ECLI:NL:RBMNE:2026:195

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
16/132071-24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 38v SrArt. 38w SrArt. 38z SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen seksueel misbruik en vervaardigen kinderporno door moeder

De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van seksueel misbruik en verkrachting van haar minderjarige dochter en het vervaardigen en verspreiden van kinderporno. De verklaringen van het slachtoffer werden als betrouwbaar beoordeeld en ondersteund door chatberichten en andere bewijsmiddelen.

De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs, waaronder medeplegen van seksueel misbruik voor de periode dat het slachtoffer jonger was dan zestien en medeplegen van verkrachting in een latere periode. De bewezenverklaring betrof medeplegen van het getuige laten zijn van seksuele handelingen, medeplegen van verkrachting en vervaardigen van kinderporno.

De strafmaat is vijf jaar gevangenisstraf, een contactverbod van vijf jaar en een gedragsbeïnvloedende maatregel op grond van artikel 38z Sr. De rechtbank motiveerde de straf met de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de rol van verdachte als moeder die haar dochter niet beschermde.

Daarnaast werd een schadevergoeding van €62.291,22 toegewezen, bestaande uit materiële en immateriële schade, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank oordeelde dat het slachtoffer door het langdurige misbruik ernstige psychische schade heeft opgelopen, waaronder PTSS.

De uitspraak benadrukt de noodzaak van bescherming van minderjarigen binnen het gezin en het belang van passende straf en maatregelen bij seksueel misbruik.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, gedragsbeïnvloedende maatregel en betaling van ruim €62.000 schadevergoeding voor medeplegen seksueel misbruik en vervaardigen kinderporno.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/132071-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 28 januari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1970] in [geboorteplaats] ,
adres: [adres] , [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 14 januari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. A. Dam;
  • de advocaat van de verdachte: mr. X.B. Sijmons (hierna: de advocaat);
  • de benadeelde partij: [slachtoffer] ;
  • de advocaat van de benadeelde partij: mr. A.Y. Bleeker.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij, samengevat:
feit 1
in de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 in Bunschoten-Spakenburg en/of in Frankrijk, samen met een ander haar dochter [slachtoffer] , die toen jonger was dan zestien jaar, getuige heeft laten zijn van het plegen van seksuele handelingen tussen haar en haar partner [medeverdachte] ;
feit 2
primair
in de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 in Bunschoten-Spakenburg en/of in Frankrijk samen met een ander haar dochter [slachtoffer] , die toen ouder was dan twaalf jaar maar nog geen zestien jaar was, seksueel heeft misbruikt;
subsidiair
medeplichtig is aan het seksueel misbruik van haar dochter;
meer subsidiair
in de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 in Bunschoten-Spakenburg en/of in Frankrijk samen met een ander ontucht heeft gepleegd met haar dochter [slachtoffer] , die toen ouder was dan twaalf jaar maar nog geen zestien jaar was;
meest subsidiair
medeplichtig is aan het plegen van ontucht met haar dochter;
feit 3
primair
in de periode van 26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 in Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk samen met een ander haar minderjarige dochter [slachtoffer] heeft verkracht;
subsidiair
medeplichtig is aan verkrachting van haar dochter;
meer subsidiair
in de periode van 26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 in Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk samen met een ander ontucht heeft gepleegd met haar minderjarige dochter [slachtoffer] ;
meest subsidiair
medeplichtig is aan het plegen van ontucht met haar dochter;
feit 4
primair
in de periode van 26 januari 2021 tot en met 13 november 2022 in Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk en/of Ermelo samen met een ander [slachtoffer] , heeft verkracht;
subsidiair
medeplichtig is aan verkrachting van [slachtoffer] ;
feit 5
in de periode van 17 juni 2019 tot en met 1 maart 2023 in Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk, samen met een ander kinderporno heeft vervaardigd, verspreid, in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang daartoe heeft verschaft.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 primair, 3 primair en 5 heeft gepleegd.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 4.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.3.
3.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte integraal vrij te spreken.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 4.3.
3.3
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De rechtbank oordeelt dat feit 2 primair (medeplegen van seksueel misbruik van haar kind die tussen de twaalf en zestien jaar was), feit 2 subsidiair (medeplichtigheid aan seksueel misbruik van haar kind), feit 2 meer subsidiair (medeplegen van ontucht met haar kind), feit 2 meest subsidiair (medeplichtigheid aan ontucht met haar kind) en feit 4 primair (medeplegen van verkrachting) en feit 4 subsidiair (medeplichtigheid aan verkrachting) niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.
3.3.1
Vrijspraak feit 2
Uit de aangifte en de aanvullende verklaring van aangeefster heeft de rechtbank afgeleid dat het seksueel misbruik is begonnen toen aangeefster zestien of zeventien jaar was. Ook uit de overige stukken in het dossier is niet gebleken dat het seksueel misbruik voor haar zestiende jaar is begonnen. De rechtbank spreekt de verdachte integraal vrij van de beschuldigingen onder feit 2.
3.3.2
Vrijspraak feit 4
Uit het dossier volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de verdachte wist dat haar partner en haar dochter in de onder feit 4 genoemde periode seksuele handelingen met elkaar pleegden. Net als de officier van justitie en de advocaat vindt de rechtbank daarom dat de verdachte integraal van de beschuldigingen onder feit 4 moet worden vrijgesproken.
3.3.2
Bewijsmiddelen feiten 1, 3 primair en 5
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1, 3 primair en 5 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.3
Bewijsoverwegingen
Juridisch kader
In een zedenzaak doet zich vaak de situatie voor dat alleen de aangeefster en de verdachte aanwezig zijn geweest bij de ten laste gelegde handelingen en dat zij allebei iets anders verklaren over wat er is gebeurd.
Alleen een betrouwbare verklaring van een aangeefster kan als uitgangspunt dienen voor de verdere beoordeling van het aan de verdachte ten laste gelegde feit. Bij de beoordeling van een verklaring op haar betrouwbaarheid gaat het onder andere om consistentie, authenticiteit, spontaniteit en tot slot waargenomen emoties.
Gelet op het tweede lid van artikel 342 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is alleen de verklaring van de aangeefster, zelfs als die betrouwbaar is, onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Daar staat tegenover dat – op grond van vaste rechtspraak – in zedenzaken een geringe mate aan steunbewijs in combinatie met de verklaringen van de aangeefster voldoende wettig bewijs kan opleveren. Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat niet is vereist dat de gedragingen als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer de verklaring van de aangeefster, als die betrouwbaar wordt bevonden, op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen die afkomstig zijn van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Tussen de verklaring en het overige gebruikte bewijsmateriaal mag geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband.
Betrouwbaarheid met betrekking tot de feiten 1 en 3 primair
De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of de verklaringen van aangeefster betrouwbaar zijn. De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat haar verklaring op bepaalde punten niet concreet en gedetailleerd is. Daarbij komt dat aangeefster tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris op meerdere vragen geen antwoord kon geven.
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat zij met de medeverdachte via chats seksuele fantasieën over haar dochter deelde, die nooit zijn uitgevoerd.
De rechtbank overweegt hierover als volgt
De rechtbank is, anders dan de advocaat van de verdachte, van oordeel dat de verklaringen van aangeefster authentiek, consistent en voldoende specifiek zijn. Aangeefster heeft in december 2022 zowel tijdens het informatieve gesprek bij de politie als tijdens de aangifte gedetailleerd en concreet beschreven welke seksuele handelingen de medeverdachte bij haar heeft uitgevoerd. Deze verklaring heeft zij op grote lijnen herhaald bij de rechter-commissaris in september 2025. Dat zij tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris, bijna drie jaar na het doen van de aangifte, het antwoord op sommige vragen schuldig moet blijven, vindt de rechtbank niet onbegrijpelijk.
Zo heeft aangeefster onder meer omschreven hoe de verdachte haar voordeed hoe ze bepaalde seksuele handelingen bij de medeverdachte kon uitvoeren. Ook heeft zij consistent verklaard over de latere seksuele handelingen en de manipulerende wijze waarop de medeverdachte haar behandelde en benaderde. Een maand nadat aangeefster het huis van de verdachte en de medeverdachte heeft verlaten heeft aangeefster haar stiefmoeder en een vriendin verteld wat haar is overkomen. Uit de verklaring bij de politie van haar stiefmoeder over wat aangeefster tegen haar heeft gezegd, blijkt dat ook deze verklaring van aangeefster in grote lijnen met haar verklaringen bij de politie overeenkomt.
De rechtbank heeft geen reden om aan de betrouwbaarheid van de belastende verklaringen van aangeefster te twijfelen en acht haar verklaringen betrouwbaar en geloofwaardig.
Voldoende steunbewijs
De rechtbank is, anders dan de advocaat, van oordeel dat de aangifte op voor de tenlastelegging essentiële onderdelen voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen.
De verklaringen van aangeefster worden ondersteund door de grote aantallen chatberichten die zich in het dossier bevinden. Dit betreft zowel berichtenverkeer tussen aangeefster en de medeverdachte als berichten tussen de verdachte en de medeverdachte. In deze berichten worden de seksuele handelingen met aangeefster uitgebreid beschreven. Daarbij komt dat aangeefster bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat de verdachte tegen haar zei dat zij op schoot bij de medeverdachte moest gaan zitten en moest bewegen. Ook heeft zij verklaard dat de verdachte tegen haar zei dat de medeverdachte haar schaamhaar moest scheren en dat aangeefster haar borsten langs de penis van de medeverdachte moest bewegen. Verder is een foto van aangeefster in een seksuele pose op de gegevensdrager van de medeverdachte aangetroffen.
Seksuele fantasieën (alternatief scenario)
De verdachte en de medeverdachte spreken vanaf 2016 in hun chats over seksuele handelingen met aangeefster. Ter zitting heeft de verdachte aangegeven dat alle chats tussen haar en de medeverdachte die zich in het dossier bevinden seksuele fantasieën tussen hen betrof. Deze fantasieën zijn volgens haar niet tot uitvoering gekomen en aangeefster wist er niets van. Die verklaring komt erop neer dat aangeefster aangifte heeft gedaan van seksueel misbruik dat bij toeval opvallend veel overeenkomsten vertoont met fantasieën tussen de verdachte en de medeverdachte, zonder dat aangeefster van die fantasieën op de hoogte was.
De rechtbank vindt dit, gelet op de inhoud van de aangifte, de inhoud van de chats en de andere bewijsmiddelen, volstrekt ongeloofwaardig.
Medeplegen feit 1 en feit 3 primair
Een vraag die beantwoord moet worden, is of de verdachte de hiervoor besproken zedenmisdrijven samen met de medeverdachte heeft gepleegd. Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend en zij overweegt daartoe als volgt.
Bij de beoordeling of sprake is van medeplegen stelt de rechtbank voorop dat daarvoor een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten is vereist. Op grond van vaste rechtspraak kan daarvan slechts sprake zijn als de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachten aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling of de bijdrage van voldoende gewicht is, kan de rechter onder andere rekening houden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachten. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit, maar kan ook worden geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het delict.
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte zich jarenlang intensief met het seksueel misbruik van haar dochter door de medeverdachte heeft bemoeid.
Op een vakantie in Frankrijk werd aangeefster door verdachte gevraagd de caravan in te komen. Daar werd haar de penis van de medeverdachte getoond. Aangeefster heeft verklaard dat dit gebeurde omdat zij ‘achterliep in de ontwikkeling’. In het begin van 2019 heeft verdachte aangeefster voorgedaan hoe zij de medeverdachte moest pijpen. Ook zei verdachte dat aangeefster haar schaamhaar door medeverdachte moest laten scheren. Veelzeggend zijn in dit verband de berichten van de medeverdachte aan de verdachte waarin hij erover spreekt dat aangeefster ‘een slet in opleiding’ is en dat de verdachte ervoor moet zorgen dat aangeefster zal worden opleiden tot een ‘slet’. Hij draagt de verdachte ook op om aangeefster ‘actief te houden’. Ook schrijft de medeverdachte in een chat aan de verdachte ‘sinds jij voorgedaan hebt hoe je moet aftrekken’. Naar het oordeel van de rechtbank duidt dit op het gezamenlijk corrumperen van een minderjarige (feit 1) en op het gezamenlijk plegen van seksueel misbruik (feit 3 primair).
De verdachte vervulde hiermee een essentiële en soms ook sturende rol, die voor de medeverdachte van wezenlijk belang is geweest om de strafbare feiten te kunnen plegen. De bijdrage die de verdachte aan de delicten heeft geleverd, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook van dusdanig gewicht dat sprake is van medeplegen. Dat de verdachte aangeefster niet zelf seksueel heeft misbruikt, maakt dat niets anders. Gelet op de intensiteit van de samenwerking met de medeverdachte, de onderlinge taakverdeling en de rol van de verdachte in de voorbereiding van de feiten was immers sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat ten aanzien van de feiten 1 en 3 primair sprake is van medeplegen.
Dwang met betrekking tot feit 3 primair
Dat sprake is geweest van geweld of bedreiging met geweld, is niet gebleken. De vraag resteert of sprake is geweest van ‘andere feitelijkheden’ waardoor de verdachte en de medeverdachte aangeefster hebben gedwongen tot het ondergaan van de ten laste gelegde seksuele handelingen. Daarmee kan worden bedoeld een gedraging of een omstandigheid die geschikt was om haar te dwingen te doen of te ondergaan wat van haar werd verlangd, waarbij in het bijzonder aan psychische druk kan worden gedacht. Uit vaste rechtspraak volgt dat in dat verband dan moet worden vastgesteld dat de (mede)verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of aangeefster in een zodanige afhankelijkheidsrelatie heeft gebracht, dat zij zich daardoor niet tegen de handelingen kon verzetten, of dat de (mede)verdachte aangeefster heeft gebracht in een zodanige, door hen opzettelijk veroorzaakte (bedreigende) situatie waarin het voor aangeefster zo moeilijk was om zich aan die handelingen te onttrekken, dat er sprake was van dwang van de zijde van de (mede)verdachte. Hierbij kunnen ook omstandigheden worden meegewogen die voorafgaan aan periode waarop de beschuldiging ziet.
De rechtbank heeft een opbouw in de ernst van de gedwongen seksuele handelingen vastgesteld. Toen aangeefster vijftien jaar was is het misbruik begonnen met het voordoen van seksuele handelingen bij de verdachte door de medeverdachte. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat aangeefster vervolgens de medeverdachte heeft moeten pijpen en dat hij haar uiteindelijk vaginaal heeft gepenetreerd toen zij zestien of zeventien was.
Uit de chatberichten komt naar voren hoe de verdachten aangeefster manipuleerden.
De seksuele handelingen zijn gepleegd toen aangeefster minderjarig was en de verdachte en de medeverdachte volwassen waren. Het leeftijdsverschil tussen hen en aangeefster bedraagt ruim dertig jaar. Aangeefster bevond zich gelet op haar geestelijke en sociale ontwikkeling in een kwetsbare situatie. De verdachte, de moeder van aangeefster, had een relatie met de medeverdachte, die zich presenteerde als vertrouwenspersoon voor aangeefster. Binnen die vertrouwensband begon de medeverdachte toen zij zestien of zeventien jaar was met penetratie. Aangeefster heeft hierdoor stapsgewijs haar grenzen verlegd. Dat de medeverdachte misschien niet is gebleken van concreet verzet maakt geen verschil, omdat dat voor een bewezenverklaring van ‘dwang’ niet is vereist.
De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat sprake is geweest van dwang.
Conclusie
De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachte aangeefster meermalen getuige heeft laten zijn van seksuele handelingen tussen hen. Daarnaast vindt de rechtbank bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachte aangeefster meermalen seksueel heeft misbruikt toen zij tussen de zestien en achttien jaar was.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
in de periode van 1 juni 2018 tot en met 25 januari 2019 te Bunschoten-Spakenburg en in Frankrijk, meermaals tezamen en in vereniging met een ander haar kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , waarvan verdachte wist dat zij de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft zij, verdachte,
- de ontblote penis van haar, verdachtes, partner aan die [slachtoffer] getoond en
- vervolgens die [slachtoffer] laten toekijken terwijl zij, verdachte, de ontblote penis van haar partner met haar hand(en) vastpakte en vervolgens in haar mond nam en hield;
feit 3
Primair
in de periode van 26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 te Bunschoten-Spakenburg
tezamen en in vereniging met een ander door een andere feitelijkheid, meermaals haar kind, te weten [slachtoffer] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte en/of haar mededader, te weten [medeverdachte] ,
- die [slachtoffer] op de schoot van [medeverdachte] laten zitten en bewegen, zodat hij vervolgens een erectie kreeg en
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten betasten en
- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en haar schaamlippen betast met de hand(en) en/of vinger(s) en/of
- die [slachtoffer] met haar borsten langs de penis en het gezicht van [medeverdachte] laten bewegen en
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten kussen en
- de borsten en tepels van die [slachtoffer] betast met de hand(en) en
- de penis van [medeverdachte] tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en
gehouden en
- de penis van [medeverdachte] in de mond van die [slachtoffer] gebracht en gehouden en
- de vinger(s) en/of de penis van [medeverdachte] tussen de schaamlippen en in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en gehouden,
bestaande dat die andere feitelijkheid telkens hierin, dat verdachte en/of haar mededader bij het plegen van voornoemde handelingen
- misbruik heeft/hebben gemaakt van haar emotionele overwicht ((mede) gelet op verdachtes leeftijd en de minderjarige leeftijd van die [slachtoffer] ) en
- het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van haar positie als moeder van die [slachtoffer] en daarbij gebruik heeft/hebben gemaakt van de daaruit voortvloeiende afhankelijkheidssituatie van die [slachtoffer] ten opzichte van verdachte en
- die [slachtoffer] op misleidende wijze heeft/hebben doen geloven dat deze praktiserende vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aan haar ontwikkeling en
- die [slachtoffer] frequent/vrijwel onophoudelijk heeft/hebben gestimuleerd om seksuele handelingen bij [medeverdachte] te verrichten, waarbij verdachte zich meermaals manipulatief en dwingend gedroeg jegens die [slachtoffer] en waarbij die [slachtoffer] vreesde voor de teleurstelling/afkeuring van [medeverdachte] als zij niet zou dulden en doen wat verdachte en/of [medeverdachte] wilden en aldus voor die [slachtoffer] een intimiderende/onderdrukkende situatie heeft doen ontstaan waarin zij zich niet aan voornoemde handelingen kon en durfde te onttrekken;
feit 5
op 17 juni 2019 te Bunschoten-Spakenburg een afbeelding, te weten een foto en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding - te weten een mobiele telefoon van het merk iPhone - van seksuele gedragingen, waarbij haar kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd, heeft verspreid en in bezit heeft gehad,
welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past, waarbij door de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk de ontblote borsten van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
Medeplegen van met ontuchtig oogmerk een persoon, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen, meermalen gepleegd;
Feit 3
Primair
Verkrachting, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
Feit 5
Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en maatregelen

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
  • een gevangenisstraf van
  • een contactverbod met [slachtoffer] als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van
  • de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel, op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: de 38z-maatregel).
De officier van justitie eist dat het contactverbod direct na de uitspraak van het vonnis ingaat en dadelijk uitvoerbaar is.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft geen verweer gevoerd voor wat betreft de strafoplegging.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden mee. Dit licht de rechtbank hieronder toe.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft samen met haar partner haar minderjarige dochter minstens een half jaar lang getuige laten zijn van seksuele handelingen tussen haar en haar partner. Haar dochter was toen slechts 15 jaar oud. Daarnaast heeft de verdachte samen met haar partner gedurende een periode van twee jaar haar dochter, toen 16/17 jaar oud, verkracht. Ten slotte heeft de verdachte een pornografische afbeelding van haar minderjarige dochter vervaardigd, verworven en in haar bezit heeft gehad.
Ondanks het feit dat de verdachten bij de seksuele handelingen geen directe lichamelijke dwang of agressie hebben gebruikt, acht de rechtbank de feiten buitengewoon ernstig. De verdachte had, als moeder die naast haar partner de zorg had over haar minderjarige en kwetsbare dochter, haar verantwoordelijkheid moeten kennen en aangeefster moeten beschermen, in plaats van haar te misleiden en seksueel te misbruiken. Aangeefster mocht er op vertrouwen dat zij in het gezin van haar moeder en stiefvader veilig zou zijn en dat zij haar op een gewetensvolle manier zouden begeleiden en opvoeden. Het tegenovergestelde is gebeurd.
De verdachte had er rekening mee moeten houden dat aangeefster, vanwege haar leeftijd en haar verleden, kwetsbaar was op het gebied van seksualiteit. De verdachte moest beseffen dat haar gedrag tot ernstige psychologische problemen bij haar dochter kon leiden. Minderjarigen dienen tegen zulke vergaande manipulatie, zulke dwang en zulk jarenlang seksueel misbruik beschermd te worden, juist binnen het eigen gezin.
Daar komt nog bij dat aangeefster toen zij in 2019 bij de verdachte en de medeverdachte kwam wonen psychologische hulp had. Het dossier schetst het beeld dat de medeverdachte aangeefster weg wilde houden van de hulp die zij kreeg. Aangeefster is bijvoorbeeld op aandringen van de medeverdachte gestopt met haar medicatie.
De verdachte en de medeverdachte gingen doelbewust steeds een stapje verder in het seksuele contact met aangeefster en zochten haar grenzen op, overschreden deze en verlegden de grenzen vervolgens. De verdachte leerde aangeefster seksuele handelingen te verrichten bij haar stiefvader. Het misbruik gebeurde vaak in de woning waar aangeefster met haar moeder en stiefvader woonde. De eigen woning is bij uitstek de plek waar zij zich veilig zou moeten voelen. De verdachte heeft op een extreme manier inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling en integriteit van het minderjarige slachtoffer en heeft haar normale en gezonde seksuele ontwikkeling ernstig doorkruist. Zij heeft geen enkel oog gehad voor het welzijn van haar dochter en zich alleen bekommerd om het verwezenlijken van de seksuele fantasieën van haarzelf en haar partner.
Uit de slachtofferverklaring die haar stiefmoeder tijdens de zitting namens aangeefster heeft voorgelezen blijkt dat zij nog steeds veel last heeft van de gebeurtenissen. Haar vertrouwen in haar moeder en stiefvader is op een afschuwelijke manier geschaad. Ze verkeerde in de veronderstelling dat het normaal was zoals het er bij hen thuis aan toe ging. Pas door met anderen over haar thuissituatie te praten, ontdekte ze dat de situatie waarin de verdachten haar hadden gebracht verre van normaal was. Zo werd haar duidelijk wat haar moeder en stiefvader haar hebben aangedaan. Met vallen en opstaan heeft ze haar leven weer proberen op te pakken.
Verder merkt de rechtbank de houding van de verdachte aan als strafverzwarend. Zij ontkent nog altijd dat zij en haar partner de seksuele fantasieën over haar dochter ooit hebben uitgevoerd. De verdachte lijkt het kwalijke en schadelijke van de manier waarop zij en haar partner met haar dochter zijn omgegaan nog altijd niet te willen inzien.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank kijkt ook naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het strafblad van de verdachte van 9 december 2025 blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 8 juli 2025 dat over de verdachte is opgemaakt. Uit het rapport blijkt dat de verdachte haar leven op sociaal-maatschappelijk gebied goed op orde heeft. De relatie met partner, gezin en familie wordt door de reclassering als risicovol gezien, omdat de partner van de verdachte de
medeverdachte is, aangeefster haar dochter is en de verdachte het huwelijk met haar ex-man (de vader van aangeefster) als problematisch heeft ervaren. De reclassering maakt zich zorgen over haar seksualiteit en haar psychosociaal functioneren en ziet het sociale netwerk niet als steunend, aangezien zij niet op de hoogte zijn van de seksuele relatie tussen aangeefster en de medeverdachte.
Het risico op recidive wordt door de reclassering als laag-gemiddeld ingeschat. De reclassering adviseert bij oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden te stellen, waaronder diagnostisch onderzoek en eventuele ambulante behandeling en een contactverbod met [slachtoffer] .
Strafkader
De rechtbank heeft tevens gelet op straffen die in min of meer vergelijkbare strafzaken door rechters zijn opgelegd.
Gevangenisstraf
De rechtbank komt tot minder bewezen verklaarde feiten dan waar de officier van justitie bij zijn eis van is uitgegaan. Het verwijt dat de verdachte met de bewezen verklaarde feiten wordt gemaakt is echter zo ernstig dat de rechtbank de straf die de officier van justitie eist passend en geboden vindt. De rechtbank zal, gelet op wat hiervoor is overwogen, aan de verdachte een gevangenisstraf van vijf jaar opleggen.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte, vanwege haar persoonlijkheid, na het ondergaan van de gevangenisstraf niet zonder behandeling terug kan keren in de maatschappij. De rechtbank vindt een gedwongen kader met een langdurig toezicht, bijvoorbeeld in de vorm van een behandeling, noodzakelijk ter bescherming van de veiligheid van anderen.
Gelet op het voorgaande, in combinatie met de aard en de ernst van de feiten, de lange periode waarin die feiten zijn gepleegd en de hardnekkigheid waarmee de verdachte haar gedrag heeft voortgezet, vindt de rechtbank een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: GVM) noodzakelijk. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd dat de verdachte langdurig onder toezicht wordt gesteld en kan in de verdere toekomst het recidiverisico worden teruggedrongen of op een aanvaardbaar niveau worden gehouden.
Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van een maatregel langdurig toezicht is voldaan. De verdachte heeft zich immers schuldig gemaakt aan misdrijven die gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam, waar een maximumstraf van 12 jaar op staat.
Vrijheidsbeperkende maatregelen
De rechtbank ziet aanleiding om aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat de verdachte op geen enkele manier – direct of indirect – contact heeft of zoekt met aangeefster.
De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregelen op voor 5 jaar. Gedurende die periode zal hier per overtreding een maand hechtenis tegenover staan, met een maximum van zes maanden. De rechtbank bepaalt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

6.Vordering benadeelde partij

6.1
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 72,291,22 voor de tenlastegelegde feiten, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 22.291,22 voor vergoeding van materiële schade en € 50.000,- voor vergoeding van immateriële schade.
De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
Eigen risico ziektekostenverzekering 2022: € 27,80;
Eigen risico ziektekostenverzekering 2023: € 369,32;
Eigen risico ziektekostenverzekering 2024: € 369,58;
Eigen risico ziektekostenverzekering 2025: € 355,52;
Eigen risico ziektekostenverzekering 2026: € 385,-;
Reiskosten: € 1.584,-;
Toekomstige reiskosten: € 500,-
Studievertraging: € 18.700,-.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Daarnaast heeft de benadeelde partij gevraagd om een contactverbod.
6.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering volledig toe te wijzen, met toepassing van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank primair de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren vanwege de gevorderde vrijspraak. Mocht de rechtbank toch tot een veroordeling komen, dan verzoekt de advocaat de rechtbank de verdachte niet voor het volle pond aansprakelijk te houden omdat haar rol beperkt was. Verder betwist de verdediging het eigen risico van 2022.
Met betrekking tot het eigen risico over de jaren 2024 en 2025 heeft de verdediging aangevoerd dat het causale verband tussen deze kosten en de feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd niet aanwezig is. Volgens de advocaat is een incident op 31 december 2023 de oorzaak geweest van nieuwe behandelingen bij de traumapsycholoog en niet het vermeende misbruik door de verdachte. Verder moet de benadeelde partij volgens de verdediging ten aanzien van de posten eigen risico 2026, reiskosten, toekomstige reiskosten en de studievertraging niet-ontvankelijk worden verklaard. Ten slotte heeft de advocaat verzocht de gevorderde immateriële schade te matigen.
6.4
Oordeel van de rechtbank
De materiële schade
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 1, 3 primair en 5 bewezen verklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
Met betrekking tot het eigen risico over de jaren 2024 en 2025 overweegt de rechtbank dat de eerder ontstane psychische klachten bij aangeefster door een grensoverschrijdend incident eind 2023, dat qua ernst in geen enkele verhouding staat tot de bewezenverklaarde feiten, weer op de voorgrond zijn getreden. Om deze reden is de behandeling bij de psycholoog in maart 2024 weer hervat. Dit onderstreept naar het oordeel van de rechtbank dat bij aangeefster sprake was van een wankel evenwicht als gevolg van de bewezenverklaarde feiten, ook al was de behandeling op het moment van het incident beëindigd. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het verweer van de advocaat.
Ten aanzien van de toekomstige schade (eigen risico 2026 en reiskosten voor behandelingen) staat voldoende vast dat benadeelde deze schade zal lijden, gelet op de nog lopende behandelingen. Deze schadeposten zullen daarom worden toegewezen.
De rechtbank oordeelt dat tussen de studievertraging van aangeefster en het bewezenverklaarde voldoende causaal verband bestaat. Over de gestelde schade vanwege opgelopen studievertraging overweegt de rechtbank dat aan de benadeelde partij geen strenge eisen mogen worden gesteld met betrekking tot het te leveren bewijs voor de causaliteit tussen het bewezenverklaarde feit en de gestelde studievertraging. De benadeelde partij heeft in dit geval gemotiveerd onderbouwd dat de studievertraging is ontstaan als gevolg van de gedragingen van de verdachte en de medeverdachte. De hoogte van het bedrag, ontleend aan de Letselschade Richtlijn Studievertraging, komt de rechtbank redelijk voor. In deze richtlijn wordt een normbedrag van € 18.700,- genoemd voor een jaar studievertraging op het mbo. De benadeelde partij heeft een jaar studievertraging opgelopen. De rechtbank stelt de schade daarom vast op dit bedrag.
De rechtbank zal de gevraagde materiële schade daarom geheel toewijzen (
€ 22.291,22).
De immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld.
De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door de door de verdachte gepleegde strafbare feiten geestelijk letsel heeft opgelopen. Bij haar is PTSS vastgesteld. Zij heeft als gevolg van het bewezenverklaarde dat in totaal meer dan vier jaar heeft geduurd al ruim 100 EMDR-therapiesessies bij een psycholoog gehad. Uit het behandelverloop en uit haar schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat ze veel last heeft van stressklachten, waaronder nachtmerries, paniek, slaapproblemen, dwanghandelingen en somberheidsklachten. Al voor het misbruik was aangeefster kwetsbaar. De sociaal-emotionele en relationele ontwikkeling van aangeefster is door het misbruik negatief beïnvloed. Haar complexe problematiek vraagt om specialistische hulp die is toegesneden op de problemen met gedrag, trauma en gehechtheid. Er is nog geen concrete inschatting te maken over het behandelverloop of wanneer de therapie kan worden beëindigd. De behandeling richt zich momenteel op het verminderen van stressklachten en het ondersteunen van haar in het verwerkingsproces.
Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding.
De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daarbij kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging.
In deze zaak is sprake van geestelijk letsel (posttraumatische stressstoornis - PTSS) die, gelet op het verloop tot nu toe en de verwachting voor de toekomst als ernstig (categorie b) kan worden aangemerkt. De rechtbank neemt het in die categorie genoemde bandbreedte van € 16.000 - € 41.000 tot uitgangspunt. In dit geval is sprake van een jong slachtoffer en is sprake van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de verdachte. Gelet op die omstandigheden acht de rechtbank een vergoeding van € 40.000 aan immateriële schade passend. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe.
Totale schade
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een bedrag van
€ 22.291,22aan materiële schade en
€ 40.000,-aan immateriële schade voor rekening van de verdachte komt en dus voor toewijzing in aanmerking komt. In totaal wijst de rechtbank dus een bedrag van
€ 62.291,22toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.
Veroordeling in de kosten
De verdachte wordt ook veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Wettelijke rente - meer ingangsdata
De bedragen die de verdachte aan de benadeelde partijen moet vergoeden worden vermeerderd met de wettelijke rente daarover. De ingangsdatum per bedrag staat vermeld in het dictum. Uit de door de benadeelde partij verstrekte informatie blijkt niet in alle gevallen op welke datum de schade is geleden (oftewel: wanneer de kosten zijn betaald). De rechtbank stelt de ingangsdatum van de wettelijke rente als volgt vast:
materiele schade
- voor het eigen risico 2022-2026: de laatste kalenderdag van het gevorderde jaar;
- voor de reiskosten: halverwege de periode waarop de reiskosten betrekking hebben;
- voor de toekomstige reiskosten: de laatste kalenderdag van het gevorderde jaar;
- voor de studievertraging: de oorspronkelijke afstudeerdatum zonder vertraging;
immateriële schade
- halverwege de bewezenverklaarde pleegperiode (1 juni 2018 tot en met 13 november 2022);
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van
€ 62.291,22aan de Staat moet betalen.
De vergoeding van de schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data zoals hieronder vermeld, tot de dag van volledige betaling.
De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.
Gijzeling
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte voor een deel de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij voor die schadevergoeding samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 38v, 38w, 38z, 47, 57, 240b (oud), 242 (oud), 248 (oud) en 248d (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

8.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 primair, feit 2 subsidiair, feit 2 meer subsidiair en feit 2 meest subsidiair en feit 4 primair en feit 4 subsidiair heeft gepleegd en spreekt haar daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 3 primair en 5 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf en maatregelen
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van
5 (vijf) JAREN;
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
- legt aan de verdachte op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
vrijheidsbeperkende maatregel
  • legt aan de verdachte op
  • beveelt dat de verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [slachtoffer] (geboortedatum: [2003] );
  • beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door
  • beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer] (ten aanzien van feit 1, 3 primair en 5)
  • wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van
  • verklaart
Wettelijke rente
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan
[slachtoffer]van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:

materiele schade

- over een bedrag van € 27,80 met ingang van 31 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 369,32 met ingang van 31 december 2023 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 369,58 met ingang van 31 december 2024 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 355,52 met ingang van 31 december 2025 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 385,- met ingang van 31 december 2026 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 1.584,- met ingang van 13 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 500,- met ingang van 31 december 2026 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 18.700,- met ingang van 31 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;

immateriële schade

- over een bedrag van € 40.000,- met ingang van 1 september 2020 tot de dag van volledige betaling;
Schadevergoedingsmaatregel
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van
[slachtoffer]aan de Staat

62.291,22te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente
materiele schade
- over een bedrag van € 27,80 met ingang van 31 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 369,32 met ingang van 31 december 2023 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 369,58 met ingang van 31 december 2024 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 355,52 met ingang van 31 december 2025 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 385,- met ingang van 31 december 2026 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 1.584,- met ingang van 13 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 500,- met ingang van 31 december 2026 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 18.700,- met ingang van 31 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;

immateriële schade

- over een bedrag van € 40.000,- met ingang van 1 september 2020 tot de dag van volledige betaling;
gijzeling
- indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met
318 dagengijzeling;
Hoofdelijkheid
- legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan
[slachtoffer]dan wel aan de Staat te betalen;
Kwijting
- bepaalt dat de verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of haar mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, voorzitter, mrs. A.M.M. Lemmen en S. Ourahma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. van Loon als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
zij in of omstreeks de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 te
Bunschoten-Spakenburg, althans in Nederland, en/of in Frankrijk, in elk geval
binnen Europa, (meermaals, althans eenmaal)
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
haar kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , waarvan verdachte wist dat zij de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,
(telkens) met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele
handelingen, immers heeft zij, verdachte,
- de ontblote penis van haar, verdachtes, partner aan die [slachtoffer] getoond en/of
- (vervolgens) die [slachtoffer] laten toekijken terwijl zij, verdachte, de ontblote penis
van haar partner met haar hand(en) vastpakte en/of (vervolgens) in haar mond nam
en/of hield
( artikel 248d Wetboek van Strafrecht juncto artikel 248 lid 1 en Pro lid 2 Wetboek van
Strafrecht )
( art 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht, art 248d Wetboek van Strafrecht )
2
zij in of omstreeks de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 te
Bunschoten-Spakenburg, althans in Nederland, en/of in Frankrijk, in elk geval
binnen Europa, (meermaals, althans eenmaal)
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
met haar kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] ,
die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede
bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
hebbende verdachte en/of haar mededader, te weten [medeverdachte] ,
- die [slachtoffer] op de schoot van [medeverdachte] laten zitten en/of bewegen, zodat
hij (vervolgens) een erectie kreeg en/of
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten betasten en/of
- het lichaam van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten wassen onder de douche
en/of
- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en/of haar schaamlippen betast met
de hand(en) en/of vinger(s) en/of
- die [slachtoffer] met haar borsten langs de penis en/of het gezicht, althans het
lichaam, van [medeverdachte] laten bewegen en/of
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten kussen en/of
- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] betast met de hand(en) en/of
- de penis van [medeverdachte] tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of
gehouden en/of
- de penis van [medeverdachte] in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of
gehouden en/of
- de vinger(s) en/of penis van [medeverdachte] tussen de schaamlippen en/of in de
vagina en/of in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden
( artikel 245 Wetboek Pro van Strafrecht juncto artikel 248 lid 1 en Pro lid 2 Wetboek van
Strafrecht )
( art 245 Wetboek Pro van Strafrecht, art 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
[medeverdachte] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21
september 2016 tot en met 25 januari 2019 te Bunschoten-Spakenburg, althans in
Nederland, en/of in Frankrijk, in elk geval binnen Europa,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin,
te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] ,
die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede
bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
door
- die [slachtoffer] op zijn schoot te laten zitten en/of bewegen, zodat hij (vervolgens) een
erectie kreeg en/of
- zijn penis door die [slachtoffer] te laten betasten en/of
- zijn lichaam door die [slachtoffer] te laten wassen onder de douche en/of
- het schaamhaar van die [slachtoffer] te scheren en/of haar schaamlippen te betasten
met zijn hand(en) en/of vinger(s) en/of
- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en/of zijn gezicht,
althans zijn lichaam, te laten bewegen en/of
- zijn penis door die [slachtoffer] te laten kussen en/of
- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] te betasten met zijn hand(en) en/of
- zijn penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] te duwen en/of houden en/of
- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] te brengen en/of houden en/of
- zijn vinger(s) en/of penis tussen de schaamlippen en/of in de vagina en/of in de
anus van die [slachtoffer] te brengen en/of houden,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van
21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 te Bunschoten-Spakenburg, althans in
Nederland, en/of in Frankrijk, in elk geval binnen Europa,
opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of
opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar,
- meermalen met [medeverdachte] te fantaseren en/of communiceren over het
betrekken van haar kind, die [slachtoffer] , bij het verrichten van seksuele handelingen
en/of
- haar kind, die [slachtoffer] , aan te bieden voor ontuchtige handelingen en/of aan [medeverdachte]
[medeverdachte] toestemming te gegeven tot het verrichten van ontuchtige handelingen
met haar kind, die [slachtoffer] , en/of
- met [medeverdachte] uitvoerig en gedurende langere periode de opbouw van de
met haar kind, die [slachtoffer] , te verrichten (seksuele) handelingen te bespreken en/of
- (vervolgens) [medeverdachte] niet te weerhouden van de daadwerkelijke uitvoering
van die (seksuele) handelingen met haar kind, die [slachtoffer] , en/of
- haar kind, die [slachtoffer] , op misleidende wijze doen geloven dat deze praktiserende
vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aan haar
ontwikkeling en/of
- haar kind, die [slachtoffer] , te stimuleren om [medeverdachte] 'te laten blozen' en/of de
penis van [medeverdachte] te betasten en/of aan te raken waardoor hij een erectie
zou krijgen en/of [medeverdachte] te pijpen en/of
- (daartoe) de penis van [medeverdachte] te betasten en/of aan te raken waardoor hij
een erectie zou krijgen en/of [medeverdachte] te pijpen in de aanwezigheid van die
[slachtoffer] en/of
- (aldus) aan haar kind, die [slachtoffer] , te demonstreren hoe zij [medeverdachte] moet
pijpen
( artikel 245 Wetboek Pro van Strafrecht juncto artikel 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht
juncto artikel 48 Wetboek Pro van Strafrecht )
( art 245 Wetboek Pro van Strafrecht, art 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht )
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zij in of omstreeks de periode van 21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 te
Bunschoten-Spakenburg, althans in Nederland, en/of in Frankrijk, in elk geval
binnen Europa, (meermaals, althans eenmaal) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met haar kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte en/of haar mededader, te weten [medeverdachte] ,
- die [slachtoffer] op de schoot van [medeverdachte] laten zitten en/of bewegen, zodat
hij (vervolgens) een erectie kreeg en/of
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten betasten en/of
- het lichaam van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten wassen onder de douche
en/of
- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en/of haar schaamlippen betast met
de hand(en) en/of vinger(s) en/of
- die [slachtoffer] met haar borsten langs de penis en/of het gezicht, althans het
lichaam, van [medeverdachte] laten bewegen en/of
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten kussen en/of
- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] betast met de hand(en) en/of
- de penis van [medeverdachte] tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of
gehouden
( artikel 247 Wetboek Pro van Strafrecht juncto artikel 248 lid 1 en Pro lid 2 Wetboek van
Strafrecht )
( art 247 Wetboek Pro van Strafrecht, art 248 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht
of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21
september 2016 tot en met 25 januari 2019 te Bunschoten-Spakenburg, althans in
Nederland, en/of in Frankrijk, in elk geval binnen Europa,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
met een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin,
te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door
- die [slachtoffer] op zijn schoot te laten zitten en/of bewegen, zodat hij (vervolgens) een
erectie kreeg en/of
- zijn penis door die [slachtoffer] te laten betasten en/of
- zijn lichaam door die [slachtoffer] te laten wassen onder de douche en/of
- het schaamhaar van die [slachtoffer] te scheren en/of haar schaamlippen te betasten
met zijn hand(en) en/of vinger(s) en/of
- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en/of zijn gezicht,
althans zijn lichaam, te laten bewegen en/of
- zijn penis door die [slachtoffer] te laten kussen en/of
- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] te betasten met zijn hand(en) en/of
- zijn penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] te duwen en/of houden
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van
21 september 2016 tot en met 25 januari 2019 te Bunschoten-Spakenburg, althans in
Nederland, en/of in Frankrijk, in elk geval binnen Europa,
opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of
opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar,
- meermalen met [medeverdachte] te fantaseren en/of communiceren over het
betrekken van haar kind, die [slachtoffer] , bij het verrichten van seksuele handelingen
en/of
- haar kind, die [slachtoffer] , aan te bieden voor ontuchtige handelingen en/of aan [medeverdachte]
[medeverdachte] toestemming te gegeven tot het verrichten van ontuchtige handelingen
met haar kind, die [slachtoffer] , en/of
- met [medeverdachte] uitvoerig en gedurende langere periode de opbouw van de
met haar kind, die [slachtoffer] , te verrichten (seksuele) handelingen te bespreken en/of
- (vervolgens) [medeverdachte] niet te weerhouden van de daadwerkelijke uitvoering
van die (seksuele) handelingen met haar minderjarige kind, die [slachtoffer] , en/of
- haar kind, die [slachtoffer] , op misleidende wijze doen geloven dat deze praktiserende
vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aan haar
ontwikkeling en/of
- haar kind, die [slachtoffer] , te stimuleren om [medeverdachte] 'te laten blozen' en/of de
penis van [medeverdachte] te betasten en/of aan te raken waardoor hij een erectie
zou krijgen en/of [medeverdachte] te pijpen en/of
- (daartoe) de penis van [medeverdachte] te betasten en/of aan te raken waardoor hij
een erectie zou krijgen en/of [medeverdachte] te pijpen in de aanwezigheid van die
[slachtoffer] en/of
- (aldus) aan haar kind, die [slachtoffer] , te demonstreren hoe zij [medeverdachte] moet
pijpen
( artikel 247 Wetboek Pro van Strafrecht juncto artikel 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht
juncto artikel 48 Wetboek Pro van Strafrecht )
( art 247 Wetboek Pro van Strafrecht, art 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht )
3
zij in of omstreeks de periode van 26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 te
Bunschoten-Spakenburg en/of te Nijkerk, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, (meermaals, althans eenmaal) haar kind, te weten [slachtoffer] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte en/of haar mededader, te weten [medeverdachte] ,
- die [slachtoffer] op de schoot van [medeverdachte] laten zitten en/of bewegen, zodat
hij (vervolgens) een erectie kreeg en/of
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten betasten en/of
- het lichaam van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten wassen onder de douche
en/of
- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en/of haar schaamlippen betast met
de hand(en) en/of vinger(s) en/of
- die [slachtoffer] met haar borsten langs de penis en/of het gezicht, althans zijn
lichaam, van [medeverdachte] laten bewegen en/of
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten kussen en/of
- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] betast met de hand(en) en/of
- de penis van [medeverdachte] tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of
gehouden en/of
- de penis van [medeverdachte] in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of
gehouden en/of
- de vinger(s) en/of de penis van [medeverdachte] tussen de schaamlippen en/of in
de vagina en/of in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden,
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid geweld en/of die bedreiging met
geweld of die andere feitelijkheid (telkens) hierin, dat verdachte en/of haar
mededader bij het plegen van voornoemde handelingen
- misbruik heeft/hebben gemaakt van haar emotionele overwicht ((mede) gelet op
verdachtes leeftijd en/of de minderjarige leeftijd van die [slachtoffer] ) en/of
- het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van haar positie als
moeder van die [slachtoffer] en/of (daarbij) gebruik heeft/hebben gemaakt van de
daaruit voortvloeiende afhankelijkheidssituatie van die [slachtoffer] ten opzichte van
verdachte en/of
- die [slachtoffer] op misleidende wijze heeft/hebben doen geloven dat deze
praktiserende vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aan
haar ontwikkeling en/of
- die [slachtoffer] frequent/vrijwel onophoudelijk heeft/hebben gestimuleerd om
seksuele handelingen bij [medeverdachte] te verrichten,
waarbij verdachte zich (meermaals) manipulatief en/of dwingend gedroeg jegens
die [slachtoffer] en/of
waarbij die [slachtoffer] vreesde voor de teleurstelling/afkeuring van [medeverdachte] als
zij niet zou dulden en/of doen wat verdachte en/of [medeverdachte] wilde(n),
en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een (intimiderende/onderdrukkende) situatie
heeft/hebben doen ontstaan waarin zij zich niet aan voornoemde handelingen kon
en/of durfde te onttrekken
( artikel 242 Wetboek Pro van Strafrecht juncto artikel 248 lid 1 en Pro lid 2 Wetboek van
Strafrecht )
( art 242 Wetboek Pro van Strafrecht, art 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
[medeverdachte] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26
januari 2019 tot en met 25 januari 2021 te Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk,
althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid, (meermaals, althans eenmaal) een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, te weten [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door
- die [slachtoffer] op zijn schoot te laten zitten en/of bewegen, zodat hij (vervolgens) een
erectie kreeg en/of
- zijn penis door die [slachtoffer] te laten betasten en/of
- zijn lichaam door die [slachtoffer] te laten wassen onder de douche en/of
- het schaamhaar van die [slachtoffer] te scheren en/of haar schaamlippen te betasten
met zijn hand(en) en/of vinger(s) en/of
- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en/of zijn gezicht,
althans zijn lichaam, te laten bewegen en/of
- zijn penis door die [slachtoffer] te laten kussen en/of
- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] te betasten met zijn hand(en) en/of
- zijn penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] te duwen en/of houden en/of
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] te brengen en/of houden en/of
- zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis tussen de schaamlippen en/of in de vagina
en/of in de anus van die [slachtoffer] te brengen en/of houden
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van
26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 te Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk,
althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar,
- meermalen met [medeverdachte] te fantaseren en/of communiceren over het
betrekken van haar kind, die [slachtoffer] , bij het verrichten van seksuele handelingen
en/of
- haar kind, die [slachtoffer] , aan te bieden voor een or meer handelingen en/of aan [medeverdachte]
[medeverdachte] toestemming te gegeven tot het verrichten van een of meer
handelingen met haar kind, die [slachtoffer] , die (mede) bestonden uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- met [medeverdachte] uitvoerig en gedurende langere periode de opbouw van de
met haar kind, die [slachtoffer] , te verrichten (seksuele) handelingen te bespreken en/of
- (vervolgens) [medeverdachte] niet te weerhouden van de daadwerkelijke uitvoering
van die (seksuele) handelingen met haar kind, die [slachtoffer] , en/of
- haar kind, die [slachtoffer] , op misleidende wijze doen geloven dat deze praktiserende
vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aan haar
ontwikkeling en/of
- haar kind, die [slachtoffer] , te stimuleren om [medeverdachte] 'te laten blozen' en/of de
penis van [medeverdachte] te betasten en/of aan te raken waardoor hij een erectie
zou krijgen en/of [medeverdachte] te pijpen en/of
- (daartoe) de penis van [medeverdachte] te betasten en/of aan te raken waardoor hij
een erectie zou krijgen en/of [medeverdachte] te pijpen in de aanwezigheid van die
[slachtoffer] en/of
- (aldus) aan haar kind, die [slachtoffer] , te demonstreren hoe zij [medeverdachte] moet
pijpen en/of
- met de hond te gaan wandelen en/of anderszins niet thuis en/of afwezig te zijn op
het/de moment(en) waarop het misdrijf plaatsvond
( artikel 242 Wetboek Pro van Strafrecht juncto artikel 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht
juncto artikel 48 Wetboek Pro van Strafrecht )
( art 248 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 249 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
zij in of omstreeks de periode van 26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 te
Bunschoten-Spakenburg en/of te Nijkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (meermaals, althans eenmaal) ontucht heeft gepleegd
met haar minderjarig kind [slachtoffer] , geboren op [2003] , hebbende verdachte en/of haar mededader, te weten [medeverdachte]
- die [slachtoffer] op de schoot van [medeverdachte] laten zitten en/of bewegen, zodat
hij (vervolgens) een erectie kreeg en/of
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten betasten en/of
- het lichaam van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten wassen onder de douche
en/of
- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en/of haar schaamlippen betast met
de hand(en) en/of vinger(s) en/of
- die [slachtoffer] met haar borsten langs de penis en/of het gezicht, althans zijn
lichaam, van [medeverdachte] laten bewegen en/of
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten kussen en/of
- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] betast met de hand(en) en/of
- de penis van [medeverdachte] tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of
gehouden en/of
- de penis van [medeverdachte] in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of
gehouden en/of
- de vinger(s) en/of de penis van [medeverdachte] tussen de schaamlippen en/of in
de vagina en/of in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden
(artikel 249 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht juncto art 248 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
( art 249 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht
of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26
januari 2019 tot en met 25 januari 2021 te Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk,
althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
(meermaals, althans eenmaal) ontucht heeft gepleegd, met zijn minderjarige stiefkind [slachtoffer] , geboren op [2003] , door
- die [slachtoffer] op zijn schoot te laten zitten en/of bewegen, zodat hij (vervolgens) een
erectie kreeg en/of
- zijn penis door die [slachtoffer] te laten betasten en/of
- zijn lichaam door die [slachtoffer] te laten wassen onder de douche en/of
- het schaamhaar van die [slachtoffer] te scheren en/of haar schaamlippen te betasten
met zijn hand(en) en/of vinger(s) en/of
- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en/of zijn gezicht,
althans zijn lichaam, te laten bewegen en/of
- zijn penis door die [slachtoffer] te laten kussen en/of
- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] te betasten met zijn hand(en) en/of
- zijn penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] te duwen en/of houden en/of
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] te brengen en/of houden en/of
- zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis tussen de schaamlippen en/of in de vagina
en/of in de anus van die [slachtoffer] te brengen en/of houden
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van
26 januari 2019 tot en met 25 januari 2021 te Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk,
althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar,
- meermalen met [medeverdachte] te fantaseren en/of communiceren over het
betrekken van haar kind, die [slachtoffer] , bij het verrichten van seksuele handelingen
en/of
- haar minderjarige kind, die [slachtoffer] , aan te bieden voor ontuchtige handelingen
en/of aan [medeverdachte] toestemming te gegeven tot het verrichten van
ontuchtige handelingen met haar minderjarige kind, die [slachtoffer] , en/of
- met [medeverdachte] uitvoerig en gedurende langere periode de opbouw van de
met haar kind, die [slachtoffer] , te verrichten (seksuele) handelingen te bespreken en/of
- (vervolgens) [medeverdachte] niet te weerhouden van de daadwerkelijke uitvoering
van die (seksuele) handelingen met haar minderjarige kind, die [slachtoffer] , en/of
- haar minderjarige kind, die [slachtoffer] , op misleidende wijze doen geloven dat deze
praktiserende vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aan
haar ontwikkeling en/of
- haar minderjarige kind, die [slachtoffer] , te stimuleren om [medeverdachte] 'te laten
blozen' en/of de penis van [medeverdachte] te betasten en/of aan te raken waardoor
hij een erectie zou krijgen en/of [medeverdachte] te pijpen en/of
- (daartoe) de penis van [medeverdachte] te betasten en/of aan te raken waardoor hij
een erectie zou krijgen en/of [medeverdachte] te pijpen in de aanwezigheid van die
[slachtoffer] en/of
- (aldus) aan haar minderjarige kind, die [slachtoffer] , te demonstreren hoe zij [medeverdachte]
[medeverdachte] moet pijpen en/of
- met de hond te gaan wandelen en/of anderszins niet thuis en/of afwezig te zijn op
het/de moment(en) waarop het misdrijf plaatsvond
( artikel 249 Wetboek Pro van Strafrecht juncto artikel 48 Wetboek Pro van Strafrecht )
( art 249 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
4
zij in of omstreeks de periode van 26 januari 2021 tot en met 13 november 2022 te
Bunschoten-Spakenburg en/of te Nijkerk en/of te Ermelo, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid, (meermaals, althans eenmaal) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte en/of haar mededader, te weten [medeverdachte] ,
- die [slachtoffer] op de schoot van [medeverdachte] laten zitten en/of bewegen, zodat
hij (vervolgens) een erectie kreeg en/of
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten betasten en/of
- het lichaam door die [slachtoffer] gewassen onder de douche en/of
- het schaamhaar van die [slachtoffer] geschoren en/of haar schaamlippen betast met
- die [slachtoffer] met haar borsten langs de penis en/of het gezicht, althans zijn
lichaam, van [medeverdachte] laten bewegen en/of
- de penis van [medeverdachte] door die [slachtoffer] laten kussen en/of
- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] betast met de hand(en) en/of
- de penis van [medeverdachte] tegen de blote vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of
gehouden en/of
- de penis van [medeverdachte] in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of
gehouden en/of
- de vinger(s) en/of de penis van [medeverdachte] tussen de schaamlippen en/of in
de vagina en/of in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid geweld en/of die bedreiging met
geweld of die andere feitelijkheid (telkens) hierin, dat verdachte en/of haar
mededader bij het plegen van voornoemde handelingen
- misbruik heeft/hebben gemaakt van haar emotionele overwicht ((mede) gelet op
verdachtes leeftijd en/of de jeugdige leeftijd van die [slachtoffer] ) en/of
- het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van haar positie als
moeder van die [slachtoffer] en/of (daarbij) gebruik heeft/hebben gemaakt van de
daaruit voortvloeiende afhankelijkheidssituatie van die [slachtoffer] ten opzichte van
verdachte en/of
- die [slachtoffer] op misleidende wijze heeft/hebben doen geloven dat deze
praktiserende vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aan
haar ontwikkeling en/of
- die [slachtoffer] frequent/vrijwel onophoudelijk heeft/hebben gestimuleerd om
seksuele handelingen bij [medeverdachte] te verrichten,
waarbij verdachte zich (meermaals) manipulatief en/of dwingend gedroeg jegens
die [slachtoffer] en/of
waarbij die [slachtoffer] vreesde voor de teleurstelling/afkeuring/agressie van [medeverdachte]
[medeverdachte] als zij niet zou dulden en/of doen wat zij, verdachte, en/of [medeverdachte]
wilde(n),
en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een (intimiderende/onderdrukkende) situatie
heeft/hebben doen ontstaan waarin zij zich niet aan voornoemde handelingen kon
en/of durfde te onttrekken
en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een situatie heeft/hebben doen ontstaan waarin
seksuele handelingen met [medeverdachte] (haar stiefvader) zijn genormaliseerd
en/of (waardoor) de vorming van de eigen vrije wil van [slachtoffer] niet/gebrekkig tot
stand is gekomen, (temeer) door haar vanaf jonge leeftijd die handelingen te laten
dulden en/of te laten verrichten
( artikel 242 Wetboek Pro van Strafrecht juncto artikel 248 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
( art 242 Wetboek Pro van Strafrecht, art 248 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
[medeverdachte] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26
januari 2021 tot en met 13 november 2022 te Bunschoten-Spakenburg en/of Nijkerk
en/of Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door
- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, schoot te laten zitten en/of bewegen, zodat hij,
verdachte, (vervolgens) een erectie kreeg en/of
- zijn, verdachts, penis door die [slachtoffer] te laten betasten en/of
- zijn, verdachtes, lichaam door die [slachtoffer] te laten wassen onder de douche en/of
- het schaamhaar van die [slachtoffer] te scheren en/of haar schaamlippen te betasten
met zijn hand(en) en/of vinger(s) en/of
- die [slachtoffer] met haar borsten langs zijn, verdachtes, penis en/of zijn gezicht,
althans zijn lichaam, te laten bewegen en/of
- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] te laten kussen en/of
- de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] te betasten met zijn hand(en) en/of
- zijn, verdachtes, penis tegen de blote vagina van die [slachtoffer] te duwen en/of
houden en/of
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] te brengen en/of houden en/of
- zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis tussen de schaamlippen en/of in de vagina
en/of in de anus van die [slachtoffer] te brengen en/of houden
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van
26 januari 2021 tot en met 13 november 2022 te Bunschoten-Spakenburg en/of
Nijkerk en/of Ermelo, althans in Nederland,
opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of
opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar,
- van [medeverdachte] te dulden dat hij een of meer handelingen verrichtte met, die
[slachtoffer] , die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van
die [slachtoffer] en/of
- met [medeverdachte] uitvoerig en gedurende langere periode de opbouw van de
door die [slachtoffer] te verrichten (seksuele) handelingen te bespreken en/of
- (vervolgens) [medeverdachte] niet te weerhouden van de daadwerkelijke uitvoering
van die (seksuele) handelingen met die [slachtoffer] en/of
- die [slachtoffer] (vanaf haar kinderleeftijd) op misleidende wijze doen geloven dat deze
praktiserende vorm van seksuele educatie op een positieve wijze zou bijdragen aan
haar ontwikkeling en/of
- die [slachtoffer] te stimuleren om [medeverdachte] 'te laten blozen' en/of de penis van
[medeverdachte] te betasten en/of aan te raken waardoor hij een erectie zou krijgen
en/of [medeverdachte] te pijpen en/of
- (daartoe) de penis van [medeverdachte] te betasten en/of aan te raken waardoor hij
een erectie zou krijgen en/of [medeverdachte] te pijpen in de aanwezigheid van die
[slachtoffer] en/of
- (aldus) aan die [slachtoffer] te demonstreren hoe zij [medeverdachte] moet pijpen
en/of
- met de hond te gaan wandelen en/of anderszins niet thuis en/of afwezig te zijn op
het/de moment(en) waarop het misdrijf plaatsvond
( artikel 242 Wetboek Pro van Strafrecht juncto artikel 48 Wetboek Pro van Strafrecht )
( art 242 Wetboek Pro van Strafrecht, art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
5
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 juni 2019 tot en met 01 maart 2023 te Bunschoten-Spakenburg en/of te Nijkerk, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een afbeeldingen, te weten een foto en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding - te weten een mobiele telefoon (van het merk iPhone) van seksuele gedragingen, waarbij haar kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [2003] , die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft vervaardigd,
verspreid,
in bezit gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking
van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk
een (erotisch getinte) houding
(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen
en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de
wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films
nadrukkelijk de (ontblote) borsten van die persoon in beeld gebracht worden,
(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of
strekt tot seksuele prikkeling
(Foto ‘ [bestandsnaam] .jpg’, procesdossier pagina 435)
( artikel 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht juncto artikel 248 lid 1 en Pro lid 2 Wetboek
van Strafrecht )​​​​​​​
Bijlage II: Bewijsmiddelen [1]
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
De verklaring van de verdachte op de zitting:
Het klopt dat ik wist dat de medeverdachte het schaamhaar van [slachtoffer] onder de douche heeft geschoren.
Ik heb op 17 juni 2019 een foto gemaakt met daarop [slachtoffer] met ontbloot bovenlijf. Ik heb deze foto vervolgens doorgestuurd aan de medeverdachte.
Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] (geboren op [2003] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Wat heeft je stiefvader gedaan?
A: Ja, het begon denk ik in de zomer, ik was 15 jaar.
V: Wat heeft hij bij jou gedaan?
A: Ja, mijn moeder was er ook in het begin bij, de eerste paar keer. Toen ging zij hem pijpen waar ik bij was en proberen zijn piemel stijf te maken en ik moest ook altijd mee doen. Daarna ging het verder ook, wat ook terug te lezen is uit de berichten van 2019, het begon met brutale vragen stellen. Dan moest ik weer zoveel brutale vragen bedenken en dan bedacht hij ze weer. Het is daarna over gegaan tot geen schaamte meer hebben, dat je langzaam jezelf laat zien. Dat je geen schaamte hebt over je lichaam, dat je naaktheid laat zien. Ik heb ook een paar keer met hem gedoucht.
V: Wie bedoel je met hem?
A: Met [medeverdachte] .
(de rechtbank begrijpt: de verdachte [medeverdachte] ) [2]
V: Wanneer was de eerste keer?
A: Dat was in 2018 op de camping in Frankrijk. [medeverdachte] en mijn moeder waren buiten de caravan. Mijn moeder kwam naar mij toe en ik moest de caravan in van haar. Ik dacht wat is er. Ik ging mee naar binnen. [3] Ze zeiden dat ik een paar jaar achterliep in ontwikkeling. Daarom deden ze dit.
In de maanden na de zomervakantie van 2018 en begin 2019 begon mijn moeder, dat wij zijn piemel stijf gingen maken, dat mijn moeder hem ging pijpen waar ik bij was. Ik kan mij heel goed herinneren dat het in de slaapkamer was bij hun, dat was in [plaats] . Mijn stiefvader lag in bed, mijn moeder en ik gingen proberen zijn piemel stijf te maken over zijn broek heen. [4]
V: Wanneer werden de dingen over snel opgroeien gezegd?
A: Dat moet rond de vakantie of na de vakantie zijn geweest, toen ik er net woonde,
ergens tussen 2018 en 2019.
V: Wie zei dat dan?
A: Mijn stiefvader [medeverdachte] . Ik mocht het verder ook tegen niemand vertellen. [5]
V: Die keer pijpte je moeder [medeverdachte] je weet niet of jij dat die keer moest doen, maar je weet wel dat jij [medeverdachte] daarna een keer hebt gepijpt.
A: Ja meerdere keren.
V: We hebben het over pijpen, wat is pijpen?
A: Zijn piemel in je mond en dan heen en weer gaan met je mond. [6]
Ik had geen idee, ik vond het raar en vies, maar ik geloofde dat zij mij zouden helpen en dat ik sneller zou opgroeien en dat ik er beter van zou worden en dat het met mij beter zou gaan.
A: Ik kon iemand nooit echt goed vertrouwen en toen probeerde hij duidelijk te maken dat ik hem honderd procent kon vertrouwen. Ik geloofde daarom ook dat wat hij deed alles goed was. [7]
V: Hoe is het na het pijpen verder gegaan?
A: De weken, maanden erna ging het over geen schaamte meer hebben. Het waren allemaal onderdelen van het ontwikkelingsproces. [8]
A: Ik vertel het even in chronologische volgorde. Het ging eerst over foto's maken, dat was in de fase van geen schaamte hebben. Eind 16/17 was het 2019/2020 toen ging hij voor de eerste keer met zijn piemel in mijn vagina. Hij heeft toen mijn maagdenvlies gebroken, dat deed heel veel pijn.
V: Wanneer was de eerste keer? [9] A: Ik denk dat ik toen eind zestien begin zeventien was.
V: Het deed pijn, hoe vaak gebeurde het dat je stop zei?
A: Het was een paar keer, maar dan gebeurde het op een ander moment weer. Net zo lang tot het geen pijn meer zou doen.
V: Heeft hij er nog dingen bij gezegd?
A: Ja hij zei dat het de eerste keren pijn deed en dat ik moest doorzetten en dat ik door de pijn heen moest zetten. Voordat hij die handeling deed, moest ik hem dan ook pijpen om hem stijf te maken. [10]
V: Hoe vaak is het ongeveer gebeurd dat hij met zijn piemel in jouw vagina ging?
A: Ik denk zeker wel een keer of vijftig of meer.
A: Maar als ik afgesproken had om het te doen of ik had geen zin meer, dan zei ik het niet, ik voelde dan die teleurstelling. Ik dacht dan zeg ik het maar niet, maar hij liet altijd die teleurstelling merken, dat vond ik altijd, hij liet het altijd merken dat ik het niet deed.
A: Ik zei dat ik het wilde, ik dacht dat ik het wilde, maar nu achteraf weet ik niet
meer wat ik zelf wilde.
V: Hoe kwam dat denk je?
A: Ik denk dat ik niet beter wist. Als het al vanaf je vijftiende begint denk je dat
het normaal is. [11]
Het proces-verbaal van aanvullend verhoor van [slachtoffer] (geboren op [2003] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
O: In jouw aangifte zeg jij dat " het normaal zou zijn wat jouw stiefvader bij jou heeft gedaan, jij hierdoor sneller oud zou worden en dat het gebeurde om jou te helpen."
V: Hoe is dat idee bij jou ontstaan?
A: Als ik seks zou hebben dan zou ik ouder worden en dan zou ik ouder worden. Ik was toen 12. Op dat moment klonk het heel logisch voor mij. Nu klinkt het helemaal niet meer logisch. [12]
V: Wat weet jij hiervan?
A: Ik weet wel dat ik met hem eens douchte. Dat was omdat ik geen schaamte moest
hebben. Ik moest mezelf leren scheren. Mijn stiefvader ging het aan mij leren.
V: Waar scheerde jouw stiefvader jou?
A: Bij mijn geslachtsdeel. [13]
Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 18 september 2025 (geboren op [2003] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Weet je nog waar dat was op de camping in Frankrijk?
Camping ‘ [naam] ’ in het oosten van Frankrijk in een caravan.
Wat gebeurde daar in die caravan?
Zijn geslachtsdeel laten zien aan mij.
[medeverdachte] toonde zijn geslachtsdeel aan jou?
Wie waren erbij toen hij dat deed?
Mijn moeder en [medeverdachte] zelf.
Weet je nog in welkjaar dat was?
In 2018 in de zomer. [15]
Heeft je moeder ooit tegen jou gezegd dat jij op de schoot van [medeverdachte] moest zitten en moest bewegen?
Ja.
Was je toen al 18 jaar? [16] Nee, ik was jonger.
Heeft je moeder ooit tegen jou gezegd dat [medeverdachte] jouw schaamhaar moest scheren?
Ja.
Wanneer was dat?
Vrijwel in het begin.
Heeft je moeder ooit tegen jou gezegd dat jij je borsten langs de penis van [medeverdachte] moest bewegen?
Ja. [17]
Een proces-verbaal van bevindingen inhoudende proces-verbaal chat gebruikt in verhoren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Inbeslaggenomen telefoon [medeverdachte]
Tijdens de verdachte verhoren van verdachten [verdachte] en [medeverdachte] zijn er meerdere vragen gesteld over hun WhatsApp gesprekken. Deze WhatsApp gesprekken komen uit de inbeslaggenomen telefoon van [medeverdachte] .
In dit proces-verbaal wordt de chat getoond waarover in de verhoren gesproken wordt.
Een proces-verbaal van bevindingen inhoudende proces-verbaal WhatsAppgesprek tussen [medeverdachte] en [slachtoffer] (waarvan de woorden als gevolg van een technisch proces niet in de juiste volgorde staan), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De telefoon, Apple Iphone 11, van verdachte [medeverdachte] is in beslag genomen. In de telefoon zag ik dat [medeverdachte] en [slachtoffer] via de WhatsApp met elkaar contact hadden. De belangrijkste stukken van de WhatsApp gesprek zijn hieronder weergeven:
Een proces-verbaal van bevindingen inhoudende proces-verbaal telefoon [medeverdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 21 maart 2023 werd onder de verdachte [medeverdachte] , een mobiele telefoon in beslag genomen. [32]
Aangetroffen foto's
De aangetroffen foto's zijn genomen in een woning, een achtertuin, de buitenlucht en in en rondom een caravan. [33]
Aangetroffen foto
Name: [bestandsnaam] .jpg
Created: 17-6-2019 12:33:07 [34]
Een eigen waarneming van de rechtbank op de zitting van de foto met de naam [bestandsnaam] .jpg:
De rechtbank heeft waargenomen dat op de getoonde afbeelding een meisje van onder de achttien jaar te zien is met ontblote borsten.

Voetnoten

2.Pagina 215.
3.Pagina 217.
4.Pagina 218.
5.Pagina 219.
6.Pagina 220.
7.Pagina 221.
8.Pagina 222.
9.Pagina 223.
10.Pagina 224.
11.Pagina 227.
12.Pagina 244.
13.Pagina 250.
14.Pagina 4 van het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris.
15.Pagina 5 van het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris.
16.Pagina 11 van het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris.
17.Pagina 12 van het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris.
18.Pagina 198.
19.Pagina 200.
20.Pagina 203.
21.Pagina 204.
22.Pagina 205.
23.Pagina 206.
24.Pagina 208.
25.Pagina 315
26.Pagina 316.
27.Pagina 317.
28.Pagina 325.
29.Pagina 329.
30.Pagina 334.
31.Pagina 338.
32.Pagina 419.
33.Pagina 423.
34.Pagina 436.