Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van de moeder (met bijlagen), binnengekomen op 9 juli 2025;
- het verweerschrift van de vader (met bijlagen) met daarin een aantal zelfstandige verzoeken, binnengekomen op 16 september 2025;
- de brief van de vader (met bijlagen) van 5 februari 2026;
- het aanvullende/gewijzigde verzoekschrift van de moeder (met bijlagen), binnengekomen op 9 februari 2026;
- het bericht van de moeder (met bijlage) van 10 februari 2026;
- het bericht van de vader (met bijlagen) van 10 februari 2026.
16 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: de ouders met hun advocaten, [A] student-stagiair bij het kantoor van de advocaat van de moeder en [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
2.Waar de procedure over gaat
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] . [minderjarige 1] woont bij de moeder.
- te bepalen dat [minderjarige 1] om de week van vrijdagmiddag uit school tot en met maandagochtend naar school, alsmede gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, bij zijn vader zal verblijven;
- te bepalen dat vader met ingang van 9 juli 2025 zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] met een bedrag ad € 448,- per kind per maand, dan een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bijdrage die in overeenstemming is met de behoefte van [minderjarige 1] en de draagkracht van de man;
- kosten rechtens, inhoudende dat iedere partij zijn/haar eigen kosten draagt.
3.De beoordeling
€ 27.099,- bruto per jaar. Verder wordt rekening gehouden met de inkomensafhankelijke combinatiekorting waar de moeder toen recht op had. Het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de moeder bedroeg dan in 2024 € 2.258,- per maand. [2]
1 januari 2026 met de wettelijke indexering van 4.6%. De kinderalimentatie bedraagt dan per 1 januari 2026 € 644,- per maand.
4.De beslissing
1 januari 2026 een bedrag van € 644,- per maand moet betalen aan de moeder, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] ;
drie maanden aan, in afwachting van de uitkomst van de ouderschapsbemiddeling, met het verzoek aan de advocaten om tijdig voor die datum te laten weten:
- of meer uitstel nodig is en zo ja, voor hoe lang;
- of een nieuwe zitting nodig is;
- of de rechtbank een beslissing kan nemen zonder nieuwe zitting;