ECLI:NL:RBMNE:2026:1997
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herbeoordeling kinderopvangtoeslag wegens te late aanmelding zonder verschoonbare termijnoverschrijding
Eiseres heeft zich op 12 maart 2024 aangemeld voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, nadat de uiterste datum voor aanmelding op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) op 31 december 2023 was verstreken. Dienst Toeslagen wees de aanvraag af wegens te late indiening. Eiseres voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de deadline, mede omdat zij al veertien jaar in het buitenland woont en sociaal minder vaardig is, en dat Dienst Toeslagen onvoldoende inspanningen heeft verricht om haar te informeren. Tevens stelde zij dat toepassing van de hardheidsclausule en het gelijkheidsbeginsel op haar situatie van toepassing zijn.
De rechtbank overweegt dat de hardheidsclausule alleen kan worden toegepast bij schrijnende omstandigheden, zoals ernstige medische of financiële nood, die samenhangen met de gevolgen van weigering van compensatie. Het niet op de hoogte zijn van de deadline en het verblijf in het buitenland vormen geen bijzondere omstandigheden die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigen. De rechtbank acht de inspanningen van Dienst Toeslagen, waaronder communicatie via sociale media en gerichte benadering van vermoedelijke gedupeerden, voldoende.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur faalt, omdat het vergelijkbare geval waarop eiseres zich beroept wezenlijk andere feiten kent. Ook het fair play-beginsel wordt niet geschonden. De rechtbank concludeert dat de strikte toepassing van de aanmeldtermijn niet leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar te late aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van verschoonbare termijnoverschrijding.