Eiser kreeg op 19 juni 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn voertuig op 5 juni 2024 zonder betaling van de verschuldigde parkeerbelasting was geparkeerd. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat door de heffingsambtenaar ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
Eiser stelde dat de parkeerautomaat aangaf dat betaling met muntgeld mogelijk was, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was. Hij had geen pinpas bij zich en koos ervoor toch te parkeren zonder te betalen. Volgens eiser had de heffingsambtenaar wijzigingen in betaalmogelijkheden duidelijk moeten communiceren en de juiste borden moeten plaatsen.
De heffingsambtenaar gaf aan dat sinds de oprichting van de BghU in 2014 in Utrecht geen muntgeldbetaling meer mogelijk is. De rechtbank overwoog dat de Hoge Raad heeft bepaald dat een gemeente de wijze van betaling mag beperken tot elektronische betaling. Het feit dat eiser niet kon betalen en toch parkeerde, is voor zijn eigen risico. Foto’s van Google Streetview uit november 2020 toonden aan dat de parkeerautomaat al sinds die tijd geen muntgleuf meer heeft, zodat er geen sprake is van recente wijzigingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten of griffierecht af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 30 maart 2026 door rechter A. Rademaker in Utrecht.