ECLI:NL:RBMNE:2026:1999
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een urgentieverklaring door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Het college had de aanvraag op 7 april 2025 afgewezen en dit besluit op 29 juli 2025 in bezwaar gehandhaafd. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 februari 2026. De gemachtigde van verzoeker was aanwezig, het college was afwezig. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het griffierecht niet tijdig was betaald. Volgens vaste rechtspraak leidt het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid, tenzij sprake is van een verontschuldiging, die hier niet is gebleken.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening, maar niet voor het eventuele bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.