Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1990

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
UTR 24/6214
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken muntgeldbetaling

Eiser kreeg op 19 juni 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn voertuig op 5 juni 2024 zonder betaling van de verschuldigde parkeerbelasting was geparkeerd. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat door de heffingsambtenaar ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.

Eiser stelde dat de parkeerautomaat aangaf dat betaling met muntgeld mogelijk was, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was. Hij had geen pinpas bij zich en koos ervoor toch te parkeren zonder te betalen. Volgens eiser had de heffingsambtenaar wijzigingen in betaalmogelijkheden duidelijk moeten communiceren en de juiste borden moeten plaatsen.

De heffingsambtenaar gaf aan dat sinds de oprichting van de BghU in 2014 in Utrecht geen muntgeldbetaling meer mogelijk is. De rechtbank overwoog dat de Hoge Raad heeft bepaald dat een gemeente de wijze van betaling mag beperken tot elektronische betaling. Het feit dat eiser niet kon betalen en toch parkeerde, is voor zijn eigen risico. Foto’s van Google Streetview uit november 2020 toonden aan dat de parkeerautomaat al sinds die tijd geen muntgleuf meer heeft, zodat er geen sprake is van recente wijzigingen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten of griffierecht af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 30 maart 2026 door rechter A. Rademaker in Utrecht.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6214

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU), verweerder
(gemachtigden: mr. W.G. Vos en S. Moenesar).

Procesverloop

1.1
In de beschikking van 19 juni 2024 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.
1.2
Met de uitspraak op bezwaar van 20 september 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.3
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 30 maart 2026. Eiser en de gemachtigden van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

2. Op 5 juni 2024 stond het voertuig van eiser met kenteken [kenteken] geparkeerd op de Weg naar Rhijnauwen in Utrecht, zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan is de naheffingsaanslag met aanslagnummer [nummer] om 07:14 uur opgelegd.
3. Eiser voert aan dat op de borden die bij de parkeerautomaat staat aangegeven dat je met muntgeld kunt betalen maar dit feitelijk niet mogelijk is. Eiser betaalt daar altijd met muntgeld. Eiser had geen pinpas bij zich en heeft de gok genomen en toch geparkeerd zonder te betalen. Eiser vind dat de heffingsambtenaar dergelijke wijzigingen duidelijk van tevoren kenbaar moet maken en de juiste borden bij de automaat moet plaatsen.
4. De heffingsambtenaar heeft op de zitting toegelicht dat er in elk geval al sinds de oprichting van de BghU (2014) geen mogelijkheid meer is om in Utrecht met muntgeld te betalen.
5. De rechtbank overweegt als volgt. De Hoge Raad heeft in het arrest van 8 juli 2005 [1] bepaald dat het een gemeente vrij staat om de wijze van betaling van parkeerbelasting te beperken tot uitsluitend de elektronische weg. Dat eiser op die wijze niet kon betalen en toch besloten heeft zijn auto te parkeren komt dan ook voor zijn eigen rekening en risico. Daarnaast is op de zitting, door middel van foto’s op Google Streetview gebleken dat de parkeerautomaat waar eiser naar verwijst als sinds in elk geval november 2020 (de foto’s zijn genomen in november 2020) geen muntgleuf meer heeft. Van recente wijzigingen is (dus) geen sprake. Het beroep is ongegrond.
6. Van een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht is geen sprake.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2026 door
mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.