Eiseres heeft op 15 augustus 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling van 25 februari 2025. Eiseres stelde vervolgens op 12 december 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 50 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53. De rechtbank verwijst voor de motivering van de termijnen en dwangsom naar eerdere uitspraken. Partijen hebben afgezien van een zitting.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 26 februari 2026 en is in het openbaar uitgesproken. Eiseres kan tegen deze uitspraak beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.