Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[gemachtigde] , veronderstellenderwijs handelend namens [eiser] , uit [plaats] ,
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Procesverloop
€ 333.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan [eiser] als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendzaakbelasting opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
Beslissing
Overwegingen
23 mei 2025 is voor de derde maal een brief met dezelfde strekking en inhoud gestuurd, waarin er wederom op werd gewezen dat als de verzuimen niet op tijd hersteld zouden worden de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Deze laatste brief is aangetekend verstuurd. De aangetekende brief is door de rechtbank op 27 mei 2025 retour ontvangen. Daarop is deze brief, ter voldoening aan artikel 8:38 van Pro de Algemene wet bestuursrecht nogmaals per gewone post gestuurd. [gemachtigde] heeft hier niet op gereageerd.
[gemachtigde] bevoegd was om namens [eiser] beroep in te stellen. Ook zijn er geen beroepsgronden ingediend en is het beroep niet herleidbaar ondertekend. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier.