt. 7:272 BWArt. 7:273 BWArt. 7:274 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gebruiksrechten en opzegging duurovereenkomst landgoed en opstallen

Deze civiele zaak betreft de opzegging van gebruiksrechten en een huurovereenkomst over grond en opstallen op een landgoed, waarbij eiseres de beëindiging van deze rechten vordert en gedaagden zich hiertegen verzetten.

De feiten betreffen een langdurige samenwerking tussen partijen, waarbij gedaagden een zorgboerderij exploiteren op het landgoed. De eigendom van het landgoed is in 2015 overgedragen aan eiseres, waarna geschillen ontstonden over de voortzetting van gebruiksrechten en de nakoming van afspraken uit een samenwerkingsovereenkomst (SOK).

De kantonrechter oordeelt dat de SOK een intentieovereenkomst is zonder bindende einddatum, waardoor de gebruiksrechten niet eenzijdig kunnen worden beëindigd zonder zwaarwegende grond. De huurovereenkomst voor de woning is niet rechtsgeldig opgezegd. De vorderingen tot ontruiming van opstallen en weilanden worden afgewezen, evenals de vordering tot verwijdering van de rondeelstal, waarvoor overleg over verlenging noodzakelijk is.

In reconventie worden enkele herstelverplichtingen aan de woning toegewezen, maar overige vorderingen, waaronder financiering van activiteiten en herstel van de stal, worden afgewezen. Proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd. De uitspraak bevestigt het voortbestaan van de gebruiksrechten en wijst op het belang van overleg tussen partijen.

Uitkomst: De gebruiksrechten van gedaagden op het landgoed en opstallen blijven bestaan, de woninghuur is niet rechtsgeldig opgezegd, en enkele herstelverplichtingen aan de woning worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11345279 \ MC EXPL 24-6489
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. S. van der Kamp,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

2.
[gedaagde sub 2],
vennoten van gedaagde sub 3,
beiden wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1]

3.[gedaagde sub 3] V.O.F.,

gevestigd te [plaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen: [gedaagde sub 2] c.s.,
gemachtigden: mr. R. Vissink en mr. S.M. Kiltz.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • de conclusie van antwoord met eis in reconventie;
  • de conclusie van antwoord in reconventie;
  • de brief van gedaagden met een eiswijziging en nadere producties;
  • de akte inbreng producties van [eiseres] .
1.2.
In deze zaak heeft een descente ter plaatse en een aansluitende mondelinge behandeling plaatsgevonden op 27 november 2025. Aan de zijde van [eiseres] zijn verschenen de heer [A] en de heer [B] , bijgestaan door mr. S. van der Kamp. Aan de zijde van gedaagden zijn verschenen [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 1] , vergezeld van hun zoon [C] en hun adviseur [D] , bijgestaan door mr. R. Vissink en mr. S.M. Kiltz. Partijen hebben aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.
1.3.
De zaak is aangehouden zodat partijen kunnen onderzoeken of mediation een oplossing kan bieden. [eiseres] heeft vervolgens om vonnis gevraagd.
1.4.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde sub 2] is in 1989 in dienst getreden bij [bedrijfsonderdeel] (hierna: [bedrijfsonderdeel] ). [bedrijfsonderdeel] is onderdeel van geneesmiddelenconcern [.] en verantwoordelijk voor de productie van vaccins voor dieren. Dat gebeurde op een zogenoemde 'proefboerderij'. Op het [landgoed] bevindt zich eveneens een in 1939 tot woning omgebouwde voormalige boerderij. Vanwege de werkzaamheden voor de proefboerderij heeft [gedaagde sub 2] met zijn gezin in 2002 zijn intrek genomen in de woning ( [straat] [nummeraanduiding 1] te [plaats] ). Omstreeks 2004 is de functie van [gedaagde sub 2] bij de proefboerderij ( [bedrijfsonderdeel] ) komen te vervallen. [gedaagde sub 2] en zijn gezin zijn toen in de woning blijven wonen. In de jaren na 2004 zijn de werkzaamheden van de proefboerderij afgebouwd en is deze gesloten. Ook na de sluiting van de proefboerderij is [gedaagde sub 2] met zijn gezin in de woning blijven wonen. Na zijn vertrek bij [bedrijfsonderdeel] is [gedaagde sub 2] met [gedaagde sub 1] [gedaagde sub 3] gestart (later [gedaagde sub 3] V.O.F.). [gedaagde sub 3] is gestart als dagopvang voor mensen met een verstandelijke handicap en mensen uit de geestelijke gezondheidszorg (ggz).
2.2.
[bedrijfsonderdeel] heeft de eigendom van het [landgoed] in 2006 overgedragen aan Bureau Beheer Landbouwgronden (hierna: BBL). Na de overdracht van het [landgoed] aan BBL is [gedaagde sub 2] met zijn gezin in de woning blijven wonen. Daarvoor is op 1 maart 2007 een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. Een deel van het [landgoed] was daarnaast in gebruik bij [gedaagde sub 3] .
2.3.
Na de aankoop van het [landgoed] heeft BBL eerst in oktober 2014 een visie ontwikkeld waarin het terrein verder wordt ontwikkeld tot [landgoed] . Die visie is neergelegd in de Verkoopwijzer (productie 3 bij dagvaarding). Vervolgens is op 1 oktober 2014 met [gedaagde sub 2] c.s. een tijdelijke gebruiksovereenkomst gesloten, welke overeenkomst is verlengd tot 1 maart 2015. De gebruiksovereenkomst ziet op het gearceerde gedeelte van onderstaande kaart. [gedaagde sub 3] biedt van maandag tot en met vrijdag van 09:00 tot 15:30 dagbesteding aan volwassenen met een zorgindicatie (18+). Variërend van autisme tot psychiatrie, [gedaagde sub 3] zorgt ervoor dat er passende dagbesteding geboden wordt. Doordeweeks biedt [gedaagde sub 3] meerdere activiteiten bij haar dagbesteding. Alle activiteiten dragen bij aan de werkzaamheden en de kwaliteit van de boerderij zelf. Zo is er de mogelijkheid om: vee te verzorgen (onder andere koeien, kippen, schapen en paarden), hout te verwerken (kloven, stapelen en naar klanten brengen), in de moestuin te werken (wieden, planten en oogsten), in de winkel te werken (aanvullen, spiegelen en verkopen), het terrein te onderhouden en huishoudelijke klussen.
2.4.
[onderneming] BV (hierna: [onderneming] ) was geïnteresseerd in de aankoop en ontwikkeling van het Landgoed. Met [gedaagde sub 2] c.s. is voorafgaand aan de verwerving van het Landgoed een Samenwerkingsovereenkomst gesloten op 14 januari 2015 (hierna: de SOK). Daarin is onder meer bepaald:
“Daartoe willen partijen een intentieverklaring overeenkomen als basis voor de verdere samenwerking”(..)
-
[gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1][kantonrechter: [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] ]
De economie van de VOF is gebaseerd op het leveren van zorg- en aanverwante diensten. [gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1] zijn
verantwoordelijk voor deze exploitatie en krijgen daartoe beschikking over een kantine van 230m2 en
280 m2- (vast aan het huis) alsmede de Varkensstal (500m2) en de Jongveestal (570m2). Voor de
zorgboerderij (exclusief woonhuis) en de te renoveren stal is een vergoeding verschuldigd van € 1.500,-- per maand. Deze vergoeding wordt verschuldigd bij gereed komen van de kantine. De kantine, die essentieel is voor het leveren van zorg aan een grotere groep zorgvragers, zal spoedig na de acquisitie worden opgeknapt door [onderneming] in goed overleg met [gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1] . Over eventuele verdere investeringen door [onderneming] in de varkens- en jongvee stallen hierboven genoemd danwel de ook geplande Kas kunnen tzt afspraken worden gemaakt.
[onderneming] en [gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1] ontwikkelen voor ca. 710 m2bvo een ronddeelstal OF qua metrage en functie een
ongeveer gelijkwaardig (al dan niet bestaand) opstal aanpassen met doel om stichtingskosten besparing te realiseren ten opzichte van ronddeelstal;
[gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1] zijn voornemens tot hun pensioen de zorgactiviteiten op [eiseres] voort te zetten. [gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1]
garanderen dat ze tot aan hun pensioen de zorgactiviteiten zullen leveren. Mocht dit onverhoopt niet
meer mogelijk blijken door economische omstandigheden of andere onverhoopte redenen dan zullen zij de woning binnen 1 jaar verlaten.
[gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1] willen als ondernemer [gedaagde sub 3] verder ontwikkelen middels additionele activiteiten. Deze additionele activiteiten kunnen onder meer zijn de verhuur van 8 trekkerstenten, kano's en de
exploitatie van bio-eieren (ronddeelstal) en groenten uit een kas. Voor deze activiteiten wordt de
volgende wijze van exploitatie overeengekomen. [onderneming] financiert deze activiteiten zonder rente en
aflossing te berekenen, [gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1] runnen deze exploitatie waarbij geen arbeid in rekening wordt gebracht, externe out of pocket-kosten worden uit de exploitatie vergoed, het saldoresultaat wordt gelijk verdeeld over [onderneming] en [gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1] .(..)
Conclusie
Dit document heeft tot doel in grote lijnen afspraken te maken over verwerving en exploitatie van
[landgoed] . Partijen willen dit project gezamenlijk aangaan en kijken uit naar een
jarenlange vruchtbare samenwerking waarbij verwezenlijking van de doelen van [gedaagde sub 3] in
relatie met de andere te ontwikkelen activiteiten worden nagestreefd. Het is ondoenlijk om alle
mogelijke vraagstukken van te voren te regelen. Partijen vertrouwen erop dat in goed overleg alle
toekomstige kansen en uitdagingen gezamenlijk het hoofd kunnen worden geboden.(..)”
2.5.
[onderneming] en [gedaagde sub 2] c.s. hebben vervolgens in januari 2015 een ontwikkelplan [landgoed] opgesteld. [gedaagde sub 3] vormt daar een onderdeel van. Op 21 april 2015 is het landgoed geleverd aan de door [onderneming] voor dit doel opgerichte vennootschap [eiseres] , de huidige eigenaar. Nadat [onderneming] de eigendom van het [landgoed] had verkregen, moest zij dit verder gaan ontwikkelen. Een verplichting vanuit de Verkoopwijzer is voor [onderneming] om daarvoor een uitwerkingsplan op te stellen. [eiseres] heeft het uitwerkingsplan in februari 2017 opgesteld. Een deel daarvan is door [eiseres] uitgevoerd. In grote lijnen is de ontwikkeling tot heden als volgt door [eiseres] gerealiseerd.
• Korrel ' [naam 1] ': [naam 1] is door [eiseres] gerenoveerd in 2017-2018 en de bijbehorende schuur is herbouwd;
• Korrel 'De tuinen van [eiseres] ': deze korrel is - na nog een bestemmingsplanprocedure -
in 2017 ingevuld met volkstuinen (actie gemeente);
• Korrel ' [naam 2] ': een deel van deze korrel is ontwikkeld met 40 zorgwoningen, die zijn
opgeleverd in 2020. In het resterende deel van deze korrel heeft [eiseres] zich in eerste
instantie georiënteerd op een boerenlandwinkel. Dit is tot heden niet gelukt. Vervolgens werd [eiseres] benaderd door de gemeente om te bezien of hier een mogelijkheid zou zijn voor een kinderdagverblijf. Dit heeft ertoe geleid dat een deel van deze korrel is verkocht ten behoeve van de realisatie van een kinderdagverblijf, dat inmiddels is gerealiseerd en in gebruik is
• Korrel ' [naam 3] ': [eiseres] heeft voor deze delen - die zijn bestemd voor gemeenschappelijk gebruik - een plan gemaakt voor de wegen, de (ondergrondse)
infrastructuur en verlichting. [eiseres] heeft de werkzaamheden in het kader van het
bouwrijp maken afgerond en de werkzaamheden voor het woonrijp maken zijn gedeeltelijk
gerealiseerd.
Zie hieronder de plankaart:
2.6.
Tussen partijen is op 21 november 2017 ter uitvoering van een onderdeel van de SOK een overeenkomst gesloten voor plaatsing van een minirondeelstal. De rondeelstal wordt om niet ter beschikking gesteld aan [gedaagde sub 2] c.s. voor de duur van acht jaar eindigend op 30 september 2025. [gedaagde sub 2] c.s. is verplicht maandelijks een vergoeding te betalen van € 550,00 voor het gebruik van de grond. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over voortgezet gebruik is [gedaagde sub 2] c.s. gehouden de rondeelstal op eigen kosten te verwijderen.
2.7.
[eiseres] heeft zich meerdere malen op het standpunt gesteld dat [gedaagde sub 2] c.s. toerekenbaar is tekort geschoten in de uitvoering van onder meer de SOK op grond waarvan bij brief van 23 april 2024 is aangekondigd dat per [maandaanduiding] 2025 beëindiging van het gebruik c.q. de huurovereenkomst zal worden gevorderd. [gedaagde sub 3] meent daarentegen dat [eiseres] toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van de SOK.

3.De kern van de zaak

Deze zaak draait om de vraag of [eiseres] de overeenkomst(en) op grond waarvan [gedaagde sub 2] c.s. een langgoed gebruiken en een woning huren rechtsgeldig heeft opgezegd en [gedaagde sub 2] c.s het landgoed en de woning dienen te ontruimen. Volgens [gedaagde sub 2] c.s. is dat niet zo.

4.Samenvatting van de achtergrond van het geschil

4.1.
In 2014 is het [landgoed] aan de [straat] [nummeraanduiding 2] - [nummeraanduiding 3] te [plaats] (hierna: het landgoed) in eigendom van het BBL te koop aangeboden via een openbare inschrijving. Op het landgoed staan onder andere een zorgboerderij, een woning, een werkplaats en meerdere stallen, waaronder een (later gebouwde) rondeelstal.
4.2.
Ten tijde van de verkoop hadden [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] al een deel van het landgoed in gebruik voor de exploitatie van [gedaagde sub 3] . Dit gebruik was op basis van bruikleenovereenkomsten met BBL. Ook huurde [gedaagde sub 2] de woning op het landgoed al van BBL tegen een aanvangshuurprijs van € 150,00.
4.3.
[onderneming] was geïnteresseerd in de aankoop en ontwikkeling van het landgoed. In dat verband is tussen [onderneming] en [gedaagde sub 2] c.s op 14 januari 2015 een SOK gesloten.
4.4.
De bieding is aan [onderneming] gegund voor een koopprijs van € 676.000,00. Op 21 april 2015 is het landgoed geleverd aan de door [onderneming] voor dit doel opgerichte vennootschap [eiseres] , de huidige eigenaar.
4.5.
Partijen zijn al geruime tijd verwikkeld in verschillende discussies en geschillen. [eiseres] wil een einde aan de gebruiksrechten van gedaagden op het landgoed. [eiseres] heeft met de betekende dagvaarding, voor zover nodig, de huur-/gebruiksovereenkomst met gedaagden met betrekking tot de gronden en de opstallen op het landgoed opgezegd tegen [dagaanduiding] [maandaanduiding] 2025.

5.De vorderingen over en weer

5.1.
[eiseres] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1. een verklaring voor recht dat de gebruiksrechten van gedaagden met betrekking tot de grond en opstallen, namelijk [gedaagde sub 3] /bedrijfsruimte en bedrijfswoning, eindigen per [dagaanduiding] [maandaanduiding] 2025, althans op een te bepalen datum, althans de overeenkomst(en) te ontbinden;
2. veroordeling van gedaagden tot ontruiming van de opstallen als bedoeld in punt 58 van de dagvaarding en ter vrije beschikking van [eiseres] te stellen;
3. een verklaring voor recht dat gedaagden geen gebruiksrechten hebben met betrekking tot de weilanden die grenzen aan het landgoed en hen te verbieden deze te gebruiken op welke wijze dan ook;
4. een verklaring voor recht dat het recht om de rondeelstal geplaatst te houden eindigt op 30 september 2025 en veroordeling van gedaagden deze te verwijderen;
5. de veroordelingen onder 2, 3 en 4 op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag;
6. een verklaring voor recht dat gedaagden niet gerechtigd zijn tot exploitatie van een winkel.
5.2.
In reconventie vorderen gedaagden bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, na eiswijziging:
1. [eiseres] te gebieden de kantine overeenkomstig de voorwaarden uit de SOK te hebben gerenoveerd binnen drie maanden na het vonnis;
2. [eiseres] te gebieden om door [gedaagde sub 3] additioneel te ontwikkelen activiteiten te financieren;
3. te verklaren voor recht dat [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de SOK, alsmede dat [eiseres] is gehouden de als gevolg daarvan door [gedaagde sub 3] geleden en nog te lijden schade te vergoeden, op te maken bij staan en te vereffenen volgens de wet;
4. te verklaren voor recht dat [gedaagde sub 3] het recht heeft om de rondeelstal geplaatst te houden en in gebruik te houden;
5. [eiseres] te veroordelen om de gebreken aan de woning en (na eiswijziging ook) aan de stal aan het woonhuis te hebben herstel binnen drie maanden na het vonnis;
6. te verklaren voor recht dat het gebruik van [gedaagde sub 3] zich uitstrekt over het gebied en de opstallen die zijn aangeduid op de kaart die als bijlage is opgenomen bij de bruikleenovereenkomst uit 2014;
7. [eiseres] te gebieden de parkeerplaatsen bij [naam 1] binnen drie maanden ongedaan te hebben gemaakt en te hebben ontruimd;
8. [eiseres] te gebieden om [gedaagde sub 3] binnen drie maanden na het vonnis aan te (laten) sluiten op het aanwezige glasvezelnetwerk;
9. de veroordelingen onder 1, 5, 7 en 8 op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag;
10. veroordeling van [eiseres] in de proceskosten en wettelijke rente daarover.

6.De beoordeling

In conventie
Einde gebruiksrechten grond en opstallen
6.1.
Partijen zijn verdeeld over de vraag of de gebruiksrechten van [gedaagde sub 2] c.s. op de grond en de opstallen van het landgoed kunnen worden beëindigd.
6.2.
Volgens [eiseres] is het de bedoeling onder de SOK dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] tot hun pensioen [gedaagde sub 3] zouden voortzetten. Daarbij is ten tijde van de SOK in 2015 uitgegaan van de leeftijd van 65 jaar van [gedaagde sub 2] op [dagaanduiding] [maandaanduiding] 2025, wat ongeveer overeenkomt met een termijn van 10 jaar.
6.3.
[gedaagde sub 2] c.s. voert aan dat de gronden en opstallen na de laatste bruikleenovereenkomsten ongewijzigd bij hen in gebruik is gebleven en dat de SOK niet eenzijdig kan worden opgezegd. In de SOK is niets over een einddatum of beëindigingsmogelijkheid opgenomen. Er staat alleen dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] garanderen dat ze tot aan hun pensioen de zorgactiviteiten zullen leveren.
6.4.
De kantonrechter stelt vast dat in de SOK tussen partijen geen einddatum voor het gebruik en/of huur van het landgoed gekoppeld aan de pensioengerechtigde leeftijd van [gedaagde sub 2] is overeengekomen. In de SOK is slechts opgenomen dat [gedaagde sub 2] c.s. garanderen dat zij het landgoed tot aan hun pensioengerechtigde leeftijd zullen exploiteren. De uitleg die [eiseres] kennelijk voorstaat dat de samenwerking eindigt op de pensioenleeftijd van [gedaagde sub 2] is dan ook onjuist.
6.5.
De kantonrechter zal eerst de woning en dan de opstallen behandelen.
De rondeelstal wordt later afzonderlijk besproken.
De woning
6.6.
Ten aanzien van de woning geldt sinds 1 maart 2007 een schriftelijke huurovereenkomst woonruimte (productie 8 bij dagvaarding) voor onbepaalde tijd. In de huurovereenkomst staat dat voor de huurder een “
zelfstandig en volledig recht van huur” is ontstaan. Het gaat dus niet om een bedrijfswoning. Gesteld noch gebleken is dat [eiseres] deze huurovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd conform de wettelijke huurbeschermingsbepalingen die gelden voor woonruimtes (artikel 7:271 tot Pro en met 7:274 BW). Dit betekent dat de vordering ten aanzien van de woning moet worden afgewezen.
De opstallen
6.7.
Ten aanzien van de opstallen moet eerst worden beoordeeld wat de basis vormt van het huidige gebruik. In de SOK staat dat partijen
“graag willen samenwerken om het [landgoed] te verwerven en om de ontwikkeling en exploitatie ervan mogelijk te maken. Daartoe willen partijen een intentieverklaring overeenkomen als basis voor de verdere samenwerking.”
6.8.
De SOK is dus een intentieovereenkomst. Er zijn slechts grote lijnen uitgezet waarover partijen nog nadere afspraken moeten maken. Zo zit er bij de SOK een overzicht dat de metrage en invulling beschrijft “
zoals nu voorgenomen.” Ook dit duidt erop dat hierover nog geen definitieve afspraken zijn gemaakt. Aan de SOK kunnen dus niet zonder meer rechten worden ontleend, zeker niet de door [eiseres] gestelde beperkingen met betrekking tot het gebruik of de metrages van de opstallen. Dit geldt ook voor de door gedaagden gestelde investeringsafspraken uit de SOK. Bovendien was het landgoed op het moment van het sluiten van de SOK nog niet gegund aan [onderneming] en was [eiseres] nog geen eigenaar. Dat nog in goed overleg nadere afspraken moesten worden gemaakt volgt ook uit de conclusie van de SOK, waarin staat:
“Het is ondoenlijk om alle mogelijke vraagstukken van te voren te regelen. Partijen vertrouwen erop dat in goed overleg alle toekomstige kansen en uitdagingen gezamenlijk het hoofd kunnen worden geboden.”Het is partijen niet goed gelukt om na de SOK overeenstemming te bereiken over de nadere uitwerking van de afspraken (behalve over de hierna te bespreken rondeelstal).
6.9.
Het voorgaande betekent dat met de SOK geen wijzigingen konden zijn aangebracht aan de bestaande gebruikssituatie op dat moment van de gronden en de opstallen door [gedaagde sub 2] c.s.. De SOK is wat dat betreft ook onvolledig, omdat niet alle in gebruik zijnde opstallen (correct) worden benoemd. Met de SOK is de reeds bestaande gebruikssituatie van het landgoed dus niet beperkt. Integendeel, de bedoeling van partijen met de SOK is dat de bestaande zorgactiviteiten van gedaagden worden voortgezet, verder worden ontwikkeld tot een volwaardig zorgboerderij en dus juist niet worden beperkt. Het moet er dus voor worden gehouden dat het gebruik door [gedaagde sub 2] c.s. van de gronden en opstallen na de SOK in stand is gehouden na de laatste bruikleenovereenkomst van 2015.
6.10.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat moet worden uitgegaan van de gebruikssituatie zoals volgt uit de kaart die is gevoegd bij de bruikleenovereenkomst van 2014 (zie ook pagina 3 van dit vonnis), waarin de grond is gearceerd die onder het gebruiksrecht valt. Dit brengt mee dat het gebruiksrecht ook alle opstallen omvat die grijsblauw zijn gekleurd op de tekening die [eiseres] heeft overgelegd als productie 62, derde pagina.
Opzegbaar
6.11.
[eiseres] stelt dat geen opzeggingsgrond is vereist en beroept zich daarvoor op artikel 7:228 BW Pro. Dat is onjuist omdat het hier gaat om een overeenkomst om niet, zodat geen sprake is van huurovereenkomst, maar van een gebruiksovereenkomst. Dat gebruik is (zoals hiervoor overwogen) gebaseerd op de in stand gehouden gebruikssituatie na de laatste bruikleenovereenkomst uit 2015. Uit de SOK volgt dat beoogd is een langdurige samenwerking te bewerkstelligen als gevolg waarvan de gebruiksovereenkomst is verkleurd naar een (duur)overeenkomst voor onbepaalde tijd.
6.12.
Een dergelijke duurovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarvan de opzegging niet door partijen (of de wet) is geregeld, is volgens vaste jurisprudentie in beginsel opzegbaar (Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 (Ronde Venen/Stedin))
.Dit neemt niet weg dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst naar de bedoeling van partijen niet-opzegbaar kan zijn, met dien verstande dat de wederpartij van degene die zich op de niet-opzegbaarheid beroept, onder omstandigheden daartegen een beroep kan doen op, kort gezegd, de artikelen 6:248 lid 2 BW en 6:258 BW. Anderzijds kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid - dat wil zeggen: de aanvullende werking ervan uit het eerste lid van artikel 6:248 BW Pro - vanwege de aard en inhoud van de overeenkomst meebrengen dat:
  • een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen, of
  • opzegging slechts mogelijk is als er een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat, of
  • de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.
6.13.
[gedaagde sub 2] c.s. voert aan dat de gebruiksovereenkomst naar de bedoeling van partijen niet-opzegbaar is. De kantonrechter volgt dat standpunt niet. Zij heeft onvoldoende aangetoond dat sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden dat daaruit kan worden afgeleid dat het de bedoeling van partijen is geweest dat de gebruiksovereenkomst niet-opzegbaar is. Weliswaar had [gedaagde sub 2] c.s. (en ook [eiseres] ) bij het aangaan van de SOK een bestendige relatie voor ogen, maar hieraan kan zij niet ontlenen dat de gebruiksrechten niet kunnen eindigen en dat de samenwerking oneindig zou voortduren. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het vóór de SOK al ging om tijdelijke bruikleenovereenkomsten om niet, die ook al tussentijds beëindigd konden worden. Bovendien stond daarin expliciet vermeld dat de bruiklener geen enkele vorm van rechten naar de toekomst aan het gebruik kan ontlenen. Ook in de Verkoopwijzer van het landgoed (productie 3, pag. 9) staat: “
De huurder[ [gedaagde sub 2] ]
voert momenteel (voor eigen rekening en risico) een zorgboerderij op deze locatie. Hij maakt daarvoor middels een gebruiksovereenkomst gebruik van een deel van de locatie. Het is mogelijk, maar niet verplicht deze bestaande voorziening voort te zetten.
6.14.
In het licht van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde sub 2] c.s. onvoldoende bijzondere omstandigheden hebben aangevoerd die maken dat de gebruiksovereenkomst niet-opzegbaar is.
Redelijke opzegtermijn of zwaarwegende grond
6.15.
De kantonrechter gaat ervan uit dat [eiseres] met de betekende dagvaarding van 3 oktober 2024 tegen [..] [maandaanduiding] 2025 de gebruiksovereenkomst kennelijk ook heeft willen opzeggen met betrekking tot de grond en de opstallen. Zoals hierboven reeds overwogen geldt dat niet voor de gehuurde woning. [gedaagde sub 2] c.s. beroept zich op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid op grond waarvan, naar de kantonrechter begrijpt, een voldoende zwaarwegende grond voor de voorgestane opzegging ontbreekt, waardoor geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging. Eerst zal moeten worden beoordeeld of voor de opzegging een voldoende zwaarwegende grond noodzakelijk is. Indien daarvan geen sprake is wordt toegekomen aan de vraag of een redelijke opzegtermijn in acht is genomen. De kantonrechter is van oordeel dat een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging nodig is en dat deze ontbreekt. De kantonrechter overweegt daartoe het volgende.
6.16.
[gedaagde sub 3] vervult een (lokaal) maatschappelijk belang. Dit volgt uit de Verkoopwijzer, het ontwikkelplan, het uitwerkingsplan [landgoed] , het besluit van de gemeente [gemeente] en tot slot de e-mail van de wethouder Zorg van de gemeente [gemeente] van 23 december 2024:
“de gemeente ziet [gedaagde sub 3] graag behouden voor onze gemeenschap; deze activiteit past in het gemeenschappelijk beleid”
[gedaagde sub 3] bedient circa 55 zorgvragers per week die afhankelijk zijn van dagbesteding. [gedaagde sub 3] biedt daarnaast werk aan 7 medewerkers en 15 vrijwilligers. [gedaagde sub 2] c.s. zijn voor hun laagdrempelige bedrijfsvoering afhankelijk van deze locatie, terwijl niet is weersproken dat verhuizing naar een andere locatie op zijn minst niet eenvoudig is. [gedaagde sub 2] c.s. is voor het inkomen afhankelijk van de exploitatie van [gedaagde sub 3] en woont ook op het landgoed. [gedaagde sub 2] c.s. is al na 2004 gestart met de ontwikkeling en exploitatie van [gedaagde sub 3] , vanaf 2006 in samenspraak met BBL (de rechtsvoorganger van [eiseres] ). Partijen zijn sinds 2015, dus ruim tien jaar, een ‘zakelijke’ samenwerking, zoals verwoord in de SOK aangegaan. [eiseres] is ook op grond van de leveringsakte (artikel 7 en Pro 8) gebonden aan het gezamenlijk opgestelde ontwikkelplan, waarvan [gedaagde sub 3] en haar activiteiten onderdeel uitmaakt. Dit betekent dat [eiseres] gehouden is [gedaagde sub 3] blijvend te laten exploiteren. Dit volgt ook uit de Verkoopwijzer (voorafgaand aan de aankoop), waarin is bepaald dat alle bedrijfsactiviteiten die op het [landgoed] plaatsvinden tevens een (werk)plek voor zorg cliënten moeten bieden. Onder deze omstandigheden dient [eiseres] voor de opzegging een zwaarwegende grond aan te voeren.
6.17.
Dat heeft [eiseres] niet gedaan. [eiseres] meent dat [gedaagde sub 2] c.s. tekort is geschoten in de uitvoering van de SOK en dat dat voldoende reden is om te komen tot beëindiging van de gebruiksovereenkomst. [eiseres] verwijt [gedaagde sub 2] c.s., kort (schuin gedrukt) samengevat, het volgende en de kantonrechter overweegt daartoe het volgende:
-
[gedaagde sub 2] c.s. is zonder toestemming een opstal gaan gebruiken buiten de bestemming om door daarin een winkel te vestigen;
Onvoldoende gebleken is dat het [gedaagde sub 3] niet vrij stond om hier een winkel te exploiteren of dat hier bepaalde (afdwingbare) beperkingen zijn overeengekomen (zie ook rechtsoverweging 6.27 e.v.).
-
[gedaagde sub 2] c.s. gebruikt zonder toestemming meer opstallen dan in de SOK is opgesomd en weigert deze opstallen te ontruimen;
Onder rechtsoverweging 6.8 is overwogen dat geen vastomlijnde afspraken zijn gemaakt met betrekking tot het gebruik of de metrages van de opstallen. De kantonrechter heeft nu juist vastgesteld dat het gebruik van de opstallen valt af te leiden uit de tekening bij de gebruiksovereenkomst uit 2014/2015. Dat [gedaagde sub 2] c.s. zonder toestemming meer opstallen in gebruik heeft genomen is onvoldoende komen vast te staan.
-
[gedaagde sub 2] c.s. gebruikt de weilanden die geen onderdeel uitmaken van de SOK;
In de SOK wordt verwezen naar het gebruik van een deel van de weilanden (welk deel is ongewis) door [gedaagde sub 3] . [eiseres] erkent in de dagvaarding ook dat de weilanden in gebruik zijn gegeven aan [gedaagde sub 2] c.s., maar dat die deze vervolgens aan een derde in gebruik heeft gegeven. Dat laatste is juist, maar inmiddels beëindigd. Het gebruik van de weilanden past in en behoort ook tot de activiteiten van [gedaagde sub 3] .
-
De overeenkomst met betrekking tot de Ronddeelstal is beëindigd per 30 september 2025, maar [gedaagde sub 2] c.s. werkt niet mee aan de ontruiming;
Zie daarvoor rechtsoverweging 6.19.
-
[gedaagde sub 2] c.s. weigert medewerking te verlenen aan de renovatie van de kantine door geen huurovereenkomst daartoe te sluiten;
Uit de SOK volgt dat [eiseres] zou overgaan tot het realiseren van een kantine in een opstal grenzend aan het huis. Bij realisatie daarvan was een vergoeding € 1.500,00 verschuldigd voor [gedaagde sub 3] en de te renoveren stal. De uitvoering daarvan is achterwege gebleven omdat partijen het kennelijk niet eens konden worden over de voorwaarden waaronder de kantine zou worden gerealiseerd, terwijl bovendien [eiseres] een hogere vergoeding verlangde dan in de SOK was opgenomen (zie ook overweging 6.29).
-
[gedaagde sub 2] c.s. weigert medewerking te verlenen aan het sluiten van een huurovereenkomst voor de opstallen;
[eiseres] wenste met [gedaagde sub 2] c.s. (rond 2020) een huurovereenkomst te sluiten voor de opstallen. Echter [gedaagde sub 2] c.s. was daartoe niet verplicht omdat een huurovereenkomst pas in beeld zou komen na realisatie van de kantine tegen ook nog eens een gefixeerde prijs. Bovendien weken de voorstellen van de zijde van [eiseres] af van de vermeende te verhuren opstallen.
6.18.
Uit het voorgaande volgt dat het merendeel van de verwijten die [eiseres] [gedaagde sub 2] c.s. maakt niet juist of van onvoldoende gewicht zijn, laat staan dat die een zwaarwegende grond oplevert voor de opzegging noch voor de subsidiair verzochte ontbinding van de gebruiksovereenkomst. De gevorderde ontruiming van de opstallen als bedoeld in punt 58 van de dagvaarding, zal dan ook worden afgewezen.
Rondeelstal
6.19.
Partijen hebben in 2017 een rondeelstal ontwikkeld op het landgoed. Dit vloeit voort uit de intentie die partijen hierover in de SOK hadden opgenomen. De afspraken hierover zijn in november 2017 nader uitgewerkt in een schriftelijke overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde sub 3] (hierna: de rondeelstalovereenkomst). Hierin is onder meer afgesproken dat [gedaagde sub 3] de rondeelstal acht jaar mag gebruiken om niet. Wel is [gedaagde sub 3] voor gedurende acht jaar een vergoeding van € 550,00 (ex. btw) per maand verschuldigd voor een deel van de kosten van [eiseres] (begroot op € 25.000,00) en voor het gebruik van de grond.
6.20.
[eiseres] vordert een verklaring voor recht dat het recht om de rondeelstal geplaatst te houden eindigt op 30 september 2025 en veroordeling van gedaagden deze te verwijderen.
6.21.
De kantonrechter overweegt het volgende. De rondeelovereenkomst is aangevangen op 1 oktober 2017 en eindigt op 30 september 2025. In artikel 2.1 staat dat aan het einde van deze termijn partijen overleggen of de termijn verlengd
kanworden. Artikel 2.1 bepaalt verder dat als partijen niet tot overeenstemming komen [gedaagde sub 3] op eigen kosten de rondeelstal moet verwijderen en de locatie moet terugbrengen in haar oude staat vóór de plaatsing. [1] [eiseres] heeft de overeenkomst met betrekking tot de ronddeelstal bij brief van 15 november 2023 opgezegd tegen 1 oktober 2025. Het is de kantonrechter evenwel onvoldoende gebleken in hoeverre partijen overleg hebben gevoerd over de verlenging van de overeenkomst. Die verplichting tot overleg vloeit wel voort uit de overeenkomst. De noodzakelijkheid van voortzetting van de overeenkomst voor de exploitatie van [gedaagde sub 3] , zoals ook door [gedaagde sub 2] c.s. is aangevoerd, volgt ook uit de inhoud van de SOK en de overige omstandigheden, waaronder het feit dat de kantine thans in de ronddeelstal is gevestigd. Het belang bij (voorlopige) voortzetting van het gebruik van de rondeelstal weegt zwaarder dan het belang van [eiseres] bij beëindiging van de overeenkomst juist nu ook het gebruik van de overige opstallen, zoals hiervoor overwogen vooralsnog niet kan worden beëindigd wegens het ontbreken van een zwaarwegende grond.
Partijen zullen alsnog in overleg moeten gaan over de verdere voortzetting van de rondeelovereenkomst. Dit betekent dat de vordering tot verwijdering van de rondeelstal in dit stadium zal worden afgewezen.
Ontruiming weilanden
6.22.
[eiseres] vordert verder een verklaring voor recht dat gedaagden geen gebruiksrechten hebben met betrekking tot de weilanden die grenzen aan het landgoed en gedaagden te verbieden deze te gebruiken op welke wijze dan ook.
6.23.
In de bruikleenovereenkomsten uit 2014 en 2015 worden de weilanden niet genoemd. Van enig gebruiksrecht is niet gebleken. [eiseres] erkent evenwel onder randnummer 61 van de dagvaarding dat zij de weilanden aan [gedaagde sub 2] c.s. in gebruik heeft gegeven. In de SOK wordt dat bovendien ook benoemd. Dat [gedaagde sub 3] al geruime tijd zorg draagt voor het onderhoud van de weilanden en het daarop aanwezige vee, als onderdeel van het dagverblijf voor verstandelijke gehandicapten, is een gegeven. De kantonrechter ziet geen reden het gebruik, gelet ook op de bovenstaande overwegingen, te beëindigen.
6.24.
De vordering zal daarom worden afgewezen.
Exploitatie winkel
6.25.
[eiseres] vordert een verklaring voor recht dat [gedaagde sub 2] c.s. niet gerechtigd zijn tot exploitatie van een winkel. [eiseres] heeft slechts toegestaan dat [gedaagde sub 3] in de rondeelstal op beperkte schaal wat eieren en andere streekproducten mag verkopen en niet dat een volwaardige winkel zou worden geëxploiteerd.
6.26.
[gedaagde sub 2] c.s. heeft onweersproken aangevoerd dat de winkel is gevestigd in een opstal (de oude kantine) die altijd al in gebruik was van [gedaagde sub 3] . Bovendien staat in de SOK dat [onderneming] graag ziet dat er op het landgoed een winkel komt. Onvoldoende gebleken is dat het [gedaagde sub 3] niet vrij stond om hier een winkel te exploiteren of dat hier bepaalde beperkingen zijn overeengekomen. Zoals hiervoor geoordeeld heeft de SOK de toen bestaande gebruikssituatie door gedaagden niet beperkt. Dat de opstal aanvankelijk was bedoeld voor de realisatie van de kantine doet hier niet aan af, omdat daarover geen overeenstemming is bereikt (zie ook hieronder). De gevorderde verklaring voor recht moet dan ook worden afgewezen.
In reconventie
Renovatie kantine
6.27.
[gedaagde sub 2] c.s. vordert in reconventie [eiseres] te gebieden om de kantine overeenkomstig de voorwaarden uit de SOK te renoveren. In de SOK is echter niet geregeld onder welke voorwaarden en welke renovatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Daarin staat alleen dat de kantine “
wordt opgeknapt door [onderneming] in goed overleg met [gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1] .” Onvoldoende gebleken is dat partijen hierna overeenstemming hebben bereikt over de nadere invulling van de afspraken. De renovatie van de kantine is regelmatig onderwerp van gesprek geweest tussen partijen. Van de zijde van [eiseres] zijn meerdere voorstellen gedaan, maar partijen konden het niet eens worden over de hoogte van de (noodzakelijke) investeringen. Bovendien heeft [eiseres] onweersproken gesteld dat er geen gezamenlijk uitgewerkt plan is en dat de opstal nu als winkel wordt gebruikt en vooralsnog niet beschikbaar is om als kantine te worden gebruikt. Gelet op het voorgaande kan het (te) algemeen gestelde en gevorderde gebod tot renovatie niet worden toegewezen.
Financiering additioneel te ontwikkelen activiteiten
6.28.
Ook het gevorderde gebod tot financiering van additioneel te ontwikkelen activiteiten moet worden afgewezen. Daargelaten dat deze vordering te onbepaald is, geldt ook hier dat de SOK geen concrete verplichting inhoudt voor [eiseres] in dit verband.
Partijen moeten ook hierover in overleg treden en tot overeenstemming komen, voordat een bepaalde activiteit wordt ontplooid. Deze vordering is dan ook niet toewijsbaar.
Wanprestatie en schadevergoeding
6.29.
Verder vordert [gedaagde sub 2] c.s. een verklaring voor recht dat [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de SOK, alsmede dat [eiseres] een schadevergoeding moet betalen.
6.30.
Ter onderbouwing stelt [gedaagde sub 2] c.s. dat de vorderingen onder 1 (renovatie kantine) en 2 (financiering additioneel te ontwikkelen activiteiten) betrekking hebben op tekortkomingen van [onderneming] en/of [eiseres] onder de SOK. Hiervoor is al geoordeeld dat deze vorderingen niet toewijsbaar zijn.
6.31.
Verder heeft [gedaagde sub 2] c.s. onvoldoende gesteld in het kader van andere tekortkomingen ten aanzien van verplichtingen uit de SOK, laat staan over of zij [eiseres] hiervoor in gebreke heeft gesteld en of er sprake is van verzuim. Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat sprake is van toerekenbare tekortkomingen aan de zijde van [eiseres] . De gevorderde verklaring voor recht en de gevorderde schadevergoeding nader op te maken bij staat moeten daarom worden afgewezen.
Rondeelstal
6.32.
[gedaagde sub 2] c.s. vordert verder een verklaring voor recht dat [gedaagde sub 3] het recht heeft om de rondeelstal geplaatst en in gebruik te houden. De vordering van [eiseres] tot verwijdering van de rondeelstal is hierboven (vooralsnog) afgewezen. Dit betekent dat [gedaagde sub 3] voorlopig het gebruik kan voortzetten. Aldus ontbreekt thans het belang bij de gevorderde verklaring voor recht.
Gebreken aan de woning
6.33.
[gedaagde sub 2] c.s. vordert daarnaast veroordeling van [eiseres] tot herstel van de gebreken aan de woning.
6.34.
[eiseres] heeft in haar conclusie van antwoord in reconventie van 26 mei 2025 aangegeven dat de vervanging van de cv installatie/geiser en het buitenschilderwerk reeds op de planning staan. Op de zitting heeft [gedaagde sub 2] aangegeven dat de cv inmiddels is vervangen, maar dat de gaten in het dak nog moeten worden dichtgemaakt. De vordering met betrekking tot deze gebreken (dichtmaken gaten en buitenschilderwerk kozijnen) is daarom toewijsbaar. [eiseres] heeft aangegeven dat zij dit zal doen. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om een dwangsom hieraan te verbinden.
6.35.
Over de overige gevorderde (energiebesparende) maatregelen heeft [eiseres] aangevoerd dat dit geen onderhoudsgebreken zijn en dat [eiseres] niet verplicht is om dit te doen. [gedaagde sub 2] c.s. hebben dit niet weersproken, afgezien van het feit dat de noodzaak daarvan ook niet is gebleken. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.
Gebreken aan de stal
6.36.
Verder heeft [gedaagde sub 2] c.s. (na eiswijzing) herstel van de gebreken aan de stal aan de woning gevorderd. Het gaat om:
  • het verwijderen van de dakpannen;
  • het vervangen van de slechte delen van het dakbeschot;
  • het aanbrengen van nieuw dakbeschot;
  • het plaatsen van nieuwe luchtlatten;
  • het bevestigen van nieuwe panlatten;
  • het terugplaatsen van dakpannen;
  • het nalopen van nokvorsten op kieren/lekkage(s).
Dit zijn echter slechts “
ingeschatte werkzaamheden die volgens [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] moeten worden uitgevoerd om de lekkage te verhelpen.” [gedaagde sub 2] c.s. heeft dit niet onderbouwd met stukken, zoals een deskundigenoordeel. Ook heeft [gedaagde sub 2] c.s. niet gesteld op grond waarvan [eiseres] gehouden is om deze werkzaamheden uit te voeren. De “stal” lijkt namelijk niet te horen bij het woonhuis. Dit volgt ook niet uit de huurovereenkomst. Niet gebleken is dat [eiseres] op grond van de huurovereenkomst van de woning dit herstel aan de stal moet verrichten. Uit de overgelegde correspondentie (productie 62) volgt wel dat [eiseres] bereid is om dit te doen: zo is op 5 november 2025 een opname van het dak uitgevoerd en aangegeven dat een herstelplan wordt opgemaakt. De vordering om [eiseres] te veroordelen tot het herstel van de gebreken aan de stal op straffe van een dwangsom moet echter worden afgewezen.
Gebruik gebied van [gedaagde sub 3]
6.37.
[gedaagde sub 2] c.s. vordert een verklaring voor recht dat het gebruik van [gedaagde sub 3] zich uitstrekt over het gebied en de opstallen die zijn aangeduid op de kaart die als bijlage is opgenomen bij de bruikleenovereenkomst uit 2014. Deze vordering is toewijsbaar, gelet op het oordeel in conventie dat het uitgangspunt is dat de gebruikssituatie zoals die bestond onder de bruikleenovereenkomst na de SOK in stand is gebleven.
Parkeerplaatsen
6.38.
[gedaagde sub 2] c.s. vordert [eiseres] te gebieden om de parkeerplaatsen bij [naam 1] binnen drie maanden ongedaan te maken en te hebben ontruimd. Dit deel van het landgoed is altijd in gebruik geweest van [gedaagde sub 3] als moestuinen. Volgens [eiseres] viel dit stukje onder de functie ‘ [naam 1] ’ (blauwe gedeelte van de plankaart, productie 61) en niet onder het gebruiksrecht van [gedaagde sub 3] .
6.39.
De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat de parkeerplaatsen eerder onderdeel uitmaakte van [gedaagde sub 3] en niet toebehoorden aan de functie [naam 1] . Deze vordering zal daarom worden afgewezen.
Glasvezelnetwerk
6.40.
De vordering van [gedaagde sub 2] c.s. om [eiseres] te gebieden om [gedaagde sub 3] aan te (laten) sluiten op het aanwezige glasvezelnetwerk zal worden afgewezen. Anders dan [gedaagde sub 2] c.s. meent volgt uit de SOK namelijk niet dat [eiseres] hiertoe is verplicht. Bovendien heeft [eiseres] op de zitting onweersproken gesteld dat [gedaagde sub 2] c.s. dit zelf kan regelen.
Proceskosten in conventie en in reconventie
6.41.
[eiseres] zal in conventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 2] c.s. worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten x tarief € 217,00)
- nakosten € 108,50 +plus eventuele betekeningskosten)
totaal € 542,50
6.42.
Ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals
vermeld in de beslissing.
6.43.
In reconventie ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, omdat [gedaagde sub 2] c.s. ook deels in het ongelijk is gesteld.

7.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
7.1.
wijst de vorderingen af;
7.2.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten in conventie aan de zijde van [gedaagde sub 2] c.s., tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij ook de betekeningskosten betalen;
7.3.
veroordeelt [eiseres] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
7.4.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
in reconventie
7.5.
verklaart voor recht dat het gebruik van [gedaagde sub 3] zich uitstrekt over het gebied en de opstallen die zijn aangeduid op de kaart die als bijlage is opgenomen bij de bruikleenovereenkomst uit 2014;
7.6.
veroordeelt [eiseres] om de gebreken aan de woning te herstellen, zijnde het dichtmaken van de gaten en het schilderen van de buitenkant,
binnen drie maandenna dit vonnis;
7.7.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
7.8.
verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
7.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
4578

Voetnoten

1.In artikel 5.5 van de rondeelovereenkomst staat dat er, naar de keus van [eiseres] , ook mogelijk is om de rechten voor het gebruik van de rondeelstal over te dragen aan [eiseres] .