Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
[belanghebbende 2], uit [plaats] , belanghebbende
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser verzocht om intrekking van een last onder bestuursdwang die het college van burgemeester en wethouders van Utrecht had opgelegd om een pand in originele staat te herstellen. Dit verzoek werd door het college afgewezen, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om intrekking niet kan worden gebruikt om een lopende bezwaar- en beroepsprocedure te omzeilen. Eiser had reeds rechtsmiddelen benut om zich tegen de last te verzetten. Alleen onder bijzondere omstandigheden, zoals langdurige niet-toepassing van bestuursdwang na de begunstigingstermijn, kan intrekking gerechtvaardigd zijn, maar die omstandigheden waren hier niet aanwezig.
De bestuursdwang was bovendien reeds uitgevoerd en het besluit geëxpireerd. De rechtbank verwierp ook nieuw overgelegde stukken van eiser omdat deze niet relevant waren voor de beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van het verzoek tot intrekking in stand bleef. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het verzoek tot intrekking van de last onder bestuursdwang is terecht afgewezen en het beroep is ongegrond verklaard.